Opinie

    • Caroline de Gruyter

Stemmen voor een pan-Europese lijst

Een Franse europarlementariër, de socialist Gilles Parneaux, heeft laatst een groep opgericht van collega’s die de ideeën van Emmanuel Macron in het parlement gaan pushen. Eind december had hij naar eigen zeggen al 70 europarlementariërs bij elkaar, uit 21 landen. Er zijn liberalen bij, socialisten, groenen en conservatieven. Het klinkt raar, omdat het zo logisch is – maar dit is volkomen nieuw.

Europarlementariërs werken nu samen omdat ze uit hetzelfde land komen, of omdat ze dezelfde politieke kleur hebben. Zo is de Europese conservatieve ‘familie’ nu oppermachtig. Parlementariërs werken weleens samen rondom thema’s, maar incidenteel. Parneaux wil dat meer structureel gaan doen, met thema’s die Macron in zijn Sorbonne-speech noemde. In het tv-programma La Faute à l’Europe noemde de europarlementariër er laatst een paar: migratie, hervorming van de eurozone, veiligheid, klimaatbeheersing.

In Brussel doen velen hier laatdunkend over. In het Europees parlement wordt al jaren geroepen dat dingen anders moeten. Maar werkgroepen komen en gaan, en er verandert zelden wat. Zo is het parlement al tijden bezig met de vraag: wat gebeurt er met de 73 Britse zetels na Brexit? Sommigen willen die zetels schrappen, om te bezuinigen. Anderen willen een aantal van die zetels aan landen geven die zich na de vorige reshuffle benadeeld voelen en een deel reserveren voor een zogeheten pan-Europese kieslijst. Er zijn er ook die alle 73 Britse zetels pan-Europees willen maken.

Het idee van zo’n kieslijst is interessant. Het zou betekenen dat een Nederlander eindelijk op een Ier of Fin kan stemmen en andersom. Elke Europese kiezer zou twee stemmen mogen uitbrengen: één voor een nationale lijst, zoals nu, en één voor de pan-Europese lijst. Kennelijk hebben meerdere politici van gewicht al interesse getoond om zich te kandideren. Een Europese zetel heeft prestige.

Hét probleem in de Europese politiek is dat beleid steeds meer Europese dimensies krijgt (klimaat, economie, terreurbestrijding) terwijl de democratie nationaal is gebleven. Een pan-Europese lijst zou die kloof een beetje dichten. Het zou de Europese politiek ook wat democratischer maken. Over zo’n lijst wordt al decennia gesproken; sinds het verdrag van Lissabon is het ook juridisch mogelijk.

Brexit is een aanleiding om dit eindelijk in te voeren. Maar een parlementaire commissie onder leiding van de Poolse Danuta Hübner gaf in september negatief advies. Wat, zei Hübner, als Brexit niet doorgaat? Zij wil wachten tot Brexit zeker is. Maar dan is het al maart 2019, en de verkiezingen zijn in juni dat jaar. Dan is het te laat om kieslijsten op te stellen.

De lidstaten beslissen er binnenkort over. Misschien komt er een doorbraak, misschien niet. In elk geval is het initiatief van Parneaux een stapje in de goede richting. Hij vergeleek de situatie met Eugène Ionesco’s toneelstuk De Koning Sterft: als de koning blijft weigeren dood te gaan, blijft het koninkrijk in het verleden hangen. Hij moet zijn eigen dood erkennen, anders kan niemand vooruit. De koning, in dit geval, is het vastgeroeste Europese politieke systeem. Het systeem van de nationale partijen en eeuwig dezelfde politieke families. Maar de kloof in Europa is niet meer die tussen landen of politieke families, zegt Parneaux, maar tussen mensen die een modern, veilig, open Europa willen en nationalistische eurofoben die de EU kapot willen maken. Ongetwijfeld worden de nationalisten bij de komende verkiezingen sterker. Dat hoeft geen ramp te zijn, mits constructieve Europeanen eindelijk hun krachten bundelen en thematisch gaan denken. Hetzelfde wat Macron in Frankrijk heeft gedaan, maar dan op Europees niveau. Uitstekend idee.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.
    • Caroline de Gruyter