Opinie

    • Frits Abrahams

Handgemeen als norm

Ik wil niet zeggen dat er tussen mijn vrouw en mij een wederzijds handgemeen dreigde waar zelfs Camiel Eurlings van zou hebben opgekeken. Maar het was wel duidelijk dat ik ernstig op mijn tellen moest passen, toen ik met haar de jongste troebelen in de PvdA aan een koele analyse wilde onderwerpen. „Jij wilt alleen maar over de PvdA praten als er problemen zijn”, mopperde ze.

„Dan had je maar niet met iemand van de media moeten trouwen”, zei ik, „want je weet hoe die lui zijn: dranklustig, onbetrouwbaar en sensatiebelust.”

„Je vergeet nog een paar dingen, maar die bewaren we voor een andere keer”, beloofde ze.

Toen was het tijd voor Moorlag. Wie? Moorlag. William Moorlag. Tot voor kort had niemand buiten de PvdA ooit van hem gehoord, maar in die partij hebben ze nu eenmaal de morbide gewoonte om elkaar in de volle openbaarheid de tent uit te vechten zonder duidelijk aanwijsbare reden. Het wederzijds handgemeen lijkt daar de norm geworden.

„Jullie begonnen in de peilingen net aardig op te krabbelen”, zei ik.

Met de Kerst had ik haar nog een boek gegeven vol interviews met PvdA’ers. Vooral het interview met Lodewijk Asscher had haar aangesproken. „Helder, gedreven, gericht op de toekomst, iemand die de sociaal-democratie in stand wil houden”, recenseerde ze blij onder de kerstboom.

Maar toen kwam Moorlag, of beter: hij was nog maar net Kamerlid of hij moest van sommige partijgenoten alweer opkrassen. Er was gedoe over een sociale werkplaats waarvan hij directeur was geweest. Asscher steunde hem eerst, liet hem vervolgens vallen, maar zal hem straks toch weer moeten oprapen als een bepaalde commissie dat rechtvaardiger vindt. Dan kan het nog extra gezellig worden in de PvdA-fractie.

„Kun jij mij kort uitleggen waar dat conflict over gaat?” vroeg ik.

„Nee”, zei ze. „Hoe meer ik me erin verdiep, hoe verder ik het spoor bijster raak. Ik geloof dat het erop neerkomt dat Moorlag met goede bedoelingen een aantal nieuwe werknemers slechter betaald heeft dan andere werknemers. Hij voorzag dat die mensen anders nooit meer aan het werk kwamen.”

„Straks zijn er alleen maar verliezers”, voorspelde ik. „Als die commissie Moorlag gelijk geeft, lijdt Asscher gezichtsverlies, en als Asscher gelijk krijgt, begint Moorlag in de Kamer voor zichzelf. Plus dat Asscher nu ook heibel heeft met zijn partijvoorzitter, die mevrouw Vedelaar, die Moorlag ook weg wil hebben.”

Ze zuchtte. „Het lijkt wel of jij het leuk vindt om al die ellende op te rakelen.”

„Ik vind het alleen maar leuk om te zien hoe mensen zich verbeten aan hun positie vastklampen. In één week: Eurlings en Moorlag. Hun eigenbelang gaat boven het algemeen belang.”

„Nou ja”, zei ze, „staan ze daar soms alleen in?”

Ze keek me doordringend aan, waarna ik besloot de nooduitgang te kiezen. „Uiteindelijk zal Eurlings wel onder druk aftreden”, zei ik, „maar dat juich ik niet toe. Iedereen die in opspraak komt, zou voortaan moeten aftreden – behalve hij. Eurlings als onze nationale kop van Jut! Al onze onvrede hadden we op hem kunnen afreageren. Camiel had het prima gevonden, zolang hij maar zijn riante dagvergoedingen van het IOC hield.”

    • Frits Abrahams