Recensie

Fijn, er is nog iets gewóón aan die auto

Een kleinere kerstboom maar met meer ballen, zo moet u de de Volkswagen Polo 1.0 zien, schrijft .

Jaja, we nemen het er weer van. De telefoon is draadloos bij te laden via een plateautje in het bergvak vóór de versnellingspook. De rechterspiegel buigt omlaag bij achteruit inparkeren, voor beter uitzicht op trottoirranden die de achteruitrij-camera niet ziet. De ‘statische bochtverlichting’ laat de led-koplampen meedraaien met de rijrichting – hoe dat statisch kan moet u VW maar vragen.

Noblesse oblige: zeventraps DSG-automaat, temperatuurgeregelde airconditioning met twee klimaatzones. Adaptive cruise control die automatisch remt voor tragere voorgangers, tiptoetsen en spraakbediening voor het multimediasysteem. Aansteker en asbak, wat zullen we nu hebben, dodelijke meerprijs 18 euro.

Verder beleven we ambiance. Vanaf het dashboard loopt een lijntje led-sfeerverlichting tot boven de verlichte deurgrepen in de deurpanelen door. Zelfs keyless access zit erop. Nader de auto met de sleutel in je zak en sesam opent zich, omdat jij het bent.

Nounou, dat zal een lieve duit kosten. Wel, dat kost 28.000 euro, niet veel meer dan de gemiddelde aanschafprijs voor een nieuwe auto.

Maar het is dus een Polo, het klassieke nette kleintje van VW, opium van het volk sinds 1975.

Wablief? Achtentwintig voor een Polo?

Nuance: hij is er al voor iets boven de vijftienduizend euro. Testauto’s zijn per definitie patjepeeërs. Daar zit alles op om te laten zien dat ze het hebben. Hoewel: hij is niet eens full options. De woordvoerder van de importeur verontschuldigt zich bijna voor het feit dat ik me met analoge klokken moet behelpen, terwijl ze ook een digitaal dashboard kunnen leveren. In een Polo! Ik dank god op mijn knieën, is er nog iets gewóón aan die auto. En passant hoor ik een loftrompetje over de adaptieve demping schallen, een primeur in deze klasse. Daarmee kan, voor de ruigere kopers, het onderstel straffer worden afgesteld, opdat zij harder door de bocht kunnen. En een schuifdak?, vraag ik hoopvol. Sorry, vergeten.

Ik durf niet verder te vragen. Straks blijken me ook nog een champagnekoeler en handgestikte lederen bekleding door de neus te zijn geboord. Dan staat de wereld pas echt op zijn kop.

Fanatiek gestreken pantalon

Vanuit mijn keukenraam neem ik hem op, de fel oranje vierdeurs met de strakke, scherpe taillelijnen van een iets te fanatiek gestreken pantalon, gedragen door 17 inch lichtmetaal met de naam Bonneville.

Zoals hij daar staat, is zijn prijs minder grotesk dan je zou denken. Hij is zo groot als een Golf van drie generaties terug. Iets minder exotisch opgedoft zou hij relatief marktconform 23 mille kosten. Misschien moet je hem zien als de iPhone SE, een kleinere met de allure van een grotere. Misschien volgt hij een trend van consuminderend consumeerderen: kleinere kerstboom met meer ballen. De Polo-klasse wordt het Amsterdam-Zuid van Madurodam.

Niettemin: wat is de wereld van de kleine beurs toch overkomen? Fossielen van mijn generatie, of studenten die in de jaren negentig voor een krat bier de laatste doorgerotte exemplaren kochten, herinneren zich de eerste Polo’s nog. Volkswagen was destijds het gierigste, chagrijnigste merk van de wereld. Met een klokje mocht je je handen dichtknijpen. Verder was het, tot de roest kwam, oerdegelijk Duits afzien in die rammelkastjes. Ik heb nog iemand gekend met de basis-Polo van 1981, 900 cc, 45 pk, jichtig schakelende vierbak. Hij maakte een teringherrie. Het liet de eigenaar koud, het was maar een Polo.

De nieuwe Polo is met één cilinder minder, nauwelijks meer cilinderinhoud en 95 pk stil en kwiek, behalve bij lage snelheden, wanneer de te vroeg opschakelende automaat hem irritant laat reutelen. Er is geen enkele reden naar de motor met 115 pk uit te wijken, of naar de 200 pk sterke GTI die ook komt, zijn ze nou helemaal belazerd? Het comfort is ver boven zijn stand.

Misschien is hij in zijn Audi-smoking wel zichzelf gebleven. Vroeger democratiseerde hij de auto, nu de grotemensenluxe. Hij is nog steeds degelijk, hij is nog steeds zuinig. Na 360 kilometer is de veertig-litertank zelfs iets meer dan halfvol. Het verbruik over de laatste 200 kilometer met veel stadsverkeer en een stevige rijstijl bedraagt 1 op 17,5. Het goddank uitschakelbare start/stop-systeem dat aan die zuinigheid het zijne bijdraagt, is er niet minder irritant om. Het reutelt bij het starten, geeft ongemak en vertraging bij het wegrijden voor een stoplicht. Bij het uitschakelen wordt de stuurbekrachtiging abrupt vergrendeld met de onwrikbaarheid van een stuurslot, storend. Verder is de ruimte achterin niet overweldigend. Maar je rijdt wel iPhone. In het klein, maar bomvol ballen.