Opinie

    • Maarten Schinkel

Schuld en boete in de eurozone

Moet je de schuld van lidstaten zonder genade opeisen (eigen schuld), of kwijtschelden? Misschien tonen de verschillende opvattingen hierover wel de diepste groef die door de eurozone heen loopt.

Een erg Duits feestje deze week: de nationale schuldklok, waarop de staatsschuld elke seconde verspringt, loopt terug. Er komt niet meer elke seconde een bedrag bij, maar er gaat nu elke tel wat af. Maar of dat nu werkelijk goed nieuws is, daarover is de discussie nog niet besloten.

Internationaal hebben Duitsers een vreemde, dubbele status. Enerzijds is er bewondering voor de hoogwaardige industrie en de exportmachine die op volle toeren draait. Er is het bejubelde gezel-systeem waarin jonge mensen in het vak worden opgeleid dat zij later zullen gaan uitvoeren. En de overheidsfinanciën zijn keurig op orde.

Tegelijkertijd wordt gewezen op de schaduwkanten: achterblijvende investeringen in vooral infrastructuur, het enorme Duitse overschot op de handels- en betalingsbalans en de weigering om de overheidsfinanciën actief in te zetten als demper tijdens de grote financiële crisis. Is het niet treffend dat het woord voor ‘schuld’ in het Duits zowel een financiële als een morele betekenis heeft? In veel andere talen zijn daar twee verschillende woorden voor.

Op reportage in Italië (debito, colpa) werd afgelopen zomer duidelijk dat dit verschil ook in de eurozone speelt: in Zuid-Europa, zei men daar, wordt iemand die aan schulden ten onder dreigt te gaan uiteindelijk geholpen. In het noorden niet: daar moet worden geleden tot er is afgelost, of tot de ondergang. Schuld maakt schuldig.

Er bestaat geen parallel universum waarin een ander beleid had kunnen worden getest

De moraal: wij hebben het hier vaak over ‘onder de rivieren’, waar het grote ritselen begint en schaamte een grotere rol speelt dan schuld. Maar zij daar praten op hun beurt met evenveel recht over ‘boven de rivieren’, waar de onwrikbaarheid begint en het menselijk feilen onder het vloerkleed wordt geveegd.

Misschien is dit wel de diepste groef die door de eurozone heen loopt. Moet je de schuld van Griekenland zonder genade opeisen (eigen schuld), of kwijtschelden? Laat je als bank die kwakkelende cliënt kil failliet gaan, of verleng je die lening toch maar weer? Dat kan voor een deel het verschil verklaren in de hoeveelheid slechte leningen op de noordelijke of zuidelijke bankbalansen.

Moraal speelt een rol in de economie, zo onderschreef ook Financial Times-columnist Gideon Rachman onlangs in een stuk waarin begrip doorklonk voor de Duitse opstelling. Maar in grote delen van de economische wetenschap stuit dat op een probleem. Daar is overheidsschuld geen moreel begrip, maar een instrument, dat moet worden ingezet bij het management van de conjunctuur. En volgens die zienswijze is Duitsland schromelijk tekortgeschoten. Samen met Nederland overigens. Beide landen zouden, door hun weerzin tegen tekorten en schulden, de eurocrisis nodeloos hebben verdiept en verlengd.

Nu de economie fors groeit, en de effectenbeurzen en woningprijzen opbloeien, lijkt die discussie achterhaald. Er bestaat geen parallel universum waarin een ander beleid had kunnen worden getest. Maar let wel: het inzetten van staatsschuld als instrument veronderstelt een beginsituatie waarin de schulden laag zijn en er dus ruimte is om dat te doen. Dat was niet het geval in 2008, en nu nog minder. Donderdag stelde het IIF, de internationale denktank van de banken, dat wereldwijd de schulden in de eerste drie kwartalen van 2017 met 16.000 miljard dollar zijn gegroeid naar het record van 230.000 miljard. Ook de overheidsschuld staat, volgens de OESO, op recordhoogte. Het teruglopen van de schuldklokken heeft prioriteit. Niet vanwege de moraal. Maar gewoon om de volgende recessie aan te kunnen.

Maarten Schinkel vervangt Marike Stellinga.
    • Maarten Schinkel