'Ik ben honderd procent Formule 1-waardig'

Nyck de Vries, Formule 2-coureur

Nyck de Vries (22) is, net als Max Verstappen, sinds zijn jeugdjaren een belofte voor de Formule 1. Zijn weg ernaartoe is moeizaam en vol politiek. ‘Ik werd in de hoek gezet: nog een jaar daar, of je ligt eruit.’

Nyck de Vries (22) rijdt dit seizoen voor topteam Prema in de Formule 2. „McLaren zei steeds: het maakt niet uit, je komt er wel.”foto Kees van de Veen

‘Had ik tijdens mijn carrière een machtig iemand achter me willen hebben? Natuurlijk! Alles voor de winst. Zo is de racewereld óók: politieke spelletjes en de juiste mensen achter je hebben. Als ik terugkijk naar wat ik allemaal heb meegemaakt, ben ik dankbaar voor alle kansen die ik heb gekregen, maar ik heb ook pech gehad. Ik heb moeilijke tijden gehad. Maar ik zit nu in de beste mogelijke situatie voor komend seizoen, en de toekomst.”

„Het leven van ons gezin heeft altijd om racen gedraaid. Er was veel passie voor auto’s. Mijn vader komt uit een familie met autobedrijven, liep altijd op de werkplaats rond. Hij heeft ook een beetje geracet, zelf een team gehad. Voornamelijk Clio’s. Dat deed hij om zijn eigen races te betalen. We hadden een bus ingericht voor het karten, hij had alle materialen. Hij wist wel enigszins hoe de dingen in hun werk gingen.

„Als je jong bent, wordt er niet naar je gekeken. Je kart in Nederland, België, Duitsland. Dat is jezelf ontwikkelen, je bent nog niet bezig met de toekomst. Natuurlijk had mijn vader wel een plan getrokken. De familie droomde er wel over. Ik denk dat er altijd een richting en een doel voor me is geweest, maar op die leeftijd ben je daar niet actief mee bezig.

‘Mijn vader was bezig me voor te bereiden’

„Het racen was een steeds serieuzer proces waarin ik groeide. Vooral de laatste twee jaar voordat ik dertien werd, op die leeftijd mag je internationaal gaan karten. Je beseft steeds meer dat je je aan het voorbereiden bent op dat moment. Daar stond ik niet echt bij stil, maar ik denk dat mijn vader dat wel in zijn achterhoofd had. Op mijn twaalfde zijn we álle Duitse en Italiaanse circuits afgegaan die ertoe doen. Ik was serieus, gedreven, gedisciplineerd, alleen bezig met wat ik op dat moment deed. Achteraf denk ik: hij was bezig mij voor te bereiden.

„Hij wist ook niet wat de juiste stappen waren. Hij heeft mijn traject niet bewandeld. De meeste jongens die in deze wereld actief zijn, hebben wel een zekere achtergrond, maar de meesten die het écht maken, hebben nóg iets meer achtergrond. Dat Jos [Verstappen] de racewereld al kende, was crúciaal voor Max.

„Wij reden met Zanardi, dat had een Nederlandse dealer. Die man was zelf Europees kampioen geweest en was actief met een jongen op internationaal niveau. Met zijn steun gingen we het eerste internationale seizoen in, in 2008. Ik deed mee aan de wintertests voorafgaand aan het seizoen, de eerste momenten om me te meten met de wereldtop. Elke keer stonden we bovenaan. Eerste wedstrijd van het seizoen: poleposition, alle heats gewonnen. Dan sta je er meteen en denkt iedereen: whoa, wie is dit?

„Op dat moment reed Daniil Kvjat [ex-Red Bull, ex-Toro Rosso] bij Dino Chiesa. Hij was zijn coureur. Omdat wij iets harder binnenkwamen in de karttop, wonnen we meer respect bij Dino en kregen we meer steun. Ik had helemaal niet door dat hij zo’n grote naam was, mijn vader ook niet. Dino is een goeroe in de sport. Lance Stroll [Formule 1-rijder bij Williams] heeft mijn carrière gezien en zich ingekocht bij Dino. Wij hebben het afgedwongen door onze prestaties. Het voelt niet beter dat wij de moeilijke weg bewandelden, het zelf deden. Uiteindelijk telt één ding en dat is de uitslag.

„Toen ik kartte had Lewis [Hamilton] net de overstap gemaakt naar de Formule 1. Hij kwam daar terecht in een gespreid bedje, McLaren was toen wat Mercedes nu is. Er werd een supersterstatus rond hem gecreëerd en hij kon meteen vechten om het kampioenschap [hij won in 2008]. Daardoor waren veel F1-teams weer geïnteresseerd in jonge coureurs. Op dat moment was ik ‘hot’ in het karten en konden we uitzoeken bij wie we wilden tekenen. Red Bull, Ferrari, we spraken met verschillende managements. Via Dino kwam het contact met mijn latere manager Anthony Hamilton [vader van Lewis] en McLaren.

