Raakt Nederland na vertrek Eurlings IOC-zetel kwijt?

Lobby IOC

Na het vertrek van Camiel Eurlings, is Nederland niet meer in het Internationaal Olympisch Comité vertegenwoordigd.

Foto Chris Keulen

Nu Camiel Eurlings vrijdag is teruggetreden als lid van het Internationaal Olympisch Comité (IOC), is het niet vanzelfsprekend dat hij wordt opgevolgd door een Nederlander. Dat hangt sterk af van de kwaliteiten van de kandidaat en de te voeren lobby. Werk aan de winkel voor sportkoepel NOC*NSF dus.

Nadeel in de huidige constellatie is dat Nederland binnen het IOC weinig tot geen invloed meer kan uitoefenen. Rond de eeuwwisseling maakte Nederland met België de dienst uit. De Belg Jacques Rogge was voorzitter en diens Nederlandse vertrouwelingen, wijlen Hein Verbruggen en de toenmalige kroonprins Willem-Alexander, gesteund door Anton Geesink en later Els van Breda Vriesman als derde en vierde IOC-lid, vormden een stevig machtsblok.

Verbruggen en Willem-Alexander – reeds in zijn functie als koning – wendden in 2013 hun invloed nog aan om te voorkomen dat NOC*NSF-voorzitter André Bolhuis IOC-lid zou worden. Zij parachuteerden Camiel Eurlings in het IOC. Diens gebrek aan ervaring als sportofficial werd voor lief genomen. Eurlings’ verleden als minister en toenmalige positie als bestuursvoorzitter van luchtvaartmaatschappij KLM, werden gezien als grote meerwaarde. Het vak van IOC-lid zou hij in de praktijk wel leren, was de redenatie. Een opvatting die onder anderen Rogge deelde. Hij zei dat het IOC juist behoefte had aan leden met kennis van de politiek en het bedrijfsleven.

Waarde niet overdreven

Onder Rogges opvolger Thomas Bach zijn de verhoudingen ingrijpend veranderd. De in 2013 tot IOC-voorzitter gekozen Duitse oud-schermer en jurist zal bij de opvolging van Eurlings sterk op loyaliteit letten. In 2021 zit zijn eerste termijn van acht jaar erop en wil hij voor een laatste periode van vier jaar herkozen worden. Bach wil zich bij elke aanstelling van een nieuw IOC-lid ook verzekeren van steun voor verlenging van zijn voorzitterschap.

Op grond van het Olympisch Handvest kan iedereen die zich capabel acht, zich aanmelden voor een plek in het IOC. Een sterke kandidaat van NOC*NSF maakt de meeste kans. Nadeel is dat NOC*NSF nauwelijks tentakels heeft bij het IOC in Lausanne en niet uitblinkt in lobbyen, tenzij Eurlings op de achtergrond bereid is masserend werk te verrichten. Eurlings was het laatste jaar druk doende NOC*NSF sterker te positioneren.

Ander minpunt voor Nederland is dat de 70 IOC-zetels voor permanente leden ook gebruikt worden voor strategische doeleinden. Voor de mondiale spreiding is het denkbaar dat Bach de vrijgekomen stoel gunt aan een land dat ‘aan de beurt’ is.

Voordeel voor Nederland is zijn positie als groot sportland. Nederland behoort bijna twintig jaar tot de best presterende landen op de Olympische Spelen. Voorheen gold dat een land dat ooit Spelen heeft georganiseerd (Amsterdam 1928) recht heeft op een IOC-zetel. Die regel is onder Rogge afgeschaft. Op de achtergrond speelt die status nog wel mee.

Het IOC onthoudt zich van commentaar over de opvolging van Eurlings. Een woordvoerder wil niet meer kwijt dan dat de beslissing van Eurlings wordt betreurd.