‘Voor elke wijk een eigen conciërge’

Stadsinitiatief Rotterdam

Jos Verveen heeft na zijn gedwongen vertrek bij D66 een nieuwe partij opgericht. Hij wil een digitaal referendum voor grote besluiten in de stad.

Raadslid Jos Verveen tijdens een debat over Feyenoord City, destijds voor D66. Foto Jerry Lampen/ANP

Het vorige maand uit D66 gezette raadslid Jos Verveen (49) is zijn eigen partij gestart: Stadsinitiatief Rotterdam. De naam verwijst naar zijn idee dat hij tijdens zijn bijna achtjarige lidmaatschap van de Rotterdamse raad namens D66 inbracht: een grote pot met geld waarop alle Rotterdammers met een goed initiatief voor de stad eenmalig aanspraak kunnen maken. Daarna moet het initiatief op eigen benen kunnen staan.

Voorbeelden van initiatieven uit de regeling die hij in de periode 2010-2014 van de grond kreeg, zijn de Luchtsingel over de Schiekade dat de horecagebieden bij het Schieblock en de Hofbogen verbindt, de Schaatsbaan in Kralingen en de nog te realiseren surfgolf Rif010 in de gracht voor het Steiger in het centrum. Tijdens de tweede bestuursperiode (2014-2018) veranderde de regeling naar startsubsidie voor tientallen kleinere projecten zoals voor Hockey Club Delfshaven en het bedrijf Broodnodig dat biogas wint uit oud brood dat onder meer op straat gevonden wordt.

„Mijn doel is altijd geweest om 1 procent van de Rotterdamse begroting beschikbaar te maken voor plannen en ideeën van Rotterdammers zelf”, zegt Verveen. Hij hoopt een groot electoraat aan te spreken van „Rotterdammers die hun schouders onder de stad willen zetten”. Daarvoor heeft hij bij de verkiezingen minimaal 5.000 stemmen nodig. „Ik ga pas uit de politiek als me dat gelukt is.”

Op dit moment staat de geldmeter voor stadsinitiatieven op 0,1 procent. Dat komt neer op zo’n drie miljoen euro per jaar. „Hoewel ik dat te weinig vind, heeft dat ook al veel projecten opgeleverd.” Ook in de sociale sfeer, zoals Granny’s Finest, een onderneming die is opgezet om eenzaamheid onder ouderen te bestrijden. Daarbij breien oudere dames samen in een gezellige omgeving truien en sjaals die verkocht worden.

Elitair

Kritiek is dat de initiatieven elitair zijn. „Laaggeletterden kunnen geen plan indienen”, zegt lijsttrekker Judith Bokhove van GroenLinks. „Omdat ze niet kunnen lezen en schrijven.” Zij vindt dat ambtenaren moeten zorgen voor projecten in de wijk. Initiatieven van buurtbewoners kan de gebiedscommissie betalen.

Maar dat is volgens Verveen onzin. „Rotterdammers die nu geld vragen voor hun plannen via de gebiedscommissies moeten ook kunnen lezen en schrijven. Dus dat levert geen verbetering op.”

Verveen wil daarom dat elke van de 71 wijken van de stad een eigen conciërge krijgt. Die moet bewoners helpen de weg te vinden in de gemeente. „Iemand met een kantoortje in de wijk bij wie alle bewoners met eenvoudige vragen terecht kunnen: zoals hoe ze een traplift voor een buurvrouw kunnen aanvragen die slecht ter been is. Daar kunnen ze ook bespreken hoe ze een initiatief voor hun wijk of straat kunnen indienen.”

Ook wil Verveen dat Rotterdammers zich twee keer per jaar uitspreken over grote besluiten in de stad door middel van een digitaal referendum. De onderwerpen moet de gemeenteraad vaststellen door middel van een stemming.

Een voorbeeld is de bouw van het nieuwe voetbalstadion aan de Maas dat 365 miljoen euro kost, onderdeel van een groter plan voor huizenbouw en gebiedsontwikkeling om de toegankelijkheid van Rotterdam-Zuid te verbeteren. De financiële onderbouwing daarvan klopt volgens Verveen niet. Daarom stemde hij tegen de bouw van het nieuwe stadion, terwijl de andere vijf leden van zijn voormalige D66-fractie voor stemden. Die zetten hem daarna uit de fractie, waardoor er geen meerderheid meer is voor de coalitie van D66, Leefbaar en CDA.

Stadion

Omdat hij zijn zetel niet opgaf, zegde D66 zijn partijlidmaatschap op. Daarna richtte hij zijn eigen partij op zodat hij kan doorgaan met het verwezenlijken van zijn doelen. „Het risico dat de gemeente voor extra kosten van het stadion moet opdraaien, is te groot”, zegt Verveen. Ook wil hij af van de investering van de gemeente van 40 miljoen euro in aandelen in het nieuwe stadion. „Waarom moet de gemeente geld steken in een stadion van een voetbalclub? Dat is geld van de belastingbetaler.”

Komend jaar besluit de gemeenteraad of de financiële voorwaarden waaronder dit stadion gebouwd wordt aan de eisen voldoen. Als het antwoord ‘nee’ is, is het de vraag of de bouw ervan wel door kan gaan. Dat kan een reden zijn om op de partij van Verveen te stemmen, zegt hoogleraar politicologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, Rinus van Schendelen. „Veel Feyenoorders willen dat nieuwe stadion niet. Die willen de Kuip houden.”

Maar zo zit Verveen er niet in, zegt hij. „Ik heb mij nooit uitgesproken voor nieuwbouw of renovatie. Ik vind alleen de kosten van het stadion van Feyenoord City te hoog. Als dat verlies maakt, draait de voetbalclub daar voor op en moet de gemeente met vele miljoenen bijspringen om een faillissement te voorkomen. Dat moet je niet willen.”