Recensie

Shakespeare blijft eeuwig eigentijds

Dertig jaar van zijn leven wijdde hoogleraar Ton Hoenselaars aan de grootste toneelschrijver aller tijden. Hij schreef een toegankelijke inventarisatie en geschiedenis van het oeuvre.

Lang geleden had ik een Engelse vriendin. Op een dag nam haar vader ons mee naar Stratford-upon-Avon, de geboorteplaats van William Shakespeare. Alles stond daar in het teken van de grote bard. Er leek geen pub of winkel te zijn die niet naar een toneelstuk van hem was vernoemd, of naar een citaat of personage uit zo’n toneelstuk. Vermoeid doken we aan het eind van de middag een tabakswinkel in om sigaretten te kopen. Voor ons in de rij stond een Amerikaanse toerist die zich net als wij de afgelopen uren aan het niet aflatende Shakespeare-bombardement had blootgesteld. Hij keerde zich naar ons om en vroeg: ‘Verkopen ze hier gewoon sigaretten of moet je vragen naar smoke- speares?’ Ik weet nog hoe de verkoper vanachter de balie naar hem keek: met een vermoeide blik vol ingehouden haat.

Nergens ter wereld is Shakespeare (1564-1616) zo alomtegenwoordig als in Stratford, maar de hele wereld kent hem. Dat blijkt wel uit Shakespeare Forever!, het boek dat Ton Hoenselaars schreef over de man die door velen als de grootste toneelschrijver aller tijden wordt gezien.

Hoenselaars (1958) is hoogleraar vroegmoderne Engelse taal- en letterkunde aan de Universiteit Utrecht. Meer dan dertig jaar verdiepte hij zich in Shakespeare en Shakespeare Forever! is een poging om zijn liefde te delen. In zijn inleiding noemt Hoenselaars zijn boek ‘een verslag van mijn persoonlijke ervaringen met Shakespeare’. Heel persoonlijk wordt het overigens niet, het is of Hoenselaars net iets te bescheiden is voor zijn eigen project. Maar dat heeft wel geresulteerd in een prettig boek, zonder geronk, zonder koketterie.

Lees ook: William Shakespeare (1564-1616): Engels schrijver, bezeten door toneel

Door de wat schreeuwerige titel moet niemand zich laten misleiden: het is een toegankelijke inventarisatie van een oeuvre en de geschiedenis van dat oeuvre, met hier en daar een wat opsommend karakter. Een blik op het register verraadt een brede opzet: Hoenselaars beweegt zich tussen Rubens en Reservoir Dogs, Monteverdi en Rinus Michels, Sir Walter Raleigh en Johnny Rotten.

Superieur taalgebruik

Ondertussen wordt duidelijk gemaakt waardoor Shakespeare nog steeds zo goed en belangwekkend is. Het gaat niet alleen om het superieure taalgebruik, maar ook om het feit dat Shakespeare ons de complexiteit van het bestaan laat meebeleven. Hij is nooit vóór of tegen zijn personages, hij spreekt publiek en lezer aan ‘op diens eigen ethische verantwoordelijkheden’. Het is mede daarom, lijkt Hoenselaars te zeggen, dat we nooit uitgekeken en uitgelezen raken als het om Shakespeare gaat.

Het zou oneerbiedig zijn Shakespeare Forever! als een ‘Shakespeare voor beginners’ te beschouwen, al is het dat eigenlijk wel – want als het om Shakespeare gaat, blijven we allemaal beginners, tenzij we net als Hoenselaars drie decennia van ons leven aan hem hebben gewijd. Zijn boek is een inleiding en een rondleiding. Waar de geïnteresseerde leek in een fragmentarisch landschap rondloopt, verbindt Hoenselaars de puntjes zodat er duidelijke lijnen ontstaan. Eerst leren we van alles over het toneel in de tijd van Shakespeare, daarna behandelt Hoenselaars de blijspelen, de koningsdrama’s en de treurspelen. Niet allemaal, hij licht er een paar uit, doorgaans de bekendste. Maar hij veronachtzaamt de rest van het oeuvre niet: de bladerende lezer heeft intussen al gezien dat achterin het boek elk stuk van Shakespeare bondig wordt samengevat.

Soms duizelt het je, vooral in het hoofdstuk over de koningsdrama’s, omdat het niet eenvoudig is om alle Richards en Hendriks uit elkaar te houden. Maar juist dat hoofdstuk bevat de mooiste en indrukwekkendste citaten, alsof Hoenselaars de verwarring van de lezer zag aankomen en die wilde compenseren.

Illustraties ontbreken

Ook elders citeert Hoenselaars uitgebreid uit het oeuvre, en dat doet hij in het Nederlands. Voor de toneelstukken gebruikt hij de vertaling van Willy Courteaux, voor de sonnetten die van H.J. de Roy van Zuydewijn (en hier en daar die van Peter Verstegen). De keuze voor het Nederlands is begrijpelijk, de auteur wil zijn boek zo toegankelijk mogelijk