Hubert-Jan van Boxel: „Je verandert ook. Binnen vijf jaar woon je in een villa. Je voelt jezelf beter worden dan anderen want niet iedereen woont in die villa.”

Foto Merlin Daleman

‘Mensen raken in deze wereld echt van het padje’

Hubert-Jan van Boxel Hij werkte in de top van de duurste advocatenkantoren. Onlangs verscheen van zijn hand een vernietigend boek over de moraal en geldzucht aan de Zuidas. Voor zover bekend is het de eerste keer dat een voormalig partner van een groot advocatenkantoor uit de school klapt.

‘Ik sportte, at gezond, rookte niet, heb nooit drugs gebruikt en de drankconsumptie viel relatief gezien mee. Het is die druk van geld moeten verdienen. Die stress is erger dan wat dan ook.”

Vijfentwintig jaar lang maakte Hubert-Jan van Boxel (49) deel uit van de crème de la crème van de Nederlandse zakenwereld. Als topnotaris bij de prestigieuze advocatenkantoren De Brauw Blackstone Westbroek, Loyens&Loeff en AKD adviseerde hij BN’ers, voetballers en andere rijke Nederlanders en begeleidde hij vastgoedtransacties en zakendeals van honderden miljoenen euro’s.

Tot Van Boxel zó ziek van zijn werk werd dat hij bijna dood neerviel. Zijn psycholoog raadde hem aan zijn ervaringen bij wijze van therapie van zich af te schrijven. Eind vorig jaar verscheen De Groenteboer uit Den Haag, de littekens van een kwart eeuw juridische ‘bovenwereld’. Op de boekomslag prijkt een foto van een rat in de goot. Binnenin rekent Van Boxel meedogenloos af met de geldzucht en mentaliteit bij ’s lands belangrijkste advocatenkantoren aan de Zuidas.

Voor een vervolgartikel is NRC op zoek naar jonge advocaten die (anoniem) hun mening willen geven over de cultuur op de Zuidas. Reageren? Mail naar zuidas@nrc.nl

Gesloten bolwerk

„Toen ik terugkwam van ziekteverlof vroeg een partner mij niet ‘hoe gaat het met je?’, maar ‘weet je wel wat je ziekte ons gekost heeft?’”, vertelt Van Boxel aan tafel in zijn woonkamer. „Bi-zar”. Zoals vaker tijdens dit gesprek verschijnt er een lach vol ongeloof op Van Boxels gezicht over de wereld waar hij zo lang in meedraaide. Zijn uitgehouwen wallen verraden jaren van 80-urige werkweken.

Tegenwoordig werkt de oud-notaris als zelfstandig adviseur en woont hij met zijn vriendin in een oude, opgeknapte boerderij aan de rand van Heeze. Binnen aan de muur hangt een gigantische foto van Henk Wildschut van een vluchtelingentent in Calais, op tafel staan gevulde koeken, in de tuin loopt af en toe een pony voorbij.

De Zuidas staat bekend als een gesloten bolwerk. Voor zover bekend is het de eerste keer dat een voormalig partner van een groot advocatenkantoor uit de school klapt. Ex-collega’s en advocatenkantoren voert Van Boxel in zijn boek overigens onder schuilnamen op „om te voorkomen dat het een aanklacht tegen mensen of organisaties wordt”.

Het is een aanklacht tegen het systeem. En in dat systeem draait alles om één ding: geld. „Ik heb dit boek geschreven om te laten zien dat die wereld die van de buitenkant fantastisch lijkt, helemaal niet mooi is. Dat die wereld je niets brengt. Ja van alles, maar niets goeds.”

Schrijven met een hark

De grote commerciële advocatenkantoren in Nederland werken met een partnerstructuur. Aan de top van de piramide staan de partners – vaak zo’n dertig tot vijftig personen – die zich via een maatschapsverband organiseren en onderling de winst verdelen. Ze ontvangen geen salaris maar winstdeling. „In mijn tijd was de target een miljoen winst, per partner per jaar. Daarvoor moest je drie miljoen aan omzet binnenhalen.”

