Af en toe krijgt een Deen last van maagpijn

Voedselverspilling in Denemarken Wereldwijd wordt ongeveer eenderde van ons voedsel weggegooid. Deense initiatieven willen die verspilling tegengaan.

Denemarken loopt voorop in het terugdringen van voedselverspilling. Wefood is een van de initiatieven die daaraan bijdraagt. Foto Craig Stennett/Eyevine

Eerst ruik je of het eten nog goed is, daarna proef je het – en als er dan nog geen alarmbellen gaan rinkelen mag het in de schappen. In de Deense supermarkt Wefood verkopen ze eten dat eigenlijk al over de datum is, maar niet schadelijk.

Althans, dat hoop je.

De 24-jarige Sandra Frehr staart naar een piramide van muesli-dozen. Op een bordje is te zien dat ze al een paar maanden over tijd zijn. Een doos van 400 gram kost nog maar 4 Deense kroon, omgerekend 50 eurocent. „Voordat ik boodschappen doe, loop ik hier even naar binnen”, zegt ze. De student komt twee keer per week langs. „Meestal koop ik hier groente, brood en noten, maar je weet nooit wat je kan verwachten.” Frehr komt hier omdat de producten goedkoop zijn, maar dat geldt niet voor alle klanten, zegt Grete Bukkehave die als vrijwilliger in een van de twee Wefoods in Kopenhagen werkt. „Er komen veel mensen die weinig geld hebben, zoals studenten en vluchtelingen, maar ook mensen die het om ideologische redenen doen en voedselverspilling willen tegengaan.” Denen zijn zich de afgelopen jaren, zegt ze, „veel bewuster geworden van wat ze allemaal aan eten weggooien”.

Een krop sla kost 12 eurocent

Twee keer per week komen groothandels langs en laten ze een lading eten achter die ze anders zouden weggooien. Vrijwilligers van Wefood testen wekelijks alle producten. Als het goed smaakt, mag het worden verkocht, voor weinig geld. Een krop sla of een biologische peer kost hier 12 eurocent, een flesje vitaminepillen 2,50 euro. Als Wefood klachten krijgt – af en toe heeft iemand last van maagpijn – dan bieden ze excuses aan en leggen ze uit dat er nu eenmaal een risico kleeft aan hun producten.

„Het is een kwestie van logisch nadenken”, zegt Jon Staal (30), die net de winkel uitloopt met in zijn hand wat tomaten, pastinaak en een peer. „Vis zou ik hier niet snel kopen, maar chutney die een half jaar over de datum is, hoeft niet schadelijk te zijn. En als het wel oud is, gooi ik het alsnog weg, het is toch heel goedkoop.” De jonge vader, die een half jaar met vaderschapsverlof is, woont tegenover de Wefood. Nadat hij zijn boodschappen heeft gedaan, kijkt hij hier of er nog iets extra’s te vinden is. „Uiteindelijk koop ik maar een klein deel van mijn boodschappen hier. Ik doe het wel echt vanwege het milieu.”

1,3 miljard ton eten weggegooid

De 5,7 miljoen Denen verspillen ieder jaar 700.000 ton aan voedsel. In Nederland, waar drie keer zoveel mensen wonen, wordt jaarlijks zo’n 2,55 miljoen ton voedsel verspild. Wereldwijd wordt ongeveer eenderde van al het eten dat wordt geproduceerd, weggegooid; het gaat om 1,3 miljard ton, goed voor de uitstoot van 3,3 miljard ton kooldioxide.

In Nederland wordt jaarlijks 22 procent van het voedsel verspild, maar dat wordt steeds minder geaccepteerd. Lees ook: Waardeloos eten krijgt een nieuw leven

De Verenigde Naties hebben daarom als doel gesteld dat landen voedselverspilling voor 2030 moeten halveren. Wefood, onderdeel van de Deense ngo Dan Church Aid, heeft sinds februari 2016 zo’n 300 ton aan eten gered en aan de verkoop hiervan 268.700 euro verdiend, zegt woordvoerder Sofie Østensgård.

