‘Ik zou mijn leven geven voor dit land ’

Protesten Iran

De protesten in meer dan zestig steden lijken af te nemen. De regering doet nu concessies om Iraniërs tegemoet te komen.

Iraanse regeringsaanhangers roepen leuzen tegen de demonstranten en de VS tijdens het vrijdaggebed in een moskee in Teheran. Foto ABEDIN TAHERKENAREH/EPA

‘Jullie lanceerden een revolutie in 1979”, zegt een Iraanse demonstrant in een video die de afgelopen dagen massaal via sociale media is gedeeld. Hij loopt op straat en praat tegen niemand in het bijzonder. Het verkeer raast gewoon door, voetgangers lopen langs zonder acht op hem te slaan. „Jullie wilden gratis huizen, gratis stroom, gratis water.”

Hij steekt zijn vinger in de lucht. „Maar wat doen jullie nu voor jongeren? Ik heb twee bacheloropleidingen. Daar heb ik vijftien jaar van mijn leven aan gewijd. Maar het is moeilijk om te overleven in deze economische omstandigheden. Toen ik protesteerde, sloegen ze op mijn hoofd en scheurden ze mijn kleren. Ik zou mijn leven geven voor dit land. Waarom doen ze met dit aan?”

De Iraanse Samira (28) – spijkerbroek, gouden coltrui, geen hoofddoek – laat de video zien tijdens een interview in Istanbul, waar ze al vier jaar studeert. Ze is net terug van een familiebezoek in Teheran en maakte de protesten van dichtbij mee. Zelf nam ze niet deel want ze was bang dat ze het land niet meer uit zou mogen. „Mijn leven is hier in Turkije.”

Verbaasd was Samira niet toen ze vanuit de taxi in Teheran de demonstraties gadesloeg. „De economische situatie is dramatisch”, zegt ze. „De werkloosheid is hoog, alles is duur. De prijs van eieren is laatst in één week vijf keer zo hoog geworden. Veel jongeren gaan naar de universiteit, maar kunnen daarna geen baan vinden. Mijn zus was na haar studie Engels lange tijd werkloos. Inmiddels geeft ze les, maar van haar salaris kan ze nauwelijks rondkomen.”

„De belangrijkste reden voor de protesten is de slechte economie”, zegt ook de linkse econoom Fariborz Raisdana (65) telefonisch vanuit Teheran. „De economische opleving die zou volgen na het nucleaire akkoord is uitgebleven. De situatie is alleen maar verslechterd. De werkloosheid is erg hoog en de lonen erg laag. Zo’n 70 procent van de arbeiders leeft onder de armoedegrens. Ze verdienen slechts 40 procent van het geld dat hun gezin nodig heeft om te overleven.”

De autoriteiten leken aanvankelijk verrast door de protesten, die begonnen in de oostelijke stad Mashad en zich daarna snel verspreidden naar zo’n zestig steden. Terwijl de hervormingsgezinde president Rohani begrip toonde voor de woede en hij zich uitsprak voor het recht om te demonstreren, zei ayatollah Khamenei dat de protesten het werk waren van de „vijanden van Iran” die „problemen creëren voor het islamitische systeem”.

Plannen in de ijskast

Sinds donderdag lijkt de intensiteit van de protesten af te nemen. De belangrijkste reden is dat de demonstranten – in tegenstelling tot in 2009 – organisatie en leiderschap ontberen. Na de eerste protesten in Mashad gingen veel mensen spontaan de straat op. „Mijn vrienden zijn gaan demonstreren tegen het gebrek aan werk en voor de scheiding van religie en staat”, zegt Samira. „Sommige meiden eisten een einde aan de verplichte hoofddoek. Ze deden tijdens de protesten hun hijab af.”

In een poging de angel uit de protesten te halen, heeft de regering haar plannen om maandelijkse uitkeringen te schrappen in de ijskast gezet. Daar zijn miljoenen Iraniërs van afhankelijk. Ook de verhoging van de brandstofprijs gaat voorlopig niet door. „Er zijn arbeiders die zeggen dat ze al maanden geen salaris hebben gehad”, zei imam Ahmad Khatami tijdens het vrijdaggebed op de universiteit van Teheran. „Deze problemen moeten worden opgelost.”

Econoom Raisdana heeft er weinig vertrouwen in. „De regering heeft zelf de hoogte van het minimumloon bepaald. Rohani is een neoliberaal, wiens beleid alleen gericht is op het aantrekken van buitenlandse bedrijven.” Rohani heeft buitenlandse investeerders nodig om de economie vlot te trekken. Tegelijkertijd probeert hij het zakenimperium van de Revolutionaire Garde in te perken.

Veel demonstranten zien geen verschil meer tussen de hervormers en de hardliners, die al decennia strijden om de macht. De woede richt zich tegen het hele systeem. „Ze vinden dat de hervormers hun valse hoop hebben gegeven met hun beloftes van veranderingen”, zegt Samira. „De jonge generatie is depressief. Ze hebben geen hoop op verandering.”

    • Toon Beemsterboer