Opinie

Dooi Israël en Saoedi-Arabië zet Palestijnen buitenspel

Een tweestatenoplossing met Oost-Jeruzalem als Palestijnse hoofdstad is een gepasseerd station, betoogt . Abbas én het Westen moeten hun roze bril afzetten.

Foto: AP Photo /Oded Balilty

Uit de reacties op het voornemen van de Amerikaanse president Donald Trump de hulpgelden aan de Palestijnen te stoppen, blijkt opnieuw de westerse obsessie met het Israëlisch-Palestijnse vraagstuk. Palestijnen zijn een open zenuw in het publieke debat, althans, zolang het maar in verband is met Israël. Ter illustratie: ik vernam dat Palestijnen in Irak gedegradeerd worden tot tweederangsburgers. De Iraakse regering ontneemt hun de Iraakse nationaliteit waardoor zij voortaan als buitenlanders zullen gelden.

Daar hebben we nog weinig over gelezen. Palestijnen zijn er woedend over, maar zullen de sympathie van de internationale gemeenschap simpelweg niet winnen, omdat deze vorm van onderdrukking niet van de tekentafels in Jeruzalem komt. Of, zoals het adagium in de Angelsaksische media luidt: no Jews, no news.

Hoe anders ligt dit bij de Palestijnen die al vijftig jaar in de houdgreep van Israël zitten? Hier wreekt zich steeds onze obsessie met de Moeder Aller Conflicten, dat er in het grotere geheel niet meer toe doet. Hoe akelig de implicaties ter plaatse ook zijn, het is een regionaal beperkt conflict. En zo negeren westerse media – waaronder NRC (Derk Walters’ analyse Trump dreigt Palestijns hulpgeld in te trekken, 3 januari) – de essentie: het Israëlisch-Palestijnse conflict verliest relevantie en de Golfstaten nemen de rol van de Palestijnen over.

Het belang neemt sterk af nu de interesse van verschillende Arabische landen voor de Palestijnen gestaag terugloopt. Het geduld met de Palestijnse president Mahmoud Abbas raakt op. Voor de vorm sputtert de Organisatie voor Islamitische Samenwerking (OIC) nog wat over de plannen van Trump. Maar de Saoedi’s hebben al laten weten met de Amerikaanse regering tot een Israëlisch-Arabische vrede te willen komen. Die zou er weleens eerder kunnen zijn dan de Israëlisch-Palestijnse.

Wat speelt er? Uiteraard het Israëlische nederzettingenbeleid dat de bekende ‘voldongen feiten’ bracht. Maar hoe ellendig ook, het is toch vooral Abbas – en zijn voorganger Arafat – die het vredesproces liet doodbloeden. Na jaren alleen de alles-of-niets kaart te hebben gespeeld, kijkt de Arabische wereld nu niet meer op van zijn verontwaardiging. Ook de gewone Palestijnen, die allang niet meer geloven in de tweestatenoplossing, hebben genoeg van Abbas.

De Saoedische kroonprins en de Verenigde Arabische Emiraten, die de Palestijnen jarenlang miljarden gaven, zijn alle geldverduistering zat. Trump twitterde nog vriendelijk dat de Palestijnen voor zijn ontwikkelingsgeld – vorig jaar een kleine 300 miljoen dollar – „waardering noch respect” tonen. Een jonge Saoediër noemde de ondankbare Palestijnen op sociale media onlangs „honden” en „varkens” die „ons decennialang uitmolken”.

Lees hier de analyse van van oud-correspondent Derk Walters: Trump dreigt Palestijns hulpgeld in te trekken.

De OIC wil beslist een Palestijnse staat. Maar het gaat hierbij niet om verlichting van het Palestijnse lijden onder de Israëlische bezetting, maar om eigenbelang: Israëlisch-Arabische vrede en handel, iets wat achter de schermen al gebeurt. Van gehaat fremdkörper in het Midden-Oosten heeft Israël zich voor Saoedi-Arabië ontwikkeld tot een partij om samen mee te strijden tegen Iran. Hierbij kun je je niet langer laten belemmeren door het Palestijnse probleem.

Hun vredesvoorstel, een regelrechte nachtmerrie voor Abbas, dwingt hem genoegen te nemen met delen van de Westelijke Jordaanoever, de handhaving van nederzettingen en Abu Dis als hoofdstad, niet Oost-Jeruzalem. Verder moet Abbas afzien van het recht op terugkeer van de vluchtelingen. Het plan doet afstand van de utopie van een Israëlische terugtrekking achter de bestandslijnen van 1948 en eist alleen een stop van de nederzettingenbouw in „bepaalde gebieden” en verzachting van de blokkade van Gaza.

De Arabieren krijgen in ruil hiervoor rechtstreekse telecommunicatie met Israël. Ook zullen sommige handelsbelemmeringen worden weggenomen, mogen Israëlische vliegtuigen over hun landen vliegen, en krijgen Israëlische atleten en zakenlieden wellicht nog eens een visum.

Deze plannen zijn belangrijk, zelfs bij mislukking: ze tonen de Saoedische toenadering tot Israël, het besef dat er met de Palestijnse leiders geen land te bezeilen is en dat de conservatieve weg geen vrede brengt. Weliswaar hebben Arabische leiders Trump verteld dat het oplossen van het Palestijns-Israëlische conflict prioriteit heeft, maar dat bewijst vooral de voor het gebied kenmerkende, en voor het Westen moeilijk te begrijpen, ongerijmdheid.

Deze visie is anders dan de traditionele en romantische kijk waarmee we al geruime tijd worden overladen. De Golfstaten liggen een ronde voor op het Westen waar deskundigen, journalisten, politici en belangenorganisaties blijven steken bij de constatering dat Trump de tweestatenoplossing ineens onzeker heeft gemaakt, en dat in Israël de vlag uitgaat als hij de geldkraan dichtdraait.

Maar die vlag gaat niet uit. Israëlische regeringsleiders juichen de zet van Trump als strategie vast toe, maar baat bij het stopzetten van hulpgelden hebben ze niet: dit zal leiden tot toenemende onrust onder Palestijnen. Israël wil stabiliteit en veiligheid, en houdt Abbas al tien jaar in het zadel. Alsof dit niet gek genoeg is, ontdooien de Israëlisch-Arabische betrekkingen sneller dan verwacht. Abbas blijft voor westerse media een vredestichter, maar als die dooi doorzet en Israël de Saoedische kroonprins uitnodigt, is het voor hem zelfs te laat om zijn knopen te tellen.