Recensie

The X-Files blijkt opvallend relevant in het Trump-tijdperk

Mulder en Scully De comeback van The X-Files leek na het zwakke vorige seizoen nergens op uit te draaien. Maar de serie herpakt zich nu.

De chemie tussen David Duchovny en Gillian Anderson blijft ook in het elfde seizoen van The X-Files intact.

Zelfs de FBI-agent die bijna alles al heeft meegemaakt weet niet meer wat hij van de Verenigde Staten moet maken. „Het voelt alsof ik me dit jaar alleen maar heb afgevraagd of het land gek is geworden”, zegt Fox Mulder tegen zijn partner Dana Scully in een nieuwe aflevering van The X-Files.

In de jaren negentig groeide de paranormale politieserie uit tot een tv-fenomeen. Een overkoepelende verhaallijn over een groots complot van de overheid met betrekking tot buitenaards leven hield miljoenen kijkers in spanning. Na negen seizoenen werd in 2002 de stekker uit de serie getrokken, toen de rek er al een tijdje uit was.

Begin 2016 bleek de tijd rijp voor een comeback. In het huidige tv-tijdperk, waarin meer dramaseries dan ooit worden gelanceerd, vinden aanbieders het fijn om gebruik te maken van een bekende franchise die kijkers warme, nostalgische gevoelens geeft. Zender FOX wist de belangrijkste spelers terug te halen voor een kort seizoen en de hype flink op te voeren.

Het voelde goed om zelfverklaard believer Mulder (David Duchovny) en de sceptische Scully (Gillian Anderson) weer aan het werk te zien, nog steeds druk met onderzoek naar ufo’s, paranormale zaken en rare monsters. De terugkerende bedenker en schrijver Chris Carter leek echter niet meer te weten wat hij met zijn eigen creatie aan moest. De ingewikkelde verhaallijn over aliens en een overheidscomplot was een zooitje en pogingen om de serie te koppelen aan moderne ontwikkelingen voelde geforceerd aan. Het geheel werd grotendeels gered dankzij de chemie tussen Duchovny en Anderson en het werk van de andere schrijvers, allemaal oudgedienden die veel vrijheid kregen van Carter.

Identiteitscrisis

Twee jaar later zit The X-Files nog steeds in een identiteitscrisis, maar deze keer weten Carter en zijn schrijvers dat in hun voordeel te gebruiken. Het elfde seizoen begint enerverend met een monoloog waarin de grote slechterik van de serie, die door iedereen Cigarette Smoking Man wordt genoemd (William B. Davis), zijn invloed op de wereldgeschiedenis nog eens uit de doeken doet. Die eerste maanlanding? Die is natuurlijk in scène gezet met zijn hulp. Jammer genoeg zakt de rest van de aflevering daarna als een plumpudding in elkaar. De cliffhanger van het vorige seizoen wordt knullig afgesloten en een nieuwe plotontwikkeling komt vrij wanhopig over.

De zoektocht van Mulder en Scully naar hun zoon William blijft een belangrijk onderdeel, maar spannende momenten levert dat nog niet op. Carter neemt de regie en het script van de eerste aflevering voor zijn rekening en gaat op beide vlakken de mist in. Carter leverde in het vorige seizoen ook al de zwakste afleveringen.

Tot zover het slechte nieuws. Na de valse start weet de serie zich heel aardig te herpakken met een aantal sterke afleveringen die duidelijk maken dat één aspect van The X-Files anno 2018 relevanter dan ooit is: de zoektocht naar de waarheid in tijden van nepnieuws en leugenachtige wereldleiders. De vierde aflevering, geschreven door X-Files-veteraan Darin Morgan, is het hoogtepunt van de eerste seizoenshelft (vooraf waren vijf afleveringen beschikbaar voor de pers).

Deze aflevering, getiteld ‘The Lost Art of Forehead Sweat’, begint als een humoristisch verhaaltje over de twijfels van Mulder over zijn levenswerk. We leven in een tijd waarin mensen – inclusief president Trump – in hun eigen waarheid willen geloven, gevangen in filterbubbels. Maakt het dan nog uit dat Scully en hij duistere samenzweringen van de overheid aan het licht wil brengen? Ja, natuurlijk. The truth is still out there.