Recensie

Enerverende Negende van Bruckner

Met overrompelende klankboetseringen en dramatische tegenstellingen zette Gatti een enerverende Bruckner neer. De onstoffelijke dimensie was minder hoorbaar.

KCO chef-dirigent Daniele Gatti wil Bruckner doorgronden Foto ANP

Daniele Gatti, chefdirigent van het Concertgebouworkest, vindt Bruckner „moeilijk”, zo zei hij enkele maanden voor zijn aantreden in Amsterdam in deze krant. De knelpunten: de onstoffelijkheid en diepe religiositeit van Bruckners noten. „Zijn muziek speelt zich af in een soort kosmische superdimensie”, aldus de dirigent. Wellicht is het daarom dat Gatti zijn Bruckners twee keer per concertseizoen tegen het licht houdt. Alsof de diepere transcendente lagen van diens symfonieën zich pas echt laten doorvorsen na een paar maanden van tussentijdse reflectie. Zo verscheen Bruckners Vierde symfonie meteen na Gatti’s aantreden op de lessenaars om in januari 2017 te worden hernomen. Ook de Negende kreeg dit weekend een reprise, na een Europese mini-tournee afgelopen september.

Bruckner componeerde zijn laatste symfonie in het volle besef van de naderende dood. Sterker: de componist overleed nog voordat hij de finale kon voltooien. De overige drie delen schipperen voortdurend tussen doodsangst en de berusting van een diep gelovig mens die zich weldra verenigd weet met zijn schepper. (Bruckner krabbelde de opdracht „Dem lieben Gott gewidmet” (opgedragen aan de lieve God) in de partituur).

Gatti zette die innerlijke tweestrijd zondag op scherp met dwingende contrasten. Neem het openingsdeel, waarin hij het eerste deel vervaarlijk liet ronken en het lyrische tweede thema liet opbloeien in breed ademende fraseringen.

Het Scherzo pookte hij met pompende strijkers en stevige koperdecibellen op tot een angstaanjagende danse macabre, terwijl je in de snel genomen Trio-sectie de engelenvleugeltjes kon horen fladderen.

Ook sterk waren de dwingende climaxen in het eerste en derde deel, waarin de orkestklank zich telkens trefzeker opstapelde tot gespierde climaxen. En toch: met overrompelende klankboetseringen en dramatische tegenstellingen zette Gatti weliswaar een enerverende Bruckner neer, de onstoffelijke dimensie bleef minder hoorbaar.

    • Joep Christenhusz