opinie

Kim Jong-un kan een wig drijven tussen VS en Zuid-Korea

Er is geen enkele reden om grote waarde te hechten aan de verzoenende woorden van Noord- en Zuid-Korea, schrijft . Het regime in Pyongyang schaakt immers op lange termijn.

Paju, op de grens tussen Zuid- en Noord-Korea. Foto Reuters

Voor het eerst in twee jaar gaan Noord- en Zuid-Korea aanstaande dinsdag op hoog niveau overleggen. Dat gebeurt in het dorpje Panmunjom, precies op de grens tussen beide landen. De Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un heeft de Zuid-Koreaanse president Moon Jae-in uitgenodigd om te praten over vrede en deelname aan de Olympische Winterspelen, volgende maand in Pyeongchang, Zuid-Korea.

De uitnodiging kwam ter gelegenheid van Kim Jong-uns traditionele nieuwjaarstoespraak. Zoals te verwachten stak hij de loftrompet over het Noord-Koreaanse systeem en de opmerkelijke vooruitgang bij kernwapens en raketten. Ook sprak hij conform de traditie van Noord-Koreaanse nieuwjaarstoespraken verzachtende woorden over Zuid-Korea.

Het meest opzienbarende uit Kims toespraak was zijn hervonden zelfvertrouwen als leider van een – weliswaar informeel – erkende nucleaire staat. Aan Amerika maakte hij weinig woorden vuil; hij stelde slechts vast dat een preventieve Amerikaanse aanval niet langer mogelijk was dankzij de rode knop op zijn bureau.

De reactie van Moon Jae-in was even voorspelbaar als verontrustend. Sinds zijn beëdiging in mei heeft de Zuid-Koreaanse president zich telkens gedwongen gezien om voor een redelijk harde toon ten opzichte van Pyongyang te kiezen. Terwijl hij en zijn regering juist hun wortels in de – mislukte – verzoeningspolitiek tussen 1998 en 2008 hebben.

Bombast

De Noord-Koreaanse ouverture, die in Seoul werd verwacht, leidde ertoe dat Moon eindelijk zijn politieke neiging de vrije loop kon laten. In woorden die qua bombast die van Pyongyang naar de kroon staken, pochte Moon afgelopen woensdag: „Ik ben als een Daewoo ijsbreker, die door het dikke ijs van inter-Koreaanse wantrouwen heen breekt en nieuwe kanalen van verzoening vindt om het vloeibare natuurgas van hoop en vrede aan te boren.”

Charmeoffensief

Maar voordat alle Koreanen elkaar in de armen vallen, is het goed enige ontnuchterende feiten tot ons te nemen.

Noord-Korea’s – zoveelste – charmeoffensief naar Zuid-Korea valt samen met een binnenlandse campagne in de media om Seoul te ontzien en Washington van alles en nog wat te beschuldigen. Vorig jaar was dit grotendeels omgekeerd het geval. Verdeel-en-heerspolitiek volgens het boekje dus.

Dit is slim van Kim Jong-un, zeker sinds voormalig linkse activisten het Blauwe Huis in Seoul, waar de president zetelt, bemannen. Deze ex-activisten wantrouwen Amerika meer dan Noord-Korea. En hoewel ‘verzoenende’ nieuwjaarstoespraken nog nooit tot een echte doorbraak hebben geleid, hebben Moons belangrijkste adviseurs hem al opgeroepen de alliantie met de VS af te bouwen.

Fashionably late

De timing is geen toeval. Noord-Korea verschijnt fashionably late aan de onderhandelingstafel. Dat werkt goed; de gretige Moon wil immers koste wat kost een deal sluiten. De geschiedenis leert ook dat als Seoul iets wil van Noord-Korea, het de koffers met geld beter klaar heeft staan. Dat zal ook nu het geval zijn. Beide landen hebben de afgelopen vier decennia al meer dan achthonderd keer op vrij hoog niveau overlegd. Ze weten dus wat ze van elkaar kunnen verwachten.

Daarbij beginnen de sancties Noord-Korea pijn te doen – hoewel China en Rusland de sancties grotendeels negeren. Noord-Korea schat in dat Moon de sancties in naam van de Koreaanse verbroedering op de Winterspelen zonder veel terughoudendheid zal doorbreken. Dat klopt waarschijnlijk ook. Ook Nederland zal daar als tijdelijk lid van de Veiligheidsraad en verantwoordelijke voor alle VN-sancties, goed op moeten letten.

Commentaar: Laat Noord-Korea maar kunstschaatsen voor de wereldvrede

De Winterspelen zijn belangrijk voor Noord-Korea. Niet alleen voor de binnenlandse consumptie (sport is een cruciaal onderdeel van de propagandamachine), maar ook voor het buitenland. Zo kan het regime laten zien dat Noord-Korea een gewoon land is waar je mee kunt praten. Want escaleert de militaire situatie nu niet, dan zal er onderhandeld worden. En dan is het belangrijk voor Pyongyang om zo normaal en rationeel mogelijk over te komen. Alleen zo boek je de beste resultaten.

Basketbaldiplomatie

Sportdiplomatie tussen Noord- en Zuid-Korea zou een goede Ersatz zijn voor echte diplomatie, zo klinkt het. Twee ernstige bedenkingen. Als eerste, de mislukte ‘basketbaldiplomatie’ van de Amerikaanse ex-basketballer Dennis Rodman met Kim Jong-un ligt nog vers in het geheugen. En, belangrijker, ten tweede: waarover gaan eigenlijk de onderhandelingen? Kim Jong-un was niet alleen duidelijk in de verzoenende toon tegenover Seoul, maar net zo goed in het opvallend krachtige zelfvertrouwen in de eigen nucleaire capaciteit. Hij laat wat dat betreft niets aan de verbeelding over. Precies die capaciteit, die het Noord-Koreaanse regime definieert en waarvoor het de laatste jaren zoveel offers heeft gebracht, zou dan ‘weg onderhandeld’ moeten worden.

Dat lijkt een heilloze weg. Het overleg kan alleen over deelname aan de Spelen gaan. En dat is de moeite niet waard.

Noord-Korea schaakt op de lange termijn. Zodra de Olympische Winterspelen aan Zuid-Korea werden gegeven, begon Noord-Korea te bedenken hoe het hiermee om moest gaan. Het initieert, terwijl Seoul reageert en alleen aan het moment zelf lijkt te denken.

Wellicht is Moon oprecht idealistisch, is hij verblind door een onvermijdelijk lijkende Nobelprijs voor de Vrede of heeft hij deze keer echt zijn bekomst van de oorlogszucht in Washington. Maar met zijn zogenoemde ‘Moonshine-politiek’ creëert hij een reëel risico. Dat houdt in dat er een wig tussen de VS en Zuid-Korea wordt gedreven en dat Noord-Korea van de weeromstuit internationaal salonfähig wordt, terwijl het land eigenlijk vanwege de extreme mensenrechtenschendingen geboycot zou moeten worden.

De Olympische Winterspelen van 2018 zijn niet de plek en de tijd om het ‘dikke ijs van inter-Koreaans wantrouwen’ te doorbreken. Eerst moet de lente in Pyongyang maar eens aanbreken.