Het adembenemende van exacte foto-paren

Alledaagse wetenschap Wekelijks stuit Karel Knip in de alledaagse werkelijkheid op onverwachte raadsels en onbegrijpelijke verschijnselen. Deze week: herfotografie probeert oude opnamen exact te reproduceren. Inclusief de lichtinval. Het resultaat is prachtig.

Halvemaansteeg in Amsterdam, in 1955 en 2017. Foto Piet Schreuders

Het nieuwe nummer van Furore is uit. Dat is het signaleren waard, want Furore is een project dat de tijd helemaal opheft, het verschijningsritme kenmerkt zich door grilligheid. De januari-Furore zal nog geruime tijd actueel blijven, denkt uitgever Piet Schreuders. Daarom is hij naleverbaar.

Het nieuwe nummer analyseert de vogelkennis van W.F. Hermans, behandelt het verval van cellulosenitraatfilms, drukt een brief af van tekenaar Mark Smeets, bespreekt de intrigerende Faun-pocketreeks en nog heel veel meer, maar het heeft ook twee volle pagina’s ingeruimd voor de kunst van de herfotografie, de rephotography. Daarover gaat het hier vandaag.

De AW-rubriek besprak de herfotografie in het jaar 2000 aan de hand van het antiquarisch verkregen Second ViewThe Rephotographic Survey Project. Second View, in 1984 uitgebracht door University of New Mexico Press, is nog steeds de standaard binnen de discipline.

Oude glasplaat-opnamen

Voor zijn project fotografeerde geoloog Mark Klett, bijgestaan door beroepsfotografen, in 1978 en 1979 Amerikaanse landschappen die een eeuw eerder óók al waren gefotografeerd. Het streven was de oude glasplaat-opnamen met moderne technische camera’s zo precies mogelijk te reproduceren. Niet alleen wat betreft beeldhoek en brandpuntsafstand en de plaats vanwaar destijds gefotografeerd werd (het ‘vantage point’) maar ook qua lichtval. Zoals de schaduwen in 1870 vielen, zo moesten ze in 1978 opnieuw vallen. Pas dan zouden erosie en andere landschappelijke veranderingen voldoende scherp in beeld komen. Precisie is de ziel van de herfotografie.

Klett en collega’s wisten de destijds ingenomen posities steeds tot op een paar inch nauwkeurig terug te vinden. De juiste lichtval was moeilijker. In principe staat de zon wat betreft hoogte en kompasrichting maar tweemaal per jaar op precies dezelfde plaats aan de hemel. In de praktijk kan op zo’n tien dagen per jaar, per dag steeds tien minuten, voldoende bevredigend geherfotografeerd worden. Er komt veel geduld en volharding bij kijken.

De foto-paren uit Second View zijn adembenemend. Natuurlijk komt de onstuitbare vooruitgang in beeld, maar in Amerika blijken ook mijnstadjes compleet te kunnen verdwijnen. Anderzijds zijn er berghellingen waar rotsblokken en kleine steentjes na 110 jaar nog steeds op dezelfde plek liggen.

De Halvemaansteeg

Voor Furore heeft Piet Schreuders geprobeerd een foto van de Amsterdamse Halvemaansteeg uit 1955 te reproduceren. Maar toen het uiteindelijk lukte was zijn januari-nummer al gedrukt en gedistribueerd. Daarom staat het eindresultaat vandaag bij de AW-rubriek.

De Halvemaansteeg loopt tussen de Amstel en het Rembrandtplein. De Kleine Komedie komt erop uit en verder zijn er, zoals Wikipedia dat noemt, veel kleine eetgelegenheden. Het Rembrandtplein werd na de herprofilering een platte toeristenzone. IJsbaantje, Glühwein, vette vreterij.

Waar de fotograaf (een neef van Schreuders) in 1955 precies stond was snel genoeg vastgesteld. Lastiger leek het om de juiste zonnestand terug te vinden – tot duidelijk werd dat de zon op het moment dat Schreuders’ neef afdrukte precies in het zuiden stond. Neem er Google Maps of Google Earth bij en stel vast dat de Halvemaansteeg kijkt naar een richting tussen zuid en zuidzuidoost. Een graad of 10 oostelijker dan pal zuid. Let op de licht-donker-scheiding die diagonaalsgewijs door de steeg loopt. De zon kan niet verder dan een paar graden uit het zuiden geweest zijn.

Teleurstellende herfoto’s

Schreuders maakte teleurstellende herfoto’s in maart, april en januari en kwam toen op het idee de zonshoogte te meten. De muren waarover destijds de schaduwlijnen van uithangborden en vensterbanken liepen zijn er nog steeds, een gradenboog volstond. Tot zijn verbazing vond hij een hoogte van 14 graden. (Omdat het zonlicht niet volmaakt langs de gevel scheert is het eigenlijk nog minder.) Maar zo laag kan de zuiderzon in Amsterdam helemaal niet komen! Het minimum staat op 14,2 graden. Het stond dus vast dat de foto op of rond 21 december is gemaakt.

Neem je de oosterlengte van Amsterdam (4,9 graden) en de beruchte tijdsvereffening in aanmerking dan valt te berekenen dat het ongeveer tien over half een geweest moet zijn. 12.40 uur. Lunchtijd. Het komt niet vaak voor dat datum en tijdstip zó uit een foto zijn af te leiden.

Het laat zich raden dat Schreuders rond 21 december heeft geprobeerd de foto van 1955 te reproduceren. Maar het was toen, zoals bekend, een sombere periode. Pas op Tweede Kerstdag brak op het juiste moment heel even de zon door. De hier weergegeven herfoto is van 12.36 uur, het is er een uit een hele serie.

Nutellatoerisme

Hoe goed vallen de schaduwen! De Halvemaansteeg ligt er nog steeds mooi bij, ondanks de kleine eetgelegenheden en het Nutellatoerisme. De stoep werd breder en kreeg een fijn-glibberige trottoirband, het putdeksel is weggehaald. Ook is een balkon verdwenen.

Wat valt ons verder op? Twee dingen. In 1955 lagen de hoofden van de meeste passanten tamelijk precies op de horizon, wat je ook verwacht als op hoofdhoogte gefotografeerd wordt. In 2017 lijken ze er wat onder te blijven, waarom is nog niet duidelijk. Feit is dat de steeg vanaf de Amstel schuin afloopt naar het platte plein.

En dan de weerkaatsing van de zon in het raam op de derde verdieping van pand Halvemaansteeg 17 (café Montmartre). Als het ‘vantage point’ voldoende precies gekozen was is dit het bewijs dat ook het gekozen tijdstip klopt. Vanaf een vast punt zie je deze zonsreflectie maar 1 à 2 minuten. Het gevoel aan het eind van dit alles: tevredenheid.

    • Karel Knip