Baron van Dedem laat oude meesters na aan National Gallery

De National Gallery in Londen ontvangt vier schilderijen van de in 2015 overleden oud-bestuursvoorzitter van TEFAF Willem baron van Dedem.

Portret van Willem baron Van Dedem uit 2014. Foto Merlijn Doomernik

Willem baron van Dedem (1929-2015), de oud-bestuursvoorzitter van de Maastrichtse kunstbeurs Tefaf, heeft vier kostbare schilderijen van oude meesters nagelaten aan de National Gallery in Londen, zijn voormalige woonplaats. Het museum heeft de gift eind december in een persbericht gepresenteerd als „een kerstcadeau voor het land”.

Het gaat om vier zestiende- en zeventiende-eeuwse schilderijen. Een in 1641 op koper geschilderd portret van Christus door David Teniers de Jongere, twee genreschilderijen met insecten uit 1654 van Jan van Kessel de Oudere, en een fruitstilleven van Adriaen Coorte uit 1703.

In 2016 eerde Tefaf Willem baron van Dedem. Lees ook: Kunst verzamelen om het avontuur

Verzamelaar

Van Dedem, een achterneef van de Rotterdamse havenbaron D.G. van Beuningen, begon in 1963 met verzamelen toen hij nog in loondienst werkte bij de Steenkolen Handels-Vereniging (SHV). Zijn eerste aankoop was een klein schilderijtje van Adriaen Verdoel, voor 3.500 gulden.

Toen Van Dedem in 1968 SHV verliet, maakte hij fortuin met een tankpas voor vrachtwagens. Door steeds mindere kunststukken in te ruilen tegen betere, slaagde hij er in een van ’s werelds beste privé-collecties van Hollandse meesters aan te leggen.

Van Dedem heeft eerder ook aan Nederlandse musea geschonken. Zo kreeg het Rijksmuseum Amsterdam in 2014 het zeventiende-eeuwse schilderij Boslandschap met een vrolijk gezelschap in een wagen van Meindert Hobbema. Dit sleutelwerk in het oeuvre van Hobbema kreeg een plaats in de Eregalerij van het museum. Ook het Mauritshuis in Den Haag kreeg diverse schilderijen.

Collectie Van Dedem

Over zijn giften aan musea heeft Van Dedem nooit dik gedaan. Tot zijn dood bleven de meeste toegezegde werken in zijn huis in Richmond hangen. Een jaar voor zijn dood zei hij in een interview met NRC: „Mijn kinderen en kleinkinderen, die schenken; die brengen een offer. Ik niet. Ik kan er gewoon van blijven genieten.”

Beter was het daarom volgens de baron om te zeggen dat de schenkingen afkomstig waren „uit de collectie van Van Dedem”.

    • Arjen Ribbens