‘De boot ging kapot, midden op zee’

‘Twee jaar geleden stapte ik in Rotterdam uit de trein. Daar kwamen mijn neefjes en mijn oom me ophalen – ze woonden al in Nederland. Ik zag die hoge gebouwen en dacht: mijn god, ben ik in New York? Echt mooi.

„Voor een toneelstuk heb ik geschreven over mijn reis naar Nederland. Ik was 15 en ik vertrok alleen, onderweg leerde ik andere mensen kennen die vluchtten. Het duurde anderhalve maand. Ik lees de rest liever voor: het was lang en moeilijk en toch een mooie reis. Eerst van Damascus naar Libanon. Daarna naar Turkije met de boot. De zee was mooi. In Turkije was het leuk. We gingen winkelen. Toen moesten we naar Griekenland in een veel te kleine boot. Die was gemaakt voor vijftien mensen. Er stonden 37 mensen in. De boot ging kapot, midden op zee, we moesten zwemmen naar Griekenland. De meeste opvarenden zijn overleden.

Nog in Damascus

„Mijn moeder is een jaar na mij in Nederland aangekomen. Het gevoel toen ik haar zag… ik kan de woorden niet vinden. Dat je iets krijgt en dat maakt je gewoon zo blij. Ik wist helemaal niet dat ze zou komen. In de ochtend belde ze me: ‘Ik ben onderweg.’ Dit is een grap, dacht ik. Mijn vader is nog in Damascus. Soms zegt hij dat hij komt, soms zegt hij van niet.

„Het verleden is het verleden. Dat betekent dat ik niet veel achterom kijk. Mijn moeder en ik wonen nu precies een jaar in Lopik. Dit huis heb ik helemaal zelf ingericht en opgeknapt. Het is 45 minuten met de bus naar Rotterdam en 45 minuten naar Utrecht, mijn lievelingssteden.

„In Utrecht kom ik heel vaak. Ik heb daar drie maanden in een azc gewoond. Met vrienden die ik uit die tijd ken, zit ik altijd op die grote trap van Utrecht Centraal. Heel gezellig.

Feestjes in azc’s

„Ik speel toneel en geef dj-les. In het azc heb ik een dj en mensen van de theaterschool leren kennen. Ik kan makkelijk met mensen omgaan en zij vroegen of ik mee wilde doen. Ik heb ook op feestjes in azc’s gedraaid. Het liefst house. Na mijn studie wil ik vaker draaien. Veel mensen willen alleen roken, drinken en naar feestjes. Dat wil ik niet. Niet altijd. Ik ben met mijn toekomst bezig.

„Een goede toekomst is werk, een huis, een vrouw en kinderen. Mijn moeder en ik gaan samen een Arabisch restaurant beginnen in Utrecht. Mijn moeder kan echt lekker koken. Maar misschien ben ik over tien jaar wel hotelmanager in Dubai. Ken je de Van der Valk-hotels? Zo’n soort keten zou ik wel willen beginnen. Ik wil eigenlijk niet weg uit Nederland want ik spreek nu de taal, maar in Dubai is wel veel werk.

„Sinds een paar weken heb ik een vriendin. Zij is half Syrisch en half Russisch, maar ze is geboren in Nederland. Ze woont in Groningen. Ik ben blij met mijn leven.”