Opinie

    • Hugo Camps

Visitekaartje

Gescheiden machten, gescheiden werelden, de opdeling is zo mogelijk nog stringenter in de sport dan in de politiek. Alles wat tot de vermaakindustrie behoort, is vatbaar voor ethisch relativisme. Commercie gaat altijd voor gezondheid en fatsoen. Inrichtende machten horen niet thuis in de begeleiding van sporters en ploegen. Omgekeerd ook niet.

Het drama van Camiel Eurlings is mede het gevolg van afwezigheid van scherpe demarcatielijnen tussen verantwoordelijkheid en ethiek. Het IOC heeft er een gestapeld goulashstoofsel van gemaakt.

Dat een internationale sportorganisatie met de pretentie van koninklijk equivalent een burgermannetje met losse handjes nog zo lang de hand boven het hoofd hield, was een extreme keuze voor isolement. Het heeft niet geholpen, de samenleving spiegelt zich niet langer aan zonnebankbruin salonplebs. Intussen voelde ik me steeds ongemakkelijker worden bij de vraag aan sporters wat zij van het geval-Eurlings vonden. Sven Kramer zit met zijn gedachten bij de 10 kilometer in Pyeongchang, die heeft even geen trek in een polderguerrilla. Wat het IOC niet durft uit te spreken, moet je ook niet aan topschaatsers willen vragen aan de vooravond van de Winterspelen. Zij staan op weerbarstig ijs, niet achter een pluchen tafel.

Nog zo’n aberratie: Sunweb heeft de Dopingautoriteit ingeschakeld om de renners intern te controleren. De wielerploeg neemt de kosten voor het antidopingprogramma voor haar rekening. Herman Ram, directeur van de Dopingautoriteit spreekt van een unieke samenwerking. Teambaas Iwan Spekenbrink is blij met het initiatief van zijn sponsor. Hij zegt met roomse knik in de benen dat hij de sport beter wil achterlaten dan hij ze aantrof bij zijn intrede. Dure woorden.

Van de samenwerking tussen Sunweb en de Dopingautoriteit deugt helemaal niets. Het is een goedkope striptease van zuiverheid. Een Dopingautoriteit is er voor het hele peloton, die kan niet zitten te konkelen bij een van de wielerploegen. De schijn wordt gewekt van geconditioneerde onafhankelijkheid. Dat een Dopingautoriteit zich laat betalen door een sponsor van een wielerploeg heeft de treurigheid van een schnabbel. Einde geloofwaardigheid.

Ooit stond UCI-voorzitter Hein Verbruggen toe dat Lance Armstrong een nieuw apparaat zou bekostigen in de strijd tegen doping. Het was de inzet van een escalatie aan verdachtmakingen die pas is geëindigd bij de dood van Verbruggen. Het halve peloton was ervan overtuigd dat Hein Armstrong de hand boven het hoofd hield in zijn duistere slaloms naar verboden spul. Het waas van een onzuivere cohabitation in het verderf is nooit helemaal weggenomen.

Herman Ram staat graag in de belangstelling. Op persconferenties zie je hem schuifelen van de ene camera naar de andere journalist, de baard immer piekfijn getrimd. Zijn spreken is ingestudeerde autoriteit. Ook goed, maar als de verkoop van onschuld vooropstaat, wordt de autoriteit clownesk. De Dopingautoriteit had zich nooit mogen begeven op het glibberige pad van commercie. Automatisch wordt het gevreesde orgaan dan voorwerp van kwaadsprekerij. Zie ook het getreuzel met de positieve dopingtest van Chris Froome.

Je haalt als respectabele ploeg met wereldtoppers als Tom Dumoulin geen gleufhoeden in huis om het geslacht der engelen te garanderen. Het lijkt op kruipen, en dat heeft Sunweb gezien de uitslagen in het afgelopen jaar niet nodig. De constructie tussen de Dopingautoriteit en de wielerploeg is inteelt van intenties. Een visitekaartje, meer wordt het niet.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver.
    • Hugo Camps