Arbeidsgehandicapte klem tussen wet en goede bedoelingen

Kwestie Moorlag Kamerlid Moorlag (PvdA) moet van het partijbestuur weg omdat hij de ‘schijnconstructie’ bij het sociaal werk in Assen gedoogde. Was dat zo?

Bij Alescon heerst ongelijkheid tussen werknemers. Om banen te redden, zegt het bedrijf. De FNV bestrijdt dat. Foto’s Sake Elzinga

Alle medewerkers zien er hetzelfde uit, in de grote steriele inpakhal van het sociale werkbedrijf Alescon in Assen. Een tiental verstandelijk of mentaal gehandicapten is er aan het werk in witte jassen, met blauwe haarmutsjes en plastic handschoenen. Voorzichtig stoppen ze chocoladesnoepjes in goudgerande kartonnen doosjes.

Toch is er een belangrijk onderscheid: inpakkers die hier voor 2011 kwamen werken, hebben een vast contract. Wie daarna kwam, is in dienst van een uitzendbureau waar Alescon eigenaar van is. De inpakkers met een vast contract hebben wél recht op een eindejaarsuitkering, extra seniorenverlof en volledige doorbetaling als ze ziek zijn, hun collega’s met een uitzendcontract niet, ook al doen ze precies hetzelfde werk.

Die constructie is verboden, oordeelde een kantonrechter vlak voor Kerst, in een zaak die de vakbond FNV had aangespannen. De uitspraak leidde tot een almaar groeiende politieke rel rondom Tweede Kamerlid William Moorlag (PvdA), directeur van Alescon tussen 2015 en 2017. Hij had de uitzendconstructie niet zelf bedacht, maar liet hem wel voortbestaan, is de kritiek. En juist de PvdA is altijd fel tegenstander geweest van dit soort ‘schijnconstructies’.

Daarom kan Moorlag niet aanblijven als Tweede Kamerlid, vindt het partijbestuur. Moorlag zegt dat hij niks fout heeft gedaan; de PvdA is een intern onderzoek gestart naar zijn handelen en positie.

Het is onduidelijk of ook andere werkplaatsen deze uitzendconstructie gebruiken. Koepelvereniging Cedris zegt daar geen signalen van te hebben, maar start er wel een onderzoek naar.

Geen spijt

De discussie over Moorlag en Alescon is uit de hand gelopen, zegt waarnemend directeur van Alescon Anneke Waanders in haar kantoor. Het bedrijf zit in een gloednieuw gebouw tussen oude loodsen op een industriegebied in Assen. Alescon is altijd open geweest over deze constructie, zegt Waanders, en heeft altijd zijn goede bedoelingen uitgelegd. „Ik vind het heel sneu voor William.”

Alescon heeft nog altijd geen spijt van de uitzendconstructie. Het bedrijf is er zelfs trots op dat het in tijden van bezuinigingen en lange wachtlijsten méér gehandicapten een baan kon geven – dankzij de goedkopere uitzendbanen. Alescon heeft hoger beroep aangetekend.

Tot voor kort werd Alescon geroemd om zijn vernieuwende en ondernemende werkwijze. Als een van de eerste sociale werkbedrijven hielp ze commerciële bedrijfjes opzetten waar gehandicapten konden werken. Alescon werd bijvoorbeeld eigenaar van een hoveniersbedrijf en een inpakbedrijf en het besloot de kringloopwinkel van Assen als mede-eigenaar uit te baten.

Roelof Doldersum (65) uit Zuidwolde was in augustus de eerste met een vijftigjarig jubileum. Al een halve eeuw werkte hij bij Alescon – dat nog niet zo heette toen hij zijn vaste contract kreeg. Bij zijn jubileum kwam de wethouder langs, stond hij opeens in het ‘Dagblad van het Noorden’. Van zijn collega’s kreeg hij een zakje wasknijpers cadeau, het eerste voorwerp dat hij ooit maakte. In november ging hij met pensioen – hij hoopt dat hij dit jaar nog wel mee mag op het jaarlijkse bedrijfsuitje.

Ook andere sociale werkplaatsen proberen hun werknemers buiten hun eigen muren aan het werk te helpen. Maar Alescon ging daar met de eigen bedrijfjes net een stapje verder in. Zoals directeur Waanders het zegt: „Wij zijn nooit vies geweest van een beetje eigenwijs handelen.” Met succes. Elders in het land stonden gehandicapten soms drie jaar op de wachtlijst voordat ze een werkplek kregen. Alescon had een bijzonder „hoog uitstroompercentage”, schreven Asscher en Klijnsma eind 2012 in een brief aan de Tweede Kamer. Dat was volgens de PvdA-bewindslieden mede te danken aan hun „ondernemerschap”.

In dat „eigenwijze” handelen ging Alescon te ver, volgens de kantonrechter. Het was niet fout dat Alescon mensen in dienst nam van hun uitzendbureau. Het was wél fout dat die mensen weer werden teruggeplaatst bij Alescon zelf – om op de kosten te besparen. „Fraai is het niet”, zegt directeur Waanders daar nu over. „Maar op zich zou ik het zo weer doen, want het was kiezen tussen twee kwaden.”

