Recensie

Niet picknicken op het kerkhof

Luis Felipe Fabre In twee bundels die onlangs in vertaling verschenen verweeft de Mexicaanse dichter moeiteloos hoge en lage cultuur. Het resultaat is verfrissend en humorvol.

Begin hiermee: Kalfsvlies, Marieke Lucas Rijneveld | Kameleon, Charlotte Van den Broeck | Kwaad gesternte, Hannah van Binsbergen

Nog voordat ik onder de indruk raakte van de poëzie van Luis Felipe Fabre (1974) was ik verrast te zien dat er dit jaar twee van zijn bundels integraal vertaald zijn, hoe onaantrekkelijk en onverkoopbaar met name vertaalde poëzie ook heet te zijn. Het debuut Provençaals cabaret (2007) en Verdachte omstandigheden (2013) bieden een intrigerende kennismaking met het werk van deze Mexicaanse dichter.

Fabres debuut begint met een drieregelige cursieve tekst: ‘Concentrische cirkels: met het werpen / van een steen in het water verlies je een steen / maar krijg je er een mandala voor terug.’ Verlies en winst, aanwezigheid en afwezigheid, dood en leven, al deze tegenpolen spoken door Provençaals cabaret. Maar zijn ze wel tegengesteld? Vaker gaan ze hand in hand, zoals in ‘De Maagd en de steen’:

De steen weegt net zoveel als een dood kind:

nee: niet als een dood kind, maar als een aangekondigd kind:

de steen weegt net zoveel als een zwangerschap: stenen zijn niet dood:

stenen zijn nooit levend geweest: stenen zijn

iets dat geboren zal worden.

Het hand in hand gaan, dat gebeurt steeds in het werk van Fabre. In de reeks ‘Heilige koeien’ put hij uit diverse religieuze tradities, terwijl ‘Magere koeien’, de slotreeks, sensationeler van aard is: ‘koeien / opgeblazen / tot een ballon in zijn obese lichtheid: // fenomeen dat beter bekendstaat als inflatie.’ Hier echoën allerlei hedendaagsere fenomenen als popcultuur, vlug nieuws en volksmuziek.

In Verdachte omstandigheden is de remix van verschillende cultuuruitingen nog sterker aanwezig en zodoende geslaagder. De bundel opent met twee trailers, alsof we in de bioscoop zitten, en besluit met de reeks ‘Reclameblok’. Elders lopen de zombies rond alsof we naar The Walking Dead kijken. ‘Aantekeningen bij de zombiecatastrofe’ opent met een lied, ook cursief: ‘Hey, sweetheart, ga niet / op het kerkhof picknicken: / ga niet / op het kerkhof drinken.’ In absurde en hilarische gedichten opent Fabre het vuur op de gehele Mexicaanse samenleving:

Er wordt gezegd

dat de zombies

een strategie van de narco’s zijn

om de regering schrik aan te jagen. Er wordt gezegd dat

de zombies een strategie zijn van de regering om de bevolking

schrik aan te jagen. Er wordt gezegd dat de zombies een strategie zijn

van de bevolking om de narco’s schrik aan te jagen. [...]

De verwijzingen in Verdachte omstandigheden zijn beter te traceren: de reeks dode meisjes is bekend gebied voor wie Roberto Bolaño gelezen heeft. Wie iets weet van de dichter Sor Juana Inés de la Cruz zal genieten van de reeks over hoe zij in academische studies behandeld wordt en waarin Fabre deze sorjuanista’s op de hak neemt: ‘En ook over bijna alle andere dingen, / waaruit je zou kunnen afleiden // dat de primaire taak van de sorjuanista’s / is om het oneens te zijn met de andere sorjuanista’s.’

Fabres werk laat de kracht van satire én poëzie zien. Hij gebruikt humor niet louter instrumenteel, maar gunt die een eigen ruimte. Dat geldt ook voor de popcultuur die zo alomtegenwoordig is in zijn poëzie. Die zet hij niet alleen ironisch in, maar vormt het fundament van zijn gedichten. Dat er niet vrijblijvend geflirt wordt met lage cultuur maakt deze poëzie zo verfrissend én deze kritiek op de Mexicaanse samenleving zo overtuigend.

    • Obe Alkema