Recensie

Prima eten voor een prima prijs, maar weinig vegetarisch

Foto Olivier Middendorp

Le Petit Latin was een van de favoriete restaurants van Johannes van Dam, ook al moest hij – in zijn laatste jaren slecht ter been – een klein, smal trapje af. De Franse chef voerde de regionale Franse keuken, waarbij hij niet op een teentje knoflook meer of minder keek. Het was een heerlijke zaak! De zoon van de chef nam de zaak over, maar dat duurde niet lang en sinds het najaar is Bistro De Struisvogel er gevestigd. De bistro is het jonge zusje van restaurant De Struisvogel aan de Keizersgracht, ook in een souterrain gevestigd trouwens. Bij zowel het restaurant als de bistro kun je à la carte eten of voor een prettige prijs zelf een menu van de kaart samenstellen. Sommige gerechten worden in beide filialen geserveerd en er is duidelijk hard gepuzzeld om de menuprijs laag te houden (26,50 euro restaurant, 30 euro bistro voor 3 gangen).

Het is een gure zaterdagavond tussen de feestdagen in geklemd, maar binnen een uur zit de zaak vol met toeristen en Amsterdammers. De zaak lift, zien we op internet, ook nog lekker mee op de positieve recensies van de vorige eigenaar. In de open keuken zien we twee koks aan het werk, er loopt een jongedame in de bediening; het trio moet flink aanpoten om iedereen van dienst te zijn, maar dat lukt heel aardig. Tijd voor jassen aannemen is er niet, maar in een mum van tijd staan (gratis) kraanwater en wijn op tafel en komt de eerste bestelling door: drie gestoomde oesters (10,50). De Struisvogel voert de Franse keuken met hier en daar een uitstapje, deze Aziatische bereiding van fines de claire met tausi, gefermenteerde zwarte bonensaus, met gember, lente-ui, sesamolie en chilipeper is lekker pittig. Er komt helaas geen brood op tafel, terwijl dat toch echt héél Frans is. Aan dit soort details moet nog wel gewerkt worden.

We gaan verder met het driegangenmenu (30,- p.p.): voor de één huisgerookte heilbot, struisvogelbiefstuk en een kaasplankje (supplement, 3,50) en voor de ander bisque, knolselderij-appel-gemberpuree en panna cotta. De heilbot heeft een mooie dikte en is inderdaad in huis gerookt, er staat een rookoven in de keuken – soms willen zaken daar nog wel eens mee sjoemelen. Dit smaakt minder zout en vooral meer gerookt en dat is precies wat we lekker vinden. De bisque is van garnalen met mosselen en kokkels, goed op smaak, ook door een flinke scheut pastisroom, een geheid succes. De porties zijn bescheiden en dat zal ook wel moeten om drie gangen voor 30 euro te kunnen serveren.

Over de huiswijn zijn we minder te spreken. Deze smaakt als een goedkope slobberwijn en kost dan toch nog 4,80 euro per glas en meer keuze per glas is er niet, dus we schakelen snel over naar een fles lekkere gekoelde pinot noir (27,50).

Als je de naam De Struisvogel voert, moet je ook wel met struisvogelbiefstuk komen en het staat dan ook in beide zaken op de kaart. Er wordt niet naar de cuisson gevraagd, die is overigens prima, medium rare. De smaak is licht zoetig, maar verder niet zo uitgesproken, het vlees zelf maakt geen grote indruk. Gelukkig komt de biefstuk met de klassiekers sjalot-rode portsaus, stoofpeer en aardappel-kastanjepuree en daar wordt een mens wel gelukkig van. De knolselderij-appel-gemberpuree met witte truffelroom en geroosterde oesterzwammen, het enige hoofdgerecht voor vegetariërs op de kaart, heeft ook die gelukzalige, warme herfstsmaken, lekker. De kaasplank met Reypenaar, Bastiaans blauw, morbier en l’amour rouge, een romige roodschimmel, is royaal, gelukkig op kamertemperatuur en de panna cotta springt er zelfs uit door de salie en stoofpeertjes en het verrukkelijke saliekoekje.

Naar De Struisvogel ga je niet voor de verfijnde keuken, de culinaire hoogvliegers en de fancy inrichting. Het is gewoon een prettige plek waar je prima eet voor een prima prijs en de mensen zijn er aardig. Niks mis mee toch?

    • Petra Possel