‘Rio was zó apart, zó bizar. Dat enthousiasme!’

‘We speelden buiten, de buurjongen en ik. Hij klom op een muurtje, anderhalve meter hoog, ik erachteraan. En toen ging het mis. Ik viel en uit m’n linker pols stak een bot. De artsen hebben het netjes teruggezet en alles leek goed. Maar in 2010 kreeg ik toch weer last. Er bleek een groeischijf onherstelbaar beschadigd. Gevolg: een scheve arm, van elleboog tot vingers kan ik mijn spieren moeilijk bewegen.

„Zwemmen deed ik altijd al. Maar met twee handen de kant aantikken bij het keerpunt lukte niet meer goed. Ik kwam terecht in de lichtste handicapklasse.

„En toen ging het opeens heel hard. Ik werd superfanatiek. ’s Ochtends zwemmen, ’s middags slapen, ’s avonds krachttraining. Ik kwam in een goed zwemteam en in een huis met andere topsporters in Amersfoort. Toen ik tijdens de training het wereldrecord op de 100 meter schoolslag zwom, wist ik: goud op de Spelen zit erin.

Bubbel van focus

„Rio was zó apart, zó bizar. Dat enthousiasme! De tribunes van het zwembad waren als die van een voetbalstadion: helemaal vol! Ik zat meteen in een soort bubbel van focus. Het lopen naar de startplek, die honderd meter zwemmen, alles ging op de automatische piloot.

„Ik had nooit hetzelfde niveau kunnen bereiken als het ongeluk niet was gebeurd. Dan had ik Rio niet meegemaakt en nooit zo gericht kunnen trainen voor de Spelen in Tokyo als ik nu doe.

„Wat ik wel mis zijn de feestjes. Vaak genoeg zie ik appjes voorbij komen van vriendinnen die aan het feesten zijn. Ik word hartstikke vaak meegevraagd, maar feestjes zijn niet goed voor mij. Dan moet ik zeggen: ‘Sorry, wedstrijd’. Of: ‘sorry, te moe’. Altijd ben ík degene die niet kan. Gelukkig zijn mijn vrienden wel hartstikke trots.

„Na Tokyo wil ik geneeskunde gaan studeren. Ik vind ziekenhuizen fijn. Ik heb er genoeg gezien. Kreeg ik een operatie, dan wilde ik vooraf precies weten wat ze gingen doen. Ik ben dus nu ook keihard aan het werk om mijn vwo cum laude te halen, om loting te ontlopen.”

    • Freek Schravesande