‘Ik heb de weg omhoog gevonden’

‘Het is best spannend om 18 te worden. De verantwoordelijkheid wordt groter: je moet zelf je verzekeringen regelen en je studiefinanciering.

„Aan de andere kant: ik heb al best veel verantwoordelijkheid. Ik woon sinds de zomer op kamers in een studentenhuis. Het voelde meteen goed; rust. Niemand aan wie je verantwoording hoeft af te leggen als je de deur uitgaat. Vrijheid.

„Het is wel veel werk allemaal. Koken, de was, schoonmaken… Ik heb bewondering gekregen voor mijn moeder, die elke dag na haar werk de stofzuiger pakt.

Blowen

„De middelbare school vond ik verschrikkelijk. Ik begon op een havo/vwo, maar dat ging totaal niet. Ik was laks, deed niks en bleef al in het eerste jaar zitten. Het boeide me niet, al die algemene informatie.

„Uiteindelijk moest ik van school en naar het vmbo. Dat was een stuk gemakkelijker: ik haalde mijn toetsen met twee vingers in de neus. Maar daardoor ging ik me ook vervelen. Ik ging spijbelen, stiekem roken. En ik ontdekte het blowen. Wow, dít is het, dacht ik. Ik hoefde niet meer na te denken en het doodde de tijd. Het voelde als een nieuwe hobby.

„Maar het werd een negatieve spiraal: blowen op school, te laat thuis, ruzie met m’n moeder, boos weglopen van huis, meer blowen tegen de stress, enzovoort. Ik wist rationeel wel: dit is niet oké. Je kúnt niet elke dag stoned zijn. Maar het lukte niet om te stoppen.

„Mijn moeder wist niet meer wat ze met me aan moest. Via de crisisopvang belandde ik in de Ardennen, in een soort reboot-kamp. Zes weken met andere verslaafde jongeren terug naar de basis in the middle of nowhere. Niet drinken, niet blowen. Daar kwam het besef: ik wil iets van mijn leven maken.

Vechtscheiding

„Toen ik acht was gingen mijn ouders uit elkaar. Hun scheiding duurde een paar jaar. Met veel ruzie en gedoe. Ik denk dat je het wel een vechtscheiding kunt noemen.

„Geen enkel kind wil dat zijn ouders uit elkaar gaan. En zeker niet op zo’n manier. Het gaf me een onzeker gevoel. Mijn hele leven voelde instabiel. Dat trok ik slecht.

„Mijn zusjes en ik bleven na de scheiding bij mijn moeder wonen. De eerste jaren ging ik regelmatig in het weekend naar mijn vader, maar later wilde ik dat niet meer om ruzies en spanningen te vermijden. Ik had voortdurend het gevoel dat ik tussen mijn ouders in stond. Ik heb mijn vader twee jaar niet gesproken. Afgelopen zomer heb ik hem weer gezien. Dat was heel fijn.

„Ik wist al heel lang dat ik iets creatiefs wilde doen. Eigenlijk was er nooit een andere optie. De opleiding die ik nu doe is geweldig en past helemaal bij me. Het gaat echt lekker, ik bloei. Ik haal eindelijk mooie cijfers. Dat is motiverend: hé, het heeft zin als ik ergens mijn best voor doe.

De toekomst? Ik wil misschien goudsmit worden. Goud is zó vet! Zo zwaar, zo mooi. Je moet 18 zijn om op school met de machines om te mogen gaan die goud kunnen bewerken. Daar heb ik superveel zin in. Ik wil dingen maken waar ik mijn eigen naam met trots onder kan zetten.”

    • Patricia Veldhuis