Alescon wilde zo veel mogelijk mensen aan het werk helpen, vóórdat de Participatiewet in 2015 in werking ging. De VVD en de PvdA hadden daarin namelijk geregeld dat gehandicapten niet meer zomaar bij sociale werkplaatsen terecht konden, maar zo veel mogelijk bij ‘gewone’ werkgevers aan de slag moeten.

Maar die gewone werkgevers zitten vaak niet te wachten op werknemers met een beperking, dachten de mensen in het veld. Dat blijkt nu ook uit de cijfers. Gehandicapten die voor 2015 nog géén plek hadden gevonden op een sociale werkplaats, zijn op grote schaal werkloos gebleven. Van de mensen die eind 2014 nog op de wachtlijst stonden, had bijna 80 procent na twee jaar nog geen baan bij een gewone werkgever, bleek onlangs uit onderzoek van de Inspectie SZW. Bij de 20 procent die wél een baan vond, ging het meestal om een tijdelijk of flexibel contract.

Wie komt werken bij Alescon, mag eerst verschillende plekken uitproberen. Een weekje in de kantine, een weekje bij de assemblage. Niet elk werk is goed voor iedereen. In de kantine is weinig structuur. Mensen kunnen bijvoorbeeld zeggen: mijn broodje is niet goed. Niet iedereen kan reageren op zulke onverwachte situaties. Mensen met het syndroom van Down vinden het juist vaak fijn om heel lang achter elkaar hetzelfde te doen. En wie een longaandoening heeft, kan vaak het beste werken in de voedselhal, omdat de lucht daar zo schoon is.

Bij sommige andere sociale werkplaatsen in het land is verbazing over de commotie rond Alescon. „Ik begrijp hun overwegingen heel goed”, zegt Els Uijting, directeur van PAUW Bedrijven, met locaties in onder meer Breukelen en Nieuwegein. „Zij konden zo veel mensen aan het werk helpen en daar vind ik veel voor te zeggen. Zeker nu veel mensen zonder baan komen te zitten op een reguliere plek.” Ze zet „grote vraagtekens” bij de rechtszaak die de FNV is gestart. Haar eigen bedrijf heeft niet zo’n uitzendconstructie gebruikt als Alescon, zegt ze. „Waren wij roomser dan de paus, door zo recht in de leer te zijn? Ik weet het niet. In onze regio was de wachtlijst ook niet zo groot.”

Uijting vindt dat de politiek het vooral moet hebben over de grote groep gehandicapten die sinds de Participatiewet vergeefs een baan zoekt. „Die mensen luisteren naar deze discussie en snappen er niks van. En ze hebben groot gelijk.”

In 2011 informeerde Alescon de vakbonden FNV en CNV nog over het opzetten van het uitzendbureau. Niemand maakte bezwaar. Ook het bestuur van Alescon, bestaande uit de wethouders van zes Drentse gemeenten, was akkoord. Al die tijd heeft Alescon nooit een geheim gemaakt van de uitzendconstructie. In het jaarverslag van 2012 staat letterlijk: „Alescon neemt geen mensen meer aan in het eigen bedrijf via een dienstverband/ arbeidsovereenkomst.”

Pas in 2016 werd de constructie omstreden, toen Gea Lotterman als FNV-bestuurder actief werd op dit onderwerp. Zij protesteerde tegen de ‘schijnconstructie’ en spande een rechtszaak aan.

Dat de FNV niet eerder aan de bel trok is irrelevant, volgens Lotterman. Ze begon een onderzoek na tips. Eerder had de vakbond niet in de gaten dat dit uitzendbureau werd gebruikt voor een schijnconstructie, zegt ze.

De argumenten van Alescon noemt Lotterman een „broodje aap”. „Als jouw werkgever straks zegt: ik ga jullie allemaal 10 procent minder betalen zodat ik meer mensen kan aannemen, dan slaat dat toch ook nergens op?” De koepelvereniging voor sociale werkplaatsen Cedris veroordeelt het gebruik van een uitzendconstructie als dat alleen is om sobere arbeidsvoorwaarden te kunnen aanbieden. Ook de belangengroepering voor gehandicapten en chronisch zieken Iederin vindt dat niet kunnen. „Al zijn de bedoelingen goed”, zegt directeur Illya Soffer.

Cor Berendsen (63) werkt al 25 jaar bij Alescon. Na een carrière bij uitgeverij Kluwer kwam hij door rugproblemen uiteindelijk toch bij de sociale werkvoorziening terecht. Daar werkt hij nu bij de financiële administratie. Niet in de grote hallen, maar op kantoor bij de directie. Hij werkte er ook met Moorlag, wat hem betreft een prima vent. De discussie van nu bevalt hem niks. „Er is een sfeer van: barbertje moet hangen.”

Hangende het hoger beroep moet Alescon van de rechter binnen acht weken het geld uitbetalen dat medewerkers met uitzendcontract zijn misgelopen. Het gaat om 2 miljoen euro. En als Alescon het hoger beroep wint? Wordt dat geld dan teruggevorderd van de gehandicapten? „Zo’n situatie willen wij natuurlijk niet”, zegt een woordvoerder. „Dat wordt een uitdaging.”

Commentaar O&D pagina 2
    • Milo van Bokkum
    • Christiaan Pelgrim