‘Ik ben altijd alleen geweest’

„Mijn allereerste ontmoeting met het team was in Monza, september 2009. Martin Whitmarsh [toen bestuursvoorzitter van McLaren Racing], Anthony, Lewis, mijn vader en ik. Daarna werden we uitgenodigd in Woking [thuisbasis McLaren] en lieten ze weten geïnteresseerd te zijn mij te contracteren. Onze voorkeur ging uit naar McLaren, omdat ze loyaal overkwamen, zich richtten op één rijder. Ze gaven ons het gevoel dat ze écht met ons wilden samenwerken.

„Mij is altijd gezegd dat ze de intentie hadden me te laten debuteren in de Formule 1. Op het moment van tekenen gingen we uit van een termijn van vijf, zes jaar. We hadden verwacht dat McLaren mij de beste middelen zou geven om maximaal te presteren.

„Ik ben altijd alleen geweest. Mijn vader werd al meteen buitenspel gezet. Dat is in het begin heel lastig geweest. Hij vond het moeilijk te accepteren dat hij niet meer de controle had. Hij zag iets wat hij succesvol had gemaakt, ten onder gaan.

„Na mijn laatste kartseizoen, waarin ik wereldkampioen werd, hadden we een meeting over het volgende seizoen. Ik had al met drie verschillende Formule Renault 2.0-teams getest, door McLaren georganiseerd. Zij kozen voor me. We zouden bespreken waar ik mijn debuut zou maken. Bij die meeting was ook Frédéric Vasseur aanwezig en die had een link met een van de drie teams, R-Ace GP. Hij was vrienden met Martin [Whitmarsh], dus ik wist wel waar de voorkeur van McLaren naar uitging. Maar het was niet in mijn belang. Het team bestond één seizoen, had één podium behaald – that’s it. Dan heb je een tweevoudig wereldkampioen karten, die Sainz [nu Renault], Kvjat, íédereen versloeg en plaats je hem in het meest middelmatige Formule Renault-team dat ze konden uitzoeken.

„We wisten beiden dat dit niet de goede beslissing was. We waarschuwden wel: ‘ik weet niet wat jullie verwachten, maar zo kan ik niet vechten om het podium’. Maar je hebt ook niet de ballen om te zeggen: ik ben het er niet mee eens. Dat had ik wel moeten doen. Max heeft het tegenovergestelde gedaan, die heeft samen met Jos áltijd zijn mond opengetrokken. Ik mag Max heel erg graag, ken hem heel goed. Maar als je het puur over de kansen hebt om in de Formule 1 te komen, wijkt zijn pad af van de norm.

„McLaren zei steeds: het maakt niet uit, je komt er wel. Het stoeltje in de Formule 1 was gegarandeerd, ook al stond dat niet op papier. ‘Blijf je maar ontwikkelen, doe maar rustig aan’. Het voelde ook zo. Ik werd niet voorbereid op een manier waardoor ik het gevoel had: oké, ik moet écht presteren. Ik had geen pistool tegen mijn hoofd. Alles ging rustig aan, er is nooit een push geweest.

„Het eerste jaar in de Formule Renault, een logische klasse om te beginnen, werd ik vijfde in het kampioenschap en beste rookie. Ik versloeg mijn teamgenoot Pierre Gasly [nu Toro Rosso]. Achteraf denk ik: als ik nou in een team had gezeten waarin ik mezelf meteen had kunnen laten zien, had ik om het kampioenschap gevochten.

„McLaren had ingezien dat het team minder was dan zij hadden verwacht. Mijn tweede seizoen in de Formule Renault, bij Koiranen, begon slecht, maar daarna kwamen de podiumplekken en overwinningen. Ik had mezelf op de kaart gezet. Maar toen kwam een conflict tussen Martin en Ron [Dennis, baas McLaren], want Ron was ontevreden over de prestaties van het Formule 1-team en wilde de touwtjes weer in handen. Ik was op dat moment naar Spanje voor een gratis test in de Formule Renault 3.5. Ron zou nota bene persoonlijk voor de banden betalen. ’s Avonds werd ik gebeld: als ik de test zou doen, zou het negatieve gevolgen hebben voor mijn carrière. Er kwam geen uitleg.

„Ron wilde mij het jaar erna in de Formule 3, dat was ook mijn intentie toen ik voor een gesprek Martins kantoor inging. Ik werd in de hoek gezet en ze zeiden: nog een jaar Formule Renault 2.0, of je ligt eruit. Ik werd gebruikt in het politieke gevecht tussen Martin en Ron.