Op hun site schrijven ze over de paradox van voedselverspilling. Hier wordt eten weggegooid, terwijl wereldwijd bijna 800 miljoen mensen honger lijden. Alle inkomsten van Wefood gaan daarom naar goede doelen in ontwikkelingslanden en deels naar de opening van hun derde vestiging, komende lente, in de Deense stad Århus, zegt Østensgård.

Foto Craig Stennett/Eyevine

Denemarken wordt op wereldvlak een koploper genoemd als het gaat om het tegengaan van voedselverspilling. Meer dan 40 procent van de Denen meent zich bewust hiermee bezig te houden. „Ik vind dat wij moreel verplicht zijn om er iets tegen te doen”, zegt Esben Lunde Larsen, de Deense minister van Milieu en Voedsel in een reactie. „We hebben de kennis en de mogelijkheden om een duurzamere wereld te bereiken”, zegt hij.

Larsen voert campagne voor een internationale beweging: Better Food for More People. „Ons doel is om consumenten te betrekken bij het complexe systeem dat schuilgaat achter wat ze eten. We moeten oplossingen promoten die ervoor zorgen dat consumenten weten waar hun eten vandaan komt en hoe het geproduceerd is”, zegt hij. De Deense minister investeert veel in onderzoek naar voedselverspilling en moedigt consumenten en bedrijven aan om zelf met initiatieven te komen. En dat lukt al aardig.

Overgebleven maaltijden

Neem de app Too Good to Go, in 2015 ontwikkeld door een groepje Deense twintigers die uit eten waren in een buffetrestaurant. Ze hoorden vlak voor sluitingstijd dat al het overgebleven eten werd weggegooid. Zo ging dat iedere dag. Begin 2016 waren ze klaar met de ontwikkeling van een app die overgebleven maaltijden van restaurants, bakkers, groenteboeren en supermarkten aan het einde van de dag verkoopt, vertelt Sisse Hansen, woordvoerder van de Deense afdeling.

Ze legt uit hoe het werkt. „Je kunt op de app zien welke tent in jouw buurt overgebleven maaltijden heeft. Het kan gaan om een hele maaltijd, of een zak met bijvoorbeeld fruit en groenten, of vlees of brood.” Je weet niet altijd van te voren wat je krijgt. „Het doel van de app is ook niet dat mensen precies krijgen waar ze zin in hebben maar dat ze voedselverspilling helpen tegen gaan.” Maar het is wel degelijk voordelig voor de consument; eten is vaak tussen de 50 en 70 procent goedkoper dan normaal.

Too Good to Go is inmiddels ook actief in het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Noorwegen, Frankrijk en Zwitserland - er zijn 7.000 restaurants en winkels bij aangesloten. Meer dan 2,5 miljoen maaltijden zijn er via de app verkocht. „In Denemarken zijn we niet alleen actief in grote steden, maar eigenlijk door het hele land, ook in dorpen. Ik denk dat het zo’n succes is omdat mensen én minder geld kwijt zijn én iets bijdragen aan het milieu.”

Rotterdammer Joost Rietveld (35), die de Hotelschool heeft gedaan, woonde de afgelopen vijf jaar in Kopenhagen en is net weer naar Nederland verhuisd om de app hier te lanceren. Met vier man is hij op zoek naar ondernemingen die zich in Nederland willen aansluiten bij het bedrijf. „In Denemarken zijn mensen zich meer bewust van voedselverspilling”, merkt hij op. „Er is meer innovatie op dat vlak, maar in Nederland is de laatste tijd wel veel belangstelling voor het probleem. We moeten er nu ook iets aan doen.”

Lees ook: Zetten Cora en Pitamientje ons wel aan tot minder voedselverspilling?
    • Maral Noshad Sharifi