Opinie

Blairs bezwaren verdienen geen hoon wegens Irak

‘Irak’ maakt van Tony Blair een besmette boodschapper. Dat is jammer, betoogt . Want over Brexit heeft hij simpelweg gelijk.

Foto: EPA / Andy Rain

Tony Blair heeft zich in de frontlinie gemeld om de Brexit te keren. Dat zal niet meevallen, want de man die New Labour tussen 1997 en 2005 naar drie opeenvolgende verkiezingsoverwinningen leidde, heeft een geloofwaardigheidsprobleem. Sinds de inval in Irak staat hij bij velen te boek als leugenaar, vooral bij de linkerflank van zijn eigen partij.

Het idee dat uittreding onvermijdelijk is, is „fatalistisch” en dom, betoogde hij in een vraaggesprek met NRC. „Het is ook een optie lid te blijven van de EU en hervormingen door te voeren.” Het is een voortzetting van zijn vroegere pragmatisme over Europa: het Verenigd Koninkrijk is het best af als het zich ‘constructief betrokken’ opstelt. Dat is het tegendeel van de eilandmentaliteit en het ‘never surrender’ der Brexiteers.

Lees hier het vraaggesprek met Blair: ‘Denk niet dat de Brexit onvermijdelijk is’.

Blair is ongetwijfeld te stellig geweest met zijn claims over Iraakse massavernietigingswapens, die achteraf niet aanwezig bleken. Maar is hij daarmee de leugenaar die zijn tegenstanders van hem maken? Geen politicus in de westerse wereld is daarover door allerlei onderzoekscommissies zo doorgezaagd als Blair, maar hij overleefde ze allemaal. Hij heeft nooit spijt betuigd en zelfs gezegd dat hij alles weer zo zou doen. Niet het soort zelfkritiek waar journalisten van houden. Het is ook geen draaien zoals Theresa May, die als minister tegen Brexit was maar deze nu als premier wil uitvoeren omdat dit de ultieme wens van het Britse volk en haar verdeelde partij zou zijn.

Vergelijk dit met Blair, die met impopulaire standpunten tegen zijn eigen partij inging en de media (waaronder de BBC) van zich vervreemdde. Toch zorgde hij ervoor dat de Amerikaanse president George W. Bush inzake Irak de VN-route koos. Dat die route mislukte, doet niks af aan Blairs inzet, overigens in lijn met Britse constanten. Niemand kan zeggen dat het Irak van Saddam geen duistere put was die een keer moest worden gedempt. Zoals ook niemand kan zeggen dat Blairs bezwaren tegen Brexit ondeugdelijk zijn: buiten de EU verliest zijn land aan invloed én zonder Britten is de EU slechter af. Blair legt de verantwoordelijkheid waar die hoort, bij de Tories en het Britse volk, dat zich door de anti-Europese agitprop van de tabloids en valse profeten als Nigel Farage heeft laten misleiden.

Grote Britse politici hebben vaker in de wildernis verkeerd. De grootste was Winston Churchill, die na zijn Dardanellen-avontuur in 1915 in de woestijn belandde, en naar wiens waarschuwingen in de jaren dertig pas werd geluisterd toen het te laat was. Of Tony Blair diens statuur heeft, moet blijken. Maar mocht hij erin slagen het momentum voor Brexit te keren, dan heeft hij – nu 64 – zijn finest hour nog voor zich.