Stijging cao-lonen iets kleiner dan in 2016

Gemiddeld stegen de cao-lonen 1,5 procent in 2017. Een jaar eerder was dat 1,8 procent. Vooral bij de overheid bleef de stijging achter.

Archiefbeeld: schoonmakers demonstreren in Rotterdam voor een betere cao. Foto Marco de Swart/ANP

Mensen die een cao-loon krijgen zijn er in 2017 iets minder op vooruitgegaan dan een jaar eerder. De gemiddelde stijging van de cao-lonen bedroeg vorig jaar 1,5 procent, berekende het CBS. Een jaar eerder was de stijging nog 1,8 procent.

De stijging loopt ongeveer gelijk met de toename van de consumentenprijzen. De prijzen stegen van januari tot en met november met ongeveer 1,6 procent. De consumentenprijsindex over december is nog niet bekend.

De grootste cao-loonstijging vond plaats in de landbouwsector. Het salaris van werknemers ging met 2,3 procent omhoog. De stijging was het laagst in de groep die het CBS ‘overige dienstverlening’ noemt. Daar stegen de lonen maar 1 procent. Voor een deel had dat ermee te maken dat er in 42 procent van de gevallen geen akkoord werd bereikt over een nieuwe cao. Onder meer kappers en de uitvaartbranche vallen volgens het CBS onder overige dienstverlening.

Loonstijging ambtenaren blijft achter

Werknemers van commerciële bedrijven en gesubsidieerde instellingen waren wat betreft loonstijging beduidend beter af dan ambtenaren. Bij de overheid stegen de cao-lonen 0,7 procent, tegenover 1,5 procent in de gesubsidieerde sector en 1,8 procent bij bedrijven. In 2016 werden de cao-lonen bij de overheid nog 3,4 procent hoger.

Het CBS baseert zich op 92 procent van de cao’s die het normaal gesproken meeneemt in de berekening. Onder meer in het onderwijs kwam er in 2017 geen nieuwe cao, waardoor die cao nu niet in de berekening voorkomt. De onderhandelaars gaven aan te willen wachten op het nieuwe kabinet.

Vakbonden willen meer

De cao-loonstijging staat overigens niet in verhouding met de economische groei. In 2017 groeide de Nederlandse economie met zo’n 3,3 procent. Vanuit de vakbonden was dat reden om tijdens de kabinetsformatie op te roepen tot een loonstijging van 3,5 procent.

Voorman Hans de Boer van werkgeversorganisatie VNO-NCW zei dat een loonstijging van 3 procent, afhankelijk van de sector, wel mogelijk zou zijn. Dat kwam hem op kritiek vanuit zijn eigen achterban te staan. De winsten van bedrijven zijn nodig om te investeren, waardoor het loon niet zo hard kan stijgen, zo klonk in veel branches.

In reactie op de CBS-cijfers herhaalt FNV de looneis van 3,5 procent. Daarnaast roept de vakbond op tot meer vaste contracten. Bestuurslid Zakaria Boufangacha van FNV in een verklaring:

“De beste loonsverhoging is nog altijd een vaste baan. Juist omdat er steeds meer flexwerk is dat wordt onderbetaald, krijgen werknemers niet hun rechtmatige deel van wat in Nederland met elkaar wordt verdiend.”

    • Joram Bolle