‘De fabriek ligt nooit stil, dat kost te veel geld’

Nachtwerkers, een fotorubriek van Lars van den Brink

Wie werken er ‘s nachts? Stefan van der Heide draait ploegendiensten bij Tata Steel. „De truc is om na een nachtdienst niet te lang te slapen.”

Foto Lars van den Brink

Een keuken vol kokende pannen. Zo omschrijft Stefan van der Heide (25) zijn deel van de fabriek van Tata Steel in IJmuiden. Als procesoperator voegt hij de juiste ingrediënten toe aan het gesmolten staal, om een specifieke kwaliteit te creëren. Een schepje mangaan, een scheutje chroom. „De ene klant maakt er een auto van, de ander een koelkast. Dat vraagt om verschillende soorten staal.”

De ploegen van de panbehandelingsinstallatie, zoals zijn sectie officieel heet, wisselen elkaar af in een cyclus van tien dagen. Twee ochtenden (6 uur ’s morgens tot 2 uur ’s middags), twee middagen (2 uur ’s middags tot 10 uur ’s avonds), één dag vrij, twee nachten (10 uur ’s avonds tot 6 uur ’s ochtends) en dan drie dagen vrij. 365 dagen per jaar. Van der Heide: „De fabriek ligt nooit stil. Het kost te veel geld om het productieproces af te koelen en weer op te warmen.”

Toen hij op zijn 17e begon mocht hij nog geen nachtdiensten draaien. Die kwamen er op zijn 18e bij. „Dat was wennen”, zegt Van der Heide. „De truc is om na een nachtdienst niet te lang te slapen. Tot een uur of half een ’s middags, zodat ik ’s avonds moe ben om het ‘gewone’ ritme op te pakken.”

Onder zijn vrienden is het doodnormaal om eerder weg te moeten van een feestje, om te gaan werken. „In deze buurt kent iedereen wel iemand van Tata Steel.”

    • Ykje Vriesinga
    • Lars van den Brink