‘In Twente zie ik geen toekomst voor mij’

‘Ik stal als kind al kleren en speelgoed van mijn broertje. Pas toen ik een jaar of elf was merkte ik dat het sociaal niet geaccepteerd is om als meisje van jongensachtige dingen te houden. Ik wist toen nog niet wat transgenders zijn, ik merkte alleen dat ik anders was dan anderen.

„Ik vertelde het mijn moeder toen ik vijftien was, in de zomervakantie voor mijn examenjaar. Toen knipte ik ook mijn haar af en ging ik binders dragen [een strak hemd dat de borsten platdrukt]. Het duurde even voor ik op school uit de kast kwam. Mijn vrienden steunden me, veel hadden het wel verwacht. De rest van de school was negatief. Mensen maakten opmerkingen achter mijn rug, maar dan zo hard dat ik het net kon horen.

„Dit jaar wilde ik dat mensen op mijn opleiding me eerst als Mees zouden leren kennen, pas later als ‘Mees de transgender’. Maar toen vertelde een oud-klasgenoot doodleuk dat ik transgender ben. Sommigen geloofden het eerst niet, dat was wel een compliment.

„De jongen die zijn mond voorbij praatte, gebruikte ook mijn oude naam. Dat maakte me boos. Tijdens een toneelstuk heb ik zijn hand heel hard tegen zijn lip geslagen. Ik hoopte dat het duidelijk zou maken dat hij dat soort dingen niet moet doen.

Au pair in Australië

Veel studiegenoten dromen ervan in films en series te spelen. Ik ben daar nog niet erg mee bezig. Ik speel vooral in theaterstukken. Met mijn toneelgroep spelen we musicals. Dat is ook leuk, al kan ik niet zingen.

„Na school zou ik eerst een jaar als au pair in Australië willen werken. Daarna zie ik het wel. Ik zou wel in het buitenland willen wonen, of anders in de Randstad. In Twente zie ik geen toekomst voor mij.

„In mijn vrije tijd speel ik veel op mijn Nintendo DS, of ik kijk cartoons of YouTube. Soms binge watch ik series, een heel seizoen in één keer.”

„Afgelopen zomer was ik een week op Hojokamp, een kamp voor lhbt-jongeren. We kregen seksuele voorlichting en bijvoorbeeld een workshop over ‘zen worden’. Bij het kamp kon ik echt mezelf zijn, zonder veroordeeld te worden. Dat was heel fijn. De buitenwereld blijft toch hard.”

    • Wouter van Dijke