Opinie

    • Paulien Cornelisse

Defensief lachen

Stel, je maakt een kinderserie. Voor peuters. Dan wil je natuurlijk uitstralen dat het leven leuk is en alleen maar leuker wordt. Dat snap ik wel en daar sta ik ook achter. Dus zit een peuterserie meestal vol met blije wezens die graag met elkaar spelen. Thuis kijken wij af en toe een peuterserie waarin een konijn en een buitenaards wezen een vriendschap met elkaar hebben gesloten. Het konijn en het buitenaardse wezen spelen met elkaar, bijvoorbeeld door zichzelf onder de moestuin van moeder te toveren, om vervolgens van onderaf de in de moestuin aanwezige preien naar boven te schieten met behulp van ‘alien-magie’. Tuurlijk, why not. Het is misschien niet echt een accurate representatie van hoe de rest van je leven zal zijn, maar het brengt wel iets over van levenslust.

Tot zover alles duidelijk. Maar waarom is er bijna geen peuterserie te vinden waarin niet voortdurend gegiecheld wordt? Er is ergens iemand die bepaalt dat peuterseries niet alleen vrolijk moeten zijn, maar dat de karaktertjes ook de hele tijd moeten lachen. Persoon 1: „Zullen we samen spelen?” Persoon 2: „Ja, goed.” Samen: „Hahaha!” Waar is de grap? Nergens. Dit graploze lachen heeft iets wanhopigs, en iets defensiefs. Alsof je gevangen bent genomen door een vreemd volk waarvan je de taal niet spreekt. Gaan ze je koken en opeten? Of bedoelen ze het goed? Voor de zekerheid maar veel lachen, mensen! Ha, ha, ha.

Nu zou het kunnen zijn dat dit inderdaad is hoe peuters de wereld zien: je bent overgeleverd aan een volk dat je niet helemaal begrijpt, de volwassenen namelijk. Toch is dit niet zoals het is. Real-life peuters lachen wel veel, maar altijd om dingen die grappig zijn, op een niet-enge manier onverwacht.

Als je eenmaal gewend bent aan het constante gelach in peuterseries, valt ineens op hoe fel-realistisch de Jip en Janneke-verhaaltjes zijn. Ik had ze een jaar of 35 niet ingekeken, maar nu weer wel (dagelijks). Mijn hemel! Je slaat dat boek op een willekeurige pagina open en je valt met je neus in een woede-aanval, een ternauwernood bedwongen ruzie of een boze moeder. In mijn herinnering was het een heel vredig boek. Het is smullen, overigens. Ook al komt er geen betoverde prei in voor.

Paulien Cornelisse is cabaretier en schrijver.
    • Paulien Cornelisse