Het partnerschap is het summum en de weg daarnaartoe is vol afvallers. Wie na zijn studie door het strenge selectieproces komt, begint als advocaat-stagiair of kandidaat-notaris. Drie jaar later is er nog een schifting: wie mag blijven wordt medewerker en mag zelf zaken doen. Na een aantal jaren als medewerker ga je op voor het partnerschap of stap je over naar een ander kantoor. „Of je partner kan worden is afhankelijk van je omzetcijfers van de afgelopen jaren”, zegt Van Boxel. „Er wordt dus niet gekeken of jij heel erg goed bent in je werk. Geld is de norm. Je moet je eigen broek ophouden en dus minimaal een miljoen verdienen. Er moet ‘ruimte’ zijn om partner te worden, zo heet dat. Een nieuwe partner moet niet ten koste gaan van de winst van de anderen.”

De consequentie voor klanten is dat zij opgeklopte nota’s krijgen toegestuurd. Van Boxels boek staat vol met voorbeelden van „bijplussen” en „uren schrijven met een hark”. Met chauffeur naar een afspraak rijden, bijvoorbeeld, en de reistijd declareren bij klant A terwijl je in de wagen aan het dossier voor cliënt B werkt. „Of je advocaat drie of vier uur aan een conceptdagvaarding heeft gewerkt. Weet jij dat als klant?”, vraagt Van Boxel – die vroeger 400 euro per uur kostte, ex btw – retorisch.

Hij herinnert zich nog hoe als broekie zijn dossiers werden gecontroleerd om facturen op te stellen. „Bij het eerste dossier dat gepakt werd vroegen ze mij of ik een raamwerk had gebruikt. Ik zei ‘ja’ en toen werd er 500 gulden bijgeplust vanwege modelgebruik. Het volgende dossier werd dezelfde vraag gesteld en zei ik ‘nee’. Toen kwam er 500 gulden bovenop vanwege eigen werk. De vraag was dus zinloos want de uitkomst was dat er 500 gulden bovenop ging.”

Van Boxel pleit voor een onafhankelijke externe toezichthouder op de advocatuur á la AFM of ACM. „Als je een klacht tegen een advocaat hebt, kom je bij de Orde van Advocaten terecht die over iemand uit de eigen beroepsgroep moet oordelen en moet ingrijpen in het eigen systeem.”

Lees ook: Het leven van de 40.000 werknemers aan de Zuidas is een soort toneelspel. Cursus overleven op de Zuidas

Afgelopen voorjaar schreef het Financieele Dagblad dat de Belastingdienst een partner van Loyens&Loeff, die u beschrijft in uw boek, heeft betrapt op het verduisteren van ruim 6 miljoen euro bij goede doelen-stichtingen door te hoge bedragen te factureren. Was u verbaasd?

„Gewoon geld van goede doelen achterover drukken om je uurtjes en dus je targets te halen. Dat is moraliteit nul. Ik wist het niet, maar ik was er niet verbaasd over gezien het systeem. Dat is gestoeld op vooruit redeneren. Het is niet: je hebt dit jaar heel hard gewerkt en het heeft dit bedrag opgeleverd. Nee, het is: je moet drie miljoen euro omzet halen, want dan blijft er een miljoen euro winst over.”

Kunt u een voorbeeld geven waaruit die winstgerichtheid blijkt?

„Wij kregen elke week een overzicht van alle partners zodat je precies kon zien wie achterliep en wie voorliep. Bam, woensdagmiddag om 12 uur ging dat in de mail en dan kregen alle partners het overzicht van iedereen: deze week declarabel gedraaid, waar sta je nu totaal dit jaar? Wat is je norm? Hoeveel loop je voor, hoeveel loop je achter? Er werden ook mensen op aangesproken: hoe dat kon, op vakantie gaan terwijl je achterliep op je uren.”

Bij Loyens&Loeff en AKD vertrok u met slaande deuren. Bij het bedrijf PlantLab waar u daarna in dienst trad, ging het ook niet goed. Is met andere mensen werken misschien gewoon niet aan u besteed?

