‘Mijn zusje en ik krijgen een vrije opvoeding’

‘Ik werd Nederlands kampioen karate op mijn achtste. Sinds mijn vijfde beoefen ik de sport. Karate heeft mij discipline, doorzettingsvermogen en zelfvertrouwen gegeven. Door de jarenlange trainingen leer je jezelf beheersen en alles te geven.

„Nu train ik nog maar drie keer per week en doe ik niet meer mee aan wedstrijden. Dat komt doordat ik elke dag anderhalf uur aan mijn huiswerk zit. Ik wil na de middelbare school graag studeren; bedrijfskunde of notarieel recht.

„Ik moet mijn best doen om goede cijfers te halen. Ik zit veel in mijn boeken, maar dat heb ik er voor over. Vaak ga ik al vroeg in de ochtend naar school, om te leren. Thuis ben ik snel afgeleid. Latijn vind ik interessant, dat gaat mij makkelijk af en vertalen vind ik ook leuk. Verder geef ik bijles wiskunde aan leerlingen bij ons op school.

Vooroordelen

„Op mijn school zitten weinig kinderen met een andere afkomst. Toch voel ik mij er thuis. Ik merk wel aan een bepaalde leraar dat hij vooroordelen heeft over allochtonen. Hij heeft ook wel eens een opmerking gemaakt in de klas. Dat vond ik raar, het raakte mij.

„Ik woon al mijn hele leven in [de Zaanse achterstandswijk] Poelenburg. Als mensen horen dat ik daar vandaan kom, vragen ze of ik vmbo doe. ‘Nee, gymnasium.’ Moet je hun gezichten zien.

Poelenburg heeft een slechte naam, maar ik vind het een fijne buurt. Mijn moeder woont al haar hele leven hier. We zouden prima in een andere buurt een huis kunnen kopen, maar mijn ouders vinden het prettig in Poelenburg.

Treitervlogger

Op zaterdag werk ik in de Vomar om de hoek. Daar stond vorig jaar de ‘treitervlogger’ met zijn vrienden te filmen. De jongens kwamen weleens drinken kopen als ik aan het werk was. Ik heb geen last van hen. Van de negatieve berichtgeving wél. Ik vind alle ophef overtrokken, onze wijk krijgt zo een slechte naam. Het is misschien wel een achterstandswijk, maar het is ook een levendige wijk waar de meeste mensen elkaar kennen.

„Mijn beide ouders zijn Turks. Mijn moeder kwam naar Nederland toen ze tien jaar oud was. Mijn vader toen hij met mijn moeder trouwde. Ze zijn helemaal thuis in de Nederlandse samenleving en spreken de taal vloeiend. Thuis spreken wij zowel Nederlands als Turks, samen volgen we ook Turkse series.

„Mijn moeder werkt als adviseur bij een grote verzekeringsmaatschappij, mijn vader is adjunct-directeur van een school. Wij zijn een hecht gezin en bespreken alles. Ik heb een heel goede band met mijn ouders. Ze steunen mij overal in.

„Mijn zusje en ik krijgen een vrije opvoeding, maar wel binnen de Turkse normen en waarden. Ik doe veel leuke dingen met mijn vriendinnen. We shoppen samen, gaan naar de film of uit eten. Maar ’s nachts uitgaan past niet in onze cultuur. Dat vind ik goed. Ik heb er geen behoefte aan en geen tijd voor.”

    • Fadime Demir