Recensie

Van Agt steelt de show in ‘Kijken in de ziel’

Zap Hoe verder weg in de geschiedenis, des te meer de oud-premiers in ‘Kijken in de ziel’ kunnen loslaten. Alleen al daarom is Dries van Agt de grootste attractie van het programma.

Oud-premier Dries van Agt in Kijken in de ziel.

Echt nieuws zat er niet in, in deze bijzondere editie van Kijken in de ziel, maar wel boeiende politieke petite histoires. We wisten al dat oud-premier Dries van Agt, de eerste partijleider van het CDA, zich van zijn partij heeft afgekeerd en nu GroenLinks stemt. We wisten nog niet dat hij walgt van het nieuwe nationalisme, zoals beleden door de huidige partijleider Buma.

In zijn interviewprogramma kiest Coen Verbraak iedere keer een beroepsgroep (militairen, rechters, artsen) om de beoefenaars te ondervragen over de dilemma’s van hun vak. Dit keer zijn dat de premiers. Hij heeft drie van de vier nog levende oud-premiers gestrikt. Erg jammer dat Ruud Lubbers (CDA, 1982-1994) niet meedoet. Hij was te ziek.

De deelname van Jan Peter Balkenende (CDA, 2002-2010) is opmerkelijk omdat hij zich na zijn vertrek uit de politiek nauwelijks meer heeft laten interviewen. We hebben niets gemist. De zwakste premier van de laatste vier decennia weigert ook dit keer iets te vertellen. Nu is dat sowieso een probleem van dit tweeluik: oud-premiers hebben geen baat bij openhartigheid, alles wat ze zeggen kan nog steeds politiek gevoelig liggen.

Hoe verder weg in de geschiedenis, des te meer kunnen ze loslaten. Alleen al daarom is Van Agt (CDA, 1977-1982) de grootste attractie van dit programma. Hij spreekt de interviewer aan met „mijn beste” en „dierbare” en dist in zijn archaïsche roomse stijl de ene anekdote na de andere op. Zo vertelt hij dat er bij zijn bezoek aan toenmalige Chinese leider Deng Xiaoping in 1980 een kwispedoor naast zijn stoel stond: „Die was bestemd om een fluim in los te laten. Als je last had van overtollig slijm, kon je je heil zoeken bij de kwispedoor. Hij wel, ik niet. Ik had de techniek niet.”

Volgens de drie staat een goede premier boven de partijen en moet hij een kalme natuur hebben. Van Agt: „Je moet geen opgewonden baasje zijn want dan veroorzaak je twist en tweedracht en heibel om je heen.” Verder moet een goede premier een generalist zijn. Van Agt onthult dat hij zich hierom als premier liet bijscholen: „Ik wist onredelijk weinig van financiën en economie, dierbare, ik kreeg bijles in het begin.” Hij is nog altijd blij met het complimentje dat zijn grote rivaal, PvdA-leider Joop den Uyl, hem gaf over zijn opgedane kennis.

Van Agt is vooral op dreef als hij over zijn gesprekken met de koninginnen vertelt. Juliana zet hij weg als een hysterica die volgens hem eind jaren zeventig al geestelijk aftakelde. Toen haar dochter Beatrix in 1980 de troon wilde bestijgen in een sobere stijl, heeft Van Agt bij haar bedongen dat ze dat juist met pracht en praal deed, met hermelijnen mantel. Van Agt: „Het koningschap kan in essentie niet zonder een dimensie van sacraliteit en mystiek.”

Beatrix kon moeilijk met hem overweg. Dat is wel te begrijpen: de koningin neemt het bestaan ernstig, terwijl Van Agt er fideel causerend doorheen fietst. Tijdens hun gesprekken schreef zij in een notitieboekje zijn uitspraken op, om hem later met zijn contradicties te confronteren. Van Agt over zijn reactie hierop: „Nou, ik heb me er uitgekletst, misschien wel met ‘verschoven prognoses’, en ik denk dat ze dat dan maar met genade van barmhartigheid bedekt heeft.”

De hete hangijzers uit hun regeerperiodes zijn woensdag niet besproken. Hoe denkt Balkenende nu over Irak, Afghanistan en Ayaan Hirsi Ali? Hoe kijkt Kok terug op Srebrenica en Pim Fortuyn? En hoe ziet Van Agt nu de Molukse gijzelingsacties en de kroningsrellen? Hopelijk komt het volgende week in deel twee aan bod.