Arme Iraniërs geloven de regering niet meer

Protesten in Iran Op veel plaatsen in Iran werd afgelopen week gedemonstreerd tegen het islamitische regime. Buiten Iran wonende Iran-kenners geven duiding. „Deze mensen werden niet gehoord, ook al gingen ze de straat op. Nu wel.”

Iraanse studenten protesteren in Teheran, 30 december 2017. Foto EPA/STR

De geest van de Iraanse revolutie was deze week weer even uit de fles. Tienduizenden Iraniërs gingen de straat op om te demonstreren tegen het islamitisch bewind. Anders dan bij eerdere massale protesten, zoals de laatste in 2009 toen miljoenen Iraniërs de herverkiezing van de toenmalige president Ahmadinejad niet vertrouwden, is het nu niet de stedelijke elite die in opstand komt. De zorgen komen vooral uit gemarginaliseerde gebieden in het westen van Iran, waar inflatie en werkloosheid heersen en etnische minderheden zich al langere tijd genegeerd voelen door de politieke elite in Teheran.

Hoewel het aantal demonstranten dit keer de miljoenen niet haalt, is het protest niet eerder zo breed geweest. Op het hoogtepunt werd er in meer dan tachtig steden gedemonstreerd. De regering trad hard op tegen de demonstranten; volgens officiële cijfers zijn er 21 mensen omgekomen, onder wie een jongen van elf jaar. Meer dan duizend mensen zijn opgepakt. Wat er nu met die mensen gebeurt, is onduidelijk, maar Iraanse gevangenissen zijn berucht om hun martelpraktijken.

Donderdag liet de Iraanse legerleider Abdolrahim Mousavi weten dat de troepen klaarstaan en zullen ingrijpen als demonstranten, die volgens hem zijn „misleid door de Grote Satan” (de Verenigde Staten), niet ophouden. De protesten lijken te zijn gestopt, maar dat is vanwege de slechte toegang tot internet in Iran niet zeker.

„Toen ik op de kaart zag waar de protesten plaatsvinden, was ik niet verbaasd”, zegt mensenrechtenadvocaat Gissou Nia vanuit Los Angeles. „Het is een gebied waar veel economische problemen spelen, de situatie is er onhoudbaar geworden. Er wonen ook etnische minderheden, onder wie Arabieren, die zich al decennialang verwaarloosd voelen door het Iraanse regime.”

Als voormalig adjunct-directeur van de ngo Human Rights Documentation Center in Iran bemoeide Nia zich jarenlang met de situatie van etnische minderheden in die regio, zo ook in de stad Ahvaz waar afgelopen zaterdag duizenden mensen de straat op gingen. „De Iraniërs hier wonen in een olierijk gebied maar zien niks terug van het geld dat de regering hier verdient”, zegt ze.

Verder is milieuvervuiling een groot probleem in deze regio, zegt Nia. Volgens cijfers van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) is Ahvaz, op vijf kwartier vliegen van de hoofdstad Teheran, een van de steden met de meeste luchtvervuiling ter wereld. Eens in de zoveel tijd gaan mensen hier de straat op wegens watertekorten, stroomuitval en zandstormen.

De Iraanse protesten begonnen vorige week donderdag gek genoeg niet in een liberale stad als Teheran, Shiraz of Isfahan, maar in het religieuze Mashad, de tweede stad van Iran en een van de belangrijkste shi’ietische steden ter wereld. Bondgenoten van de Iraanse geestelijke en dus hoogste leider Ali Khamenei gingen de straat op om te demonstreren tegen de meer hervomingsgezinde Iraanse president Hassan Rohani.

Iraniërs in andere steden besloten hetzelfde te doen, maar keerden zich ook tegen Khamenei. Slogans als ‘Dood aan Rohani’ maakten snel plaats voor ‘Dood aan Khamenei’. Zelfs in de heilige stad Qom riepen mensen klaar te zijn met het islamitische bewind. Ook scandeerden ze – erg gedurfd en daarom zeldzaam in Iran – ‘Dood aan de dictator’. Er werden vlaggen met beelden van Khamenei in brand gestoken.

Foto Gregorio Borgia/AP

Binnen een paar dagen verspreidde het protest zich als een olievlek over tientallen plaatsen in het land, ook naar plaatsen waar zelfs veel Iraniërs nog nooit van hadden gehoord, zoals Dorod en Izeh. Soms gingen enkele honderden mensen de straat op, soms duizenden.

