Opinie

Nederland is een kenniseconomie? Investeer dan ook!

Een numerus fixus voor techniekstudies is gek, meent . „We kunnen de banen in de technische sector niet vullen.”

Technische ontwikkelingen veranderen de maatschappij. Denk aan kunstmatige intelligentie die het huishouden overneemt, aan de blockchain-technologie achter de bitcoin. Besef hoe de wereld is veranderd in de afgelopen twintig jaar. Kijk alleen maar naar internet: van eenvoudige websites naar social media naar on-demand-diensten. Nieuwe kansen, die werden en worden gegrepen.

Maar vandaag de dag lijkt Nederland die kansen te laten liggen. Het doet niet mee. Veel van de technische universiteiten kampen met grote capaciteitsproblemen, universitair personeel werkt overuren. Steeds meer opleidingen stellen een numerus fixus in.

En dat is gek. Want naar verwachting kan de helft van de arbeidsplaatsen voor technisch opgeleiden in de periode 2015-2020 worden opgevuld. We laten dus heel veel banen in de technieksector liggen. De oorzaak van het probleem ligt onder meer in de studiekeuze; slechts achttien procent van de eerstejaars kiest voor een technische of exacte opleiding. Daarmee staat Nederland ver onder andere OESO-landen.

De nieuwe staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, Mona Keijzer (CDA), toonde zich vorige maand verbaasd over het bestaan van een numerus fixus bij technische studies. Ze noemde technologie „de grootste motor van onze welvaart” en zag een „schreeuwende behoefte” aan technisch opgeleide mensen.

De onlangs vertrokken rector magnificus van de TU Delft, Karel Luyben, bood inzicht in het probleem. In zijn laatste interview met universiteitsblad Delta zei hij: „Twaalf jaar geleden hadden we twaalfduizend studenten. Nu hebben we er drieëntwintigduizend. Ook het aantal promoties is in die tijd bijna verdubbeld. Met evenveel personeel en ook het overheidsgeld is niet toegenomen. De efficiëntie kan niet eindeloos opgeschroefd.”

Onze huidige technische onderwijsinstellingen kunnen een verdere toename van studenten niet aan zonder grotere investeringen. Maar het nieuwe kabinet lijkt investeren in hoger onderwijs te beschouwen als weggegooid geld. Of het suggereert dat er geen geld beschikbaar is. Terwijl dat toch echt een kwestie van prioriteiten stellen is.

Neem bijvoorbeeld de 1,4 miljard euro die de afschaffing van de dividendbelasting kost. Zeker, dat bedrag is in gedachten al vele malen uitgegeven, door elke belangenorganisatie in Nederland op een andere manier. Maar we doen ons land tekort als we de coalitie laten wegkomen met een investering in buitenlandse aandeelhouders.

Nederland heeft in de internationale economie een goede naam als het om techniek gaat. Het kan die positie uitbouwen. Dan moeten we vooral doen waar we al goed in zijn: leidend zijn op het gebied van technologische innovatie, zoals al gebeurt bij bedrijven als ASML en Adyen. Er moeten meer van zulke kennisbedrijven komen. Maar dan hebben we wel meer technisch hoger opgeleiden nodig.

We noemen Nederland een kenniseconomie, maar weigeren te investeren in kennis. Er is vanuit de arbeidsmarkt een grote vraag naar technisch geschoolde werknemers, maar we kunnen de helft van de banen in de technische sector niet vullen. Dat is onacceptabel. De middelen zijn er namelijk wel. We moeten alleen durven kiezen.