Opinie

    • Patrick de Vries

Europa, toon nu flair in Midden-Oosten

Door harde voorwaarden te stellen kan Brussel zijn miljarden in de Arabische wereld beter besteden, schrijft
Een studente afgelopen zaterdag in Teheran, Iran, tijdens protesten vanwege de slechte economische situatie. Foto AP

Het regent conflicten in het Midden-Oosten, maar een veiligheidspolitieke dialoog is er niet. Dit is in toenemende mate een Europees probleem. Brussel moet erop aandringen dat de zwaargewichten in deze regio eindelijk met elkaar om de tafel gaan. Sterker, Europa zou dat als voorwaarde moeten stellen voor de miljarden die het nu al spendeert om stabiliteit te promoten. Anders blijft het dweilen met de kraan open.

Tussen Iran en Saoedi-Arabië woedt een machtsstrijd, die nu ook weer wordt uitgespeeld via de Iraanse demonstraties van de afgelopen week. En oplopende economische ongelijkheid tussen sommige Golfstaten en landen als Egypte, Jordanië en Tunesië verdelen de regio. Dit zijn twee splijtzwammen die vooral de ontwikkeling van de 106 miljoen jongeren beperken. Dat is een tijdbom. Stabiliteit is een voorwaarde voor economische groei en meer gelijkheid. En stabiliteit kan alleen aan een vergadertafel bereikt worden.

Iran heeft zijn invloed in Libanon, Syrië, Irak en Jemen – via Hezbollah en de Houthi’s – aanzienlijk uitgebreid. Het Iraanse doel om een verbinding tussen Teheran en de Syrische zeehaven Tartus te leggen is nagenoeg bereikt. Saoedi-Arabië is met een diplomatiek, en in Jemen militair, tegenoffensief bezig.

Maar hun belangen reiken verder: beide landen zien ook Afrika en West-Azië steeds meer als hun invloedssfeer. Een spinnenweb aan ambassades, nieuwe lijnvluchten en investeringen in infrastructuur ontvouwt zich daar gestaag. Het doet denken aan de Koude Oorlog: denken in machtssferen, een alles-of-niets-benadering, oorlog voeren via je bondgenoten (proxy wars) en een ontluisterende economische stagnatie.

Het is ook voor Europa belangrijk dat de regio een hoopvoller perspectief krijgt. Zoals politieke leiders dat begin jaren zeventig in Europa deden en toenadering zochten tussen Oost en West. Ooit leek het onvoorstelbaar dat kopstukken als Brezjnev, Ford, Tito, Ceausescu, Schmidt en Honecker in conclaaf gingen. Vul de namen uit het Midden-Oosten in en vergelijkbare botsende belangen doemen op. En natuurlijk heeft elke regio zijn eigen dynamiek. Maar er valt veel te winnen bij het doorbreken van de huidige negatieve politieke patstelling. Europa doet daar veel te weinig aan en snijdt vooral zichzelf daarmee in de vingers.

Van Poetins Rusland, de VS onder Trump of China valt niet te verwachten dat ze initiatief nemen voor een veiligheidsdialoog. Brussel moet dat doen. Dat is geen Europees altruïsme, maar eigenbelang: je moet er niet aan denken dat een land als Egypte, met 90 miljoen inwoners, implodeert.

Europa moet daarbij allereerst oog houden voor een regionale machtsbalans. In colonnes reizen Europese leiders naar Teheran. Maar in de Arabische perceptie wordt Riad maar mondjesmaat bezocht, terwijl Europeanen wel als eerste klaar staan met hun kritiek op Saoedische beslissingen. In 2016 werd de basis gelegd voor een samenwerkingsovereenkomst met Iran; een dergelijk initiatief is (nog) niet met Riad besproken.

Ten tweede moet Europa meer vanuit een positie van politieke invloed denken. Europese financiële steun bij de wederopbouw in Irak, Syrië, Libië of Jemen moet een onderhandelingstroef zijn. Deze landen hebben investeringen door Europese bedrijven nodig om jongeren aan het werk te krijgen. En naarmate Brussel meer grip krijgt op de mensenstromen naar Europa, wordt migratie meer een verantwoordelijkheid van de Arabische regio zelf. Landen in de hele regio zoeken nu ook zelf Europese steun bij een betere bewaking van grenzen en kustlijnen.

Zie ook de bestrijding van terrorisme: Europese hoofdsteden hebben relevante inlichtingen over extremistische groeperingen in het Midden-Oosten. Europa kan zulke kaarten uitspelen.

Voor Iran én Saoedi-Arabië is het politiek relevant dat Europa het nucleaire akkoord met Iran tegenover Trump verdedigt. En dat het diens besluit afwijst Jeruzalem als hoofdstad van Israël te erkennen. Het idee was dat het nucleair akkoord zou leiden tot economische liberalisering en meer ruimte voor gematigde leiders. In Arabisch perspectief gebeurde het tegenovergestelde. In de regio kregen milities, gesteund door de conservatieve Revolutionaire Garde, meer invloed. En binnenlands nam de druk toe; de demonstraties in Iran zijn er een reactie op.

De nieuwe Saoedische kroonprins begon hervormingen, niet op alle punten in westerse lijn, maar wel met een opening naar een gematigder agenda. Ten derde zou Europa daarom in beide landen hervormingen nadrukkelijker kunnen steunen.

Ten vierde kan Europa met soft power veel meer doen om belangen bij elkaar te krijgen. Denk aan waterprogramma’s waarbij zowel Iran als Saoedi-Arabië belang hebben. Maar ook aan culturele diplomatie: verhoog studiebeurzen voor Iraanse en Saoedische studenten; nodig hun kunstenaars, filmmakers en architecten uit om aan Europese kunstacademies te studeren; organiseer culturele dialogen om Perzische, Arabische en Europese perspectieven te veranderen.

Dit kan helpen een bodem te leggen voor zo’n regionale veiligheidsdialoog van zwaargewichten – primair Iran en Saoedi-Arabië, maar uiteindelijk ook landen als Turkije, Egypte en, wie weet, Israël. Dit vraagt allereerst om stille diplomatie van Europa. Het heeft er ervaring mee, bijvoorbeeld door zijn bemiddelende rol bij de nucleaire deal met Iran. Er is nu ook een kapstok: de Europese veiligheidsstrategie ziet bevorderen van multilaterale samenwerking in het Midden-Oosten als een speerpunt. De Hoge Vertegenwoordiger van de EU, Federica Mogherini, zou hiervoor meer politieke ruimte moeten krijgen. Frankrijk mag zelf actiever zijn in het Midden-Oosten, het zal zich moeten realiseren dat het zonder bredere Brusselse politieke en financiële steun te weinig gewicht in de schaal legt.

Natuurlijk, in het Midden-Oosten kunnen alleen de landen zelf meer stabiliteit bereiken. Maar met meer flair én strategie kan Europa een bijdrage leveren aan het bijeen brengen van regionale belangen. Niet door hier en daar projecten te financieren, maar door te kiezen voor een strategische rol. Een regionale dialoog heeft tijd nodig, maar ook politieke druk: de EU pompt nu wel erg vrijblijvend miljarden in deze regio.

    • Patrick de Vries