„Daarom woon ik ook hier, tussen de beesten”, zegt Van Boxel met een knipoog naar zijn landelijke onderkomen. „Ja en nee. Ik ben lid geweest van veel sociale clubjes en heb een grote vriendenkring. En ik was ook altijd goed met mijn medewerkers en het ondersteunend personeel, gewoon de mensen die hard werken, niet lullen en normaal doen. Bij PlantLab vertrok ik vanwege een conflict tussen de oprichters dus dat tel ik niet mee, maar bij die advocatenkantoren pas ik niet. Dat is wel duidelijk. Als je twee keer ergens met ruzie weggaat moet je ook bij jezelf te rade gaan. “

U neemt de cultuur in de top van advocatenland op de korrel, maar u deed toch ook gewoon mee?

„Ja, zeker. Bij mijn boekpresentatie vroegen oud-medewerkers me: ‘Heb je ook beschreven hoe je een perforator naar mijn hoofd gooide? Of dat de dossiers door de kamer vlogen?’”

Dat heeft u niet beschreven.

„Nee, verdrongen ook, denk ik. Maar nu weet ik het weer dondersgoed.”

Als u een perforator naar iemands hoofd gooide dan…?

„Had hij het wel verdiend”, grapt Van Boxel voor de vraag goed en wel gesteld is.

Vervolgens serieus: „Je staat enorm onder druk [om je declarabele uren te halen] en die druk moet eruit ergens. Dat zie je bij iedereen in die wereld. Bij iedereen komt het er op een of andere manier uit. De meesten gaan sociaal afwijkend gedrag vertonen. De een stopt poeder in zijn neus, de ander gaat opeens heel radicaal aan yoga doen en mailtjes schrijven met ‘Goede Jan’, in plaats van ‘Beste Jan’. Mensen raken echt van het padje. Een bestuursvoorzitter die alleen maar dassen en sokken van Winnie de Pooh gaat dragen als unique selling point. Ik vind dat absurd als je 50 bent geweest en een tent van 60 miljoen winst leidt [Loyens&Loeff, red.].”

Hoe komt het zo ver?

„Je moet meedoen. Als je niet meedeed en het ‘wij-gevoel’ uitdroeg, paste je niet in de club en dan ging je het niet redden. Ik heb ook mijn gvb (golfvaardigheidsbewijs, red.) gehaald, dat moest want elk kantoor had de jaarlijkse golfdag, de bank had een golfdag en de cliënten ook. In de zomer was je elke week wel ergens. Ik vind er geen reet aan. Ik voel me lekkerder op mijn gymschoentjes en in mijn hoodie in de Kuip.”

Na het lezen van uw boek kreeg ik een goudenkooigevoel. Ervoer u het ook zo?

„Ja, wij zeiden zelf altijd: ‘We zitten hier met gouden handboeien vast.’ Je hele leven is erop ingesteld. Als de één een nieuwe auto koopt, moet de andere hem ook hebben. Grote auto’s, dikke horloges, eten in sterrenrestaurants: je maakt elkaar gek.

„Je verandert ook. Binnen vijf jaar rijd je in een BMW en woon je in een villa. Je voelt jezelf beter worden dan anderen want niet iedereen rijdt in die BMW of woont in die villa. En ga daar maar eens afscheid van nemen. Een stap terug doen is heel moeilijk voor mensen. Als jij in Aerdenhout in een villa woont, zeg dan maar eens tegen de buren dat je gaat verhuizen naar een flatje.

„Het is bovendien nooit genoeg. Ik heb nooit een collega-partner gehoord die zei ‘zullen we volgend jaar met z’n allen met een ton winst minder genoegen nemen en lekker een week vakantie pakken’.”

NRC legde het volledige interview voor aan de twee advocatenkantoren waar Van Boxel partner was. Loyens&Loeff stelt dat het om de „persoonlijke perceptie” van Van Boxel gaat en zegt zich niet te herkennen „in het door Van Boxel geschetste beeld van de advocatuur”. AKD: „De voorbeelden die de heer Van Boxel aanhaalt en het beeld dat daaruit voortvloeit herkennen wij niet.”
NRC ging in 2016 op de Zuidas kijken hoe het staat met de emancipatie in de Nederlandse samenleving. Lees verder: Hertjes met inhoud op de Zuidas