‘Eigenlijk wil ik die stempels niet’

‘Toen ik veertien was begon ik met schrijven, een verhaal over een meisje dat depressief was. In diezelfde periode begon ik mij steeds slechter te voelen. Ik heb lang gedacht dat ik overdreef, op sociale media zie je zoveel mensen die aandacht proberen te trekken met hun depressie. Ik wilde juist geen medelijden. Maar ik voelde me echt kut – niets was goed, ik was moe, wilde alleen maar op bed liggen.

„Na ongeveer een jaar heb ik het aan mijn ouders verteld. Cognitieve gedragstherapie, om anders te leren denken, hielp niet echt. Dan denk je alleen maar aan wat je aan het denken bent. Ik heb sowieso altijd gedachten in mijn hoofd, vaak denk ik wel aan vijf dingen tegelijk – dat kan heel vermoeiend zijn.

„Later kreeg ik de diagnose asperger. Dat betekent in mijn geval dat ik sociaal minder vaardig ben. Ik voel wel emoties van anderen, maar ik kan ze niet altijd plaatsen. En ik heb geen filter, alle prikkels komen even hard binnen.

Profijt

„Eigenlijk wil ik die stempels niet, ik wil niet dat mensen daardoor een oordeel over mij hebben. De manier waarop mijn hersenen werken, beperkt me soms, maar ik heb er ook veel profijt van. Niemand denkt zoals ik. Een leraar zei dat ik goed ‘out of the box’ kan denken.

„Mijn depressies heb ik leren accepteren. Mijn gedachten horen bij mij, maar ik ben mijn gedachten niet. Ik kan ze niet stoppen, maar ik kan ze wel beter negeren.

„Toen ik zeven was zijn we van Voorburg naar Valthe (bij Emmen) verhuisd. Ineens was ik het enige slimme kind in de klas. Dat werkt in dit dorp dus niet. Als je hier zegt wat je denkt, en anders bent, val je buiten de boot. Het pesten maakte me onzeker, maar ik ben er wel sterker van geworden.

„Populair zijn vind ik niet meer belangrijk, maar iedereen wil vrienden hebben. Ik ook. Sociale media dragen eraan bij dat alles om populariteit draait, iedereen op Instagram wil zoveel mogelijk likes en zo vaak mogelijk op Snapchat worden toegevoegd als vriend – dikke onzin. Aan de andere kant kan ik ook niet zonder sociale media. Mijn beste vriendin heb ik op Twitter ontmoet. We zien elkaar maar een paar keer per jaar, maar ze is heel belangrijk voor mij. Wij kunnen allebei niet zo goed met anderen praten, maar wel met elkaar.

Hoogbegaafden

„Mensen denken vaak dat hoogbegaafden alles komt aanwaaien, maar dat is niet zo. Ik heb dingen wel snel door, maar ik heb geen talenknobbel ofzo. En soms kun je ook te lang nadenken over de lesstof, omdat je niets zomaar aanneemt.

Het onderwijs is ook niet goed ingericht op hoogbegaafden. Als ik ergens niet tegen kan is het zitten en luisteren. En dat moet de hele tijd op de middelbare school. Daarom verheug ik me er enorm op om te gaan studeren, dan heb je meer vrijheid en word je meer uitgedaagd.

„Ik weet al dat ik (bedrijfs)economie of internationale bedrijfskunde wil gaan doen. Over tien jaar zie ik mezelf misschien werken bij een groot internationaal bedrijf, in de marketing of accountancy bijvoorbeeld. Mijn doel is niet om rijk te worden, maar om niet door een gebrek aan geld belemmerd te worden in je vrijheid.

„Ik kan niet wachten tot ik op mezelf woon, het liefst wil ik met mijn vriend in Groningen samenwonen. Het is voor ons allebei onze eerste relatie. Soms zeggen mensen: waarom zou je zo jong als zo serieus zijn? Maar wat maakt leeftijd uit? We fantaseren weleens over naar Australië of Nieuw-Zeeland verhuizen. Ik zie het wel voor me, een heel leven samen.”

    • Martine Kamsma