„In die periode dacht ik voor het eerst: wat is er nog meer? Ik was geen puber geweest, had eigenlijk geen vrienden en vriendinnen. De racewereld is een bubbel. Ik begon in Sneek aan havo/vwo, zou vwo gaan doen, maar was al na een halfjaar door mijn snipperdagen heen. Mijn vader, mijn zusje en ik – mijn ouders scheidden toen ik twee was – verhuisden naar Padova in Italië, mede om de leerplicht te vermijden en de Wereldschool te kunnen doen.

„Terug in Nederland, ging ik vanaf mijn zeventiende, ingegeven door de buitenwereld, mijn sociale leven opbouwen. Bij vrienden had ik het gevoel dat ik iets miste, iedereen ging studeren, een diploma halen. Ik niet. Dan voelde ik me soms minder. De eerste vraag in gezelschap was altijd: wat studeer je? Als je dan zegt: niets, is de eerste gedachte bij mensen: ‘hoezo? Die jongen moet dom zijn’. Nu ben ik daar overheen. Ik dacht dat iedereen zijn best deed, maar het gros van de studenten maakt er een feestje van. Ik ben gaan inzien dat ik me niet minder hoef te voelen dan zij.

„Na het derde jaar Formule 2.0, waarin ik twee keer kampioen werd, ging ik naar DAMS in de Formule 3.5, een Frans team. Ik wilde zelf bij het Britse Fortec tekenen, omdat mijn ervaring met Franse teams zo-zo was. Heel erg theoretisch, alles nummers en simulaties. Overanalyseren doe ik zelf ook al, dus bij mijn karakter is zoiets gevaarlijk.

„Bij DAMS werd ik dat seizoen derde en beste rookie. Toch heb ik het gevoel dat we er als team niet het maximale uit hebben gehaald. Het liefst had ik er nog een jaar gereden, want de kans was groot dat ik dan had mee kunnen doen om het kampioenschap. De klasse was een kweekvijver voor de Formule 1, zoals de GP2 [nu Formule 2] die nu is: Carlos Sainz, Kevin Magnussen [Haas] werden er kampioen. Maar de klasse verviel.

‘Ik overwoog van het pad af te wijken’

„McLaren zat in moeilijke tijden, omdat de prestaties in de Formule 1 slechter werden. Ik kon alleen in de GP3 rijden, maar kwam in een team – ART – terecht waarvan de eigenaar ook manager was van een coureur, Charles LeClerc [nu Sauber]. Een beetje dubieus.

„Eind 2016 verkocht Ron verkocht zijn aandelen in McLaren, Zak Brown kwam. Hij had zijn eigen protégé, Lando Norris. Zijn vader bracht zelf geld mee en door McLaren werd bezuinigd. Mijn financiële steun viel weg. Mijn doel voor 2017 was de Formule 2, maar op de achtergrond was ik me aan het voorbereiden, mocht ik van dat pad moeten afwijken. Ik testte in de DTM, reed bijna een Formule E-race. Zonder die late deal met Rapax in de Formule 2, had het er misschien anders uitgezien.

„Met minimale middelen heb ik daar het maximale uitgehaald [o.a. winst in Monaco]. Door de manier waarop het jaar, ook met de tussentijdse overstap naar Racing Engineering, zich heeft ontvouwen, heb ik een kans afgedwongen bij Prema en is mijn carrière nieuw leven ingeblazen.

„Ik ben McLaren dankbaar voor de kansen die ze me hebben gegeven. Zonder hen was ik niet waar ik nu ben. Ik voel me nog steeds deel van de familie, doe meer voor ze dan ooit. Ik neem ze niet kwalijk wat er is gebeurd. Mijn pech is dat ik op het hoogtepunt ben ingestapt, alle jaren daarna waren moeilijker. De Formule 1-prestaties gingen omlaag en dat had een effect op het hele bedrijf. Daar ben ik slachtoffer van geworden.

„Ik ben honderd procent Formule 1-waardig, val in een rijtje met Sainz, Kvjat, Gasly, Ocon. Dezelfde generatie als ik. Ik heb tegen ze geracet, van ze gewonnen. Leeftijd is maar een nummer, ik ben niet bezig met een houdbaarheidsdatum. Natuurlijk, als je op je 27ste je debuut nog moet maken, moet je geluk hebben. Ik wil mijn kans afdwingen door kampioen te worden in de Formule 2 dit jaar, zodat niemand meer om me heen kan. Gasly, Stoffel Vandoorne [McLaren], Jolyon Palmer [ex-Renault], alle kampioenen hebben een plekje gekregen. Dus daar ga ik dan ook maar van uit.”

    • Frank Huiskamp