Longreads

‘Nationale veiligheid’ als excuus voor censuur

Naakt je bronnen interviewen, bespied en gevolgd worden. Dat kan gebeuren wanneer je als journalist Amerikaanse overheidsbelangen in de weg staat.

Toenmalig president en aankomend president Obama ontmoeten elkaar in het Witte Huis. November 2008. Foto Eric Draper / Reuters

Een regering zou zich niet horen te mengen in berichtgeving van media. En als dat wel gebeurt, hebben we het over tweede- en derdewereldlanden. Toch?

Uit deze longread van journalist James Risen blijken de praktijken in de Verenigde Staten voor te komen. Sterker nog: bij een van ‘s werelds meest gerenommeerde kranten: The New York Times.

Sinds de jaren 90 schrijft Risen, een voormalig NYT-journalist, over wandaden van Amerikaanse inlichtingsdiensten. Dankzij anonieme contacten bij de CIA en NSA komt hij aan staatsgeheimen die als het aan de overheid lag het daglicht nooit hadden gezien. Zo onthulde Risen met een artikel in 2000 de vermoedens van velen: de Amerikaanse regering stond achter twee staatsgrepen in Iran. Hierbij werden democratisch verkozen regeringen in 1953 en 1979 omvergeworpen en vielen duizenden doden.

Zijn bronnen tippen hem ook over illegale, geheime gevangenissen van de CIA en daarin gebruikte marteltechnieken. In zijn verhaal beschrijft hij scènes die doen denken aan een spionnenfilm. Een telefoontje krijgen als je iemand googlet:

“Ik ontmoette een goed gepositioneerde, kwetsbare bron via een tussenpersoon. Na de ontmoeting ging ik meer informatie opzoeken over de bron. Een uur later kreeg ik een telefoontje van de tussenpersoon. ‘Stop met het googlen van zijn naam’, zei die.”

Een andere bron verzocht om het interview in de sauna te doen:

“Het voelde best gek om een interview naakt te doen. Maar dat is wat de sleutelbron eiste.” [...] “Hij wilde er zeker van zijn dat niemand ons afluisterde.”

Hoofdredactie schrapt verhalen

Opmerkelijker nog: Risen schrijft dat de hoofdredactie van The New York Times zijn verhalen verkortte, wegstopte op minder belangrijke pagina’s of zelfs schrapte. Hij schrijft dat de hoogst geprofileerde redactieleden vaak contact hadden met de regering-Bush. Die zei wanneer stukken wel of niet gepubliceerd mochten worden.

James Risen. Foto Miller Center

Dit zorgde voor veel frustratie bij Risen, die zijn hoogtepunt bereikte toen hij in 2004 een van de grootste journalistieke ontdekkingen deed in decennia: de NSA die illegaal miljoenen Amerikanen bespioneert. Telefoongesprekken worden afgetapt en online berichten gelezen. Deze ontdekking mag hij niet publiceren van de redactiechef. Het lekken van deze informatie zou “de veiligheid van Amerikaanse burgers en soldaten wereldwijd in gevaar brengen”.

“Deze routine met de regering-Bush had ik inmiddels vaak genoeg meegemaakt. Hun dramatische waarschuwingen over nationale veiligheid hadden geen effect meer op me. Ze hadden te vaak moord en brand geroepen om ze nog serieus te nemen.”

Hoofdredacteur Philip Taubman nam de woorden van de regering wel serieus, mailde hij in een reactie naar Risen.

“Ik vond het een geweldig verhaal. Maar ik wist dat we voor moeilijke vragen zouden staan. Zou het publiceren van dit verhaal betekenen dat we een nieuwe 9/11 niet konden voorkomen?”

Heksenjacht door regeringen Bush, Obama

Wanneer het verhaal in 2006 uiteindelijk gepubliceerd wordt in The New York Times en in zijn boek State of War volgt een Republikeinse heksenjacht op Risen. Er wordt een rechtszaak tegen hem aangespannen. Zo wordt hij meegesleurd in een golf van aanklachten tegen Amerikaanse journalisten en hun bronnen, georkestreerd door de regering-Bush, schrijft hij.

De verkiezing van Barack Obama als president in 2008 geeft Risen hoop. “Ik dacht dat hij de zaak zou beëindigen”, schrijft hij. Niets is minder waar. Obama gaat de geschiedenis in als de president in wiens termijn de meeste journalisten en klokkenluiders zijn vervolgd.

De longread van Risen toont de politieke realiteit van ‘s werelds machtigste land. Zowel Republikeinen als Democraten misbruiken hun macht met The War on Terror als excuus. Risen toont aan dat de meest vertrouwde journalistieke instituties niet immuun zijn voor politieke beïnvloeding. Lees het verhaal van Risen bij The Intercept: The Biggest Secret (ongeveer 16.000 woorden, leestijd: 60 minuten)

Er is ook een podcast van The Intercept. Daarin vertelt Risen over zijn strijd tegen Bush, Obama en The New York Times-redactie.

    • Zoran Bogdanovic