Buitenlandse media mochten niet filmen bij de protesten, dus maakten demonstranten zelf filmpjes die werden gedeeld via de versleutelde app Telegram – zo populair in Iran dat het voor veel Iraniërs gelijkstaat aan het internet. De helft van de tachtig miljoen Iraniërs maakt gebruik van de app. Veel van de protesten waren dan ook in chatgroepen op Telegram aangekondigd.

Zondag maakten de Iraanse staatsmedia bekend dat Telegram, samen met Instagram en Signal, tijdelijk zou worden geblokkeerd. Instagram schijnt inmiddels weer te werken.

De protestbeweging had de afgelopen week geen leider, zoals die er tijdens de Iraanse Groene revolutie in 2009 wel was met de toenmalige presidentskandidaat Mir Hossein Mousavi. Nog een belangrijk verschil: in 2009 had een miljoen Iraniërs een smartphone, inmiddels zijn dat er 48 miljoen. En ook veelzeggend: toen stond 1 dollar gelijk aan 10.000 rial, nu moet voor een dollar 35.000 rial worden neergeteld.

Geen cadeautje

De inflatie en de werkloosheid hebben tot veel woede geleid onder de bevolking. Toen Rohani in mei dit jaar werd herkozen, beloofde hij juist dat er meer investeringen zouden komen als gevolg van de nucleaire deal en dat de economie zou aantrekken; hij beloofde een economische revolutie, maar daar merken veel Iraniërs weinig van.

Ook op het vlak van mensenrechten is Rohani geen cadeautje geweest voor de Iraniërs. Volgens een rapport van Amnesty International is de klopjacht op mensenrechtenverdedigers sinds Rohani’s verkiezing in 2013 opgevoerd. Een Britse- en een Zweedse-Iraniër zijn al lange tijd vastgezet tijdens een bezoek. „Wat de protesten laten zien is dat de vanzelfsprekende steun die de regering had in de provincie weg is”, zegt de Iraans-Amerikaanse schrijver Amir Ahmadi (38). Hij schreef deze week een opiniestuk in The New York Times. Er zijn buiten de grote steden plaatsen waar 60 procent van de bevolking werkloos is. „Deze mensen hebben nooit toegang gehad tot de internationale media, ze werden niet gehoord, ook al gingen ze de straat op. Nu wel. Jarenlang is hun economische voorspoed beloofd, maar daar is weinig van terechtgekomen.”

Ahmadi schreef dat economen eerder al waarschuwden voor opstanden. Op 10 december maakte Rohani de begrotingsplannen voor de komende vijf jaar bekend. „Ineens zagen de Iraniërs dat er miljoenen wordt geïnvesteerd in ideologische instituties”, zegt Ahmadi. „Ze zien dat er geld naar Jemen, Gaza en de oorlog van Assad gaat, en tegelijkertijd wordt hun brood duurder.” Ook een populaire leus tijdens de protesten: „Geen Gaza, Geen Libanon, Geen Syrië, ik geef mijn leven voor Iran!”

Wie waren precies de mensen die de straat op gingen? „Dat is niet een specifieke groep”, zegt Holly Dagres, Midden-Oosten-analist in Jeruzalem. „Het waren mannen én vrouwen, jong én oud. Maar toch wel veel jongeren uit de arbeidersklasse.” Het zijn Iraniërs die na de Islamitische Revolutie van 1979 zijn geboren en heel hun leven alleen maar beloftes hebben gehoord van het Iraanse regime, zegt ze, maar weinig resultaat hebben gezien. „Nu hebben ze zelf kinderen en eisen ze een betere economie. Ze geloven niet meer in de intenties van het bewind.”

Daarnaast moeten we niet vergeten, zegt de Iraans-Amerikaanse Dagres, dat Iraniërs goed zijn opgeleid, ook in de provincies. „Veel jongeren verhuizen naar grotere steden als Teheran voor werk, maar niet iedereen kan zich dat veroorloven, dat verklaart een groot deel van de frustratie van de afgelopen week.”

Een van de eerste proteststeden vorige week was Kermanshah, in Noord-Iran, waar op 12 november een aardbeving plaatsvond die tot in Turkije en Israël te voelen was. Er vielen 660 doden en duizenden raakten gewond. „Hulp van de Iraanse overheid kwam hier veel te laat en was onvoldoende”, zegt mensenrechtenadvocaat Gissou Nia.

Terwijl Iraniërs in nood zich niet gehoord voelen door de regering wordt tegelijkertijd de corruptie in Iran voor veel Iraniërs zichtbaarder, ook in armere delen van het land, zeggen Nia en Amir Ahmadi. „Net als in de rest van de wereld zitten Iraanse jongeren constant op hun smartphone”, zegt Ahmadi. „Op Instagram zien ze hoe rijke Iraniërs leven, op luxe vakanties gaan naar Zwitserland. Dat zijn bijna altijd mensen die profijt hebben van de islamitische regering.”

„Je kunt in Iran de politiek en de economie niet los zien van elkaar”, zegt advocaat Nia. „Iran is een samenleving geworden met twee klassen; rijke mensen die profiteren van de corrupte regering en mensen die dat niet doen en armer worden.” De islamieten verscholen zich vroeger nog achter de sobere islam, zegt ze. „Denk aan ayatollahs die op plastic sandalen rondlopen en aan oud-president Ahmadinejad die er altijd simpel gekleed uitzag. Ze konden daardoor gemakkelijk appelleren aan de arbeiders in de provincie. Maar de kinderen van deze ‘sobere’ moslims en de kinderen van mensen die profiteren van de corrupte overheid laten hun exorbitante levensstijl juist graag zien. Iraniërs zien hoe zij in hun Maserati’s door de stad rijden.”

Als voorbeeld noemt Nia het populaire instagramaccount @therichkidsoftehran waarin jonge Iraniërs foto’s en video’s delen van hun zwembadfeestjes en ski-vakanties. Nia: „Iraanse vrouwen worden op straat aangesproken door de zedenpolitie als hun hoofddoek niet goed zit, maar hún kinderen delen op sociale media foto’s in hun bikini’s. Hoe kan het dat zij niet worden opgepakt? De hypocrisie van de regering is voor niemand meer onzichtbaar.”

Niet massaal

Hoewel de protesten zich de afgelopen week snel konden verspreiden zijn ze ook weer niet massaal geworden. In totaal zijn tussen de 40.000 en 50.000 Iraniërs de straat op gegaan, het land telt 80 miljoen mensen. Waarom bleven zo veel Iraniërs thuis? „Vanwege Syrië”, zegt Holly Dagres. „Iraniërs zijn bang dat het hier ook uit de hand loopt.”

Woensdag heeft de Iraanse revolutionaire garde militairen naar drie provincies gestuurd om de opstanden de kop in te drukken. Ook stuurden ze regeringsgezinde demonstranten de straat op, die teksten riepen als: „De oproerkraaiers moeten worden geëxecuteerd”.

Eerder deze week benadrukte de Iraanse president Rohani dat Iraniërs het recht hebben de straat op te gaan zolang ze geen geweld gebruiken. Even later, op dinsdag, waarschuwde Khamenei, de hoogste leider, dat Iraniërs juist moesten stoppen met demonstreren. Wie dat wel deed werd een ‘vijand van de staat’, iets waar Iraniërs voor geëxecuteerd kunnen worden. Khamenei wees met de vinger naar de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Israël en Saoedi-Arabië, die volgens hem achter de Iraanse opstand zaten. Hij zegt dat de Amerikaanse sancties de economische problemen in Iran verklaren.

De grote vraag is nu: wat gaat de Iraanse regering doen om de woede van de bevolking weg te nemen?

Dagres: „De regering heeft nog geen nieuwe hervormingen aangekondigd. Ze weten nu dat de wereld meekijkt. Iedereen wacht hun reactie af.”

De protesten zijn afgelopen week misschien niet in heel het land uitgebarsten, maar ze bieden wel hoop voor veel Iraniërs, zegt de Iraanse mensenrechtenactivist Masih Alinejad. Bij de demonstraties in 2009 kwamen meer dan honderd mensen om en veel ngo’s werden het land uit gestuurd. „Mensen dachten dat Iraniërs zo geschrokken waren dat ze niet meer durfden te protesteren. Wat de demonstranten laten zien is dat er uiteindelijk verandering zal komen. Misschien niet vandaag of morgen. Maar wel ooit”, zegt Alinejad. „Na afgelopen week weten we zeker: de Iraanse protestgeest is alive and kicking.”

Correctie (6 januari 2018): In een eerdere versie van dit stuk stond dat Nia minderheden in de provincie sprak vanwege haar werk als onderdirecteur van International Campaign for Human Rights in Iran, dat is ze ook geweest, maar dit werk deed ze als onderdirecteur van de Human Rights Documentation Center. Dit is aangepast in het artikel.

Naschrift (6 januari 2018): In overleg is de leeftijd van een van de geïnterviewden uit dit interview geschrapt. Op 9 januari 2018 is deze quote verwijderd: „Wat ook meespeelt: een deel van de bewoners hier is sunnitisch, dat maakt ze niet populair bij de shi’ietische regering van Iran.” De formulering wekt een verkeerde indruk. Hoewel er Arabische sunnieten leven is het geen aanleiding voor de protesten.