Lokalen hopen op lokale thema’s in de campagnes

Landelijke vs. lokale partijen De ene gemeente heeft een vliegveld, de andere mest. Lokale partijen zijn sterker op lokale thema’s, maar trekken ook kiezers met landelijke motieven.

In februari 2017 waaide op de Hoeninkdijk in Aalten een mestsilo om, waardoor zo'n twee miljoen liter mest wegstroomde. Bij veel lokale partijen staat mest hoog op de agenda. Foto GinoPress B.V.

Waar de gemeenteraadsverkiezingen over zullen gaan? Als het aan lokale partijen ligt vooral over lokale kwesties.

Tevergeefs stuurden acht Apeldoornse partijen in november een brief aan de referendumcommissie met een verzoek op 21 maart niet óók een referendum te houden: „Bij lokale verkiezingen behoort het over lokale thema’s te gaan, en niet over een wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten.”

Wat de lokale thema’s zullen zijn, ligt er maar net aan wat er de komende maanden in de 335 gemeenten waar verkiezingen worden gehouden komt bovendrijven. Want strikt genomen is natuurlijk niet sprake van één verkiezing, maar van 335 verkiezingen die op dezelfde dag worden gehouden.

Zeker is dat er veel aandacht komt voor Rotterdam, dat – zoals het er nu op lijkt – de enige gemeente zal zijn waar alle partijen met een zetel in de Tweede Kamer tegen elkaar strijden.

Duidelijk is ook dat er een aantal streekgebonden thema’s is: rondom Lelystad bijvoorbeeld de uitbreiding van het vliegveld, in delen van Brabant mest(-overlast). In sommige gemeenten lijkt zich nu al een kwestie af te tekenen: in Wassenaar een mogelijke fusie met buurgemeente Voorschoten, in Almere de kosten voor de Floriade, de wereldtuinbouwtentoonstelling die in 2022 gehouden moet worden.

Decentralisatie

Interessant wordt of er ook gemeenten zullen zijn waar de decentralisatie van de zorg en jeugdzorg een rol zal gaan spelen in de verkiezingscampagnes en of de asielzoekersinstroom van 2016 nog gevolgen zal hebben voor zittende collegepartijen. Meestal, zegt bestuurskundige Julien van Ostaaijen van Tilburg University, doen dit soort lokale thema’s er helemaal niet toe.

Vier jaar geleden haalden lokale partijen bijna 28 procent van de stemmen binnen, in 2010 24 procent. Dat betekent volgens Van Ostaaijen, die onderzoek doet naar opkomst bij gemeenteraadsverkiezingen, echter niet dat de kiezer ook stemde met lokale motieven: „Slechts één op de vijf kiezers heeft overwegend lokale overwegingen.”

Het stemmotief is bijvoorbeeld onvrede met een landelijke partij. „Ideologisch vindt men het dan lastig om over te stappen naar een andere landelijke partij. Lokaal is dan een alternatief”, zegt Van Ostaaijen.

Aan de andere kant slagen lokale partijen er „in het algemeen beter in lokale onderwerpen voor het voetlicht te werpen”, zegt hij. Ze worden niet gehinderd door standpunten die door een landelijke partij zijn bedacht. Ze zijn in staat met lokaal bekende kandidaten een achterban te krijgen.

Van Ostaaijen waarschuwt dat het speelveld daarom niet kan worden vergeleken met Tweede Kamerverkiezingen. „Maar landelijke politici zullen de neiging niet kunnen bedwingen om de uitslag te vertalen naar landelijk.”