Chinese kapitaalvlucht over hoogtepunt heen

China

Maatregelen van China om de uitstroom van kapitaal tegen te gaan lijken te werken. Een hogere rente durft het land nog niet aan.

Toen China eind 2016 maatregelen afkondigde om de almaar groeiende kapitaaluitstroom tegen te gaan, rees alom twijfel of dit zou gaan lukken. Bij kapitaalcontroles is het altijd maar de vraag of ze werken, in een tijd waarin schaduwbanken en offshore locaties allerlei financiële sluipwegen bieden.

Nu zijn er tekenen dat de Chinezen er, althans voorlopig, in slagen de kapitaalvlucht ietwat in te dammen. Zondag verklaarde de Volksbank, de Chinese centrale bank, dat de buitenlandse valutareserves van het land in december voor de elfde maand op rij zijn gegroeid. In heel 2017 zwollen de China’s tegoeden in vreemde valuta aan met omgerekend 107 miljard euro, tot 2.615 miljard euro, aldus financiële persbureaus.

De vreemde valutareserves zijn een indicator voor de kapitaaluitstroom uit China. Met de netto verkoop van buitenlandse valuta probeerde de Volksbank tot voor kort de koers van de eigen munt, de yuan, te stutten. Die val van de yuan was een weerspiegeling van het lage rentebeleid, dat zorgde voor een kapitaaluitstroom. Het aantal Chinese overnames van buitenlandse bedrijven explodeerde en (rijke) particulieren zetten hun vermogen de grens over.

Volgens persbureau Bloomberg stroomde in 2015-2016 in totaal meer dan 1.400 miljard euro uit China weg. China’s buitenlandse valutareserves slonken in die tijd met een kwart en de yuan kelderde met meer dan 13 procent in waarde ten opzichte van de dollar. In 2017 maakte de yuan ongeveer de helft daarvan weer goed.

Het sleutelwoord bij kapitaalvlucht is altijd wantrouwen. Bij Chinese bedrijven en particulieren is dat: wantrouwen in de economische groeicijfers van de overheid en wantrouwen in de rechtsstaat. Zijn spaargeld en beleggingen wel veilig?

Kapitaalrestricties zijn het antwoord van de Chinese staat op de uitwassen van het eigen beleid. Voor Chinese particulieren is het lastiger geworden om spaargeld weg te zetten in het buitenland. Bedrijven en investeerders hebben nu toestemming nodig van de staat bij grote buitenlandse overnames. Strategisch weinig waardevolle aankopen (denk aan ADO Den Haag, dat in Chinese handen is) zijn nu lastiger. Aankopen die de staat wél van strategisch belang acht worden overigens nog steeds actief gestimuleerd. Onlangs werd het Chinese Geely grootaandeelhouder van truckbouwer Volvo Group in Zweden. Maar per saldo vloeide er in 2017 minder geld weg via investeringen. Voorlopige data van ING duiden erop dat Chinese buitenlandse investeringen in 2017 wereldwijd ruim 30 procent lager liggen dan in 2016.

Dat de kapitaalvlucht lijkt te zijn ingedamd, komt ook doordat de Chinese economie het in 2017 boven verwachting goed deed, zegt Maximilian Kärnfelt, analist bij het Mercator Instituut voor Chinastudies in Berlijn. De 6,8 procent groei waar de regering nu op rekent, is een mooi cijfer. „Het probleem is alleen”, zegt Kärnfelt, „dat veel van deze groei wordt gevoed door schulden.” De totale schuld (van staat en bedrijven) is nu zo’n 235 procent van het Chinese bbp, volgens het IMF.

Als de Chinese overheid écht de kapitaalvlucht én de groei van de schuldenberg wil aanpakken, zal de rente omhoog moeten, zegt Kärnfelt. Het belangrijkste tarief ligt er nu op 2,5 procent, tegen ruim 4 procent in 2014. „Een renteverhoging strookt echter niet met het economisch beleid dat erop gericht is om de groei aan te jagen. Dit is de grote tegenstrijdigheid in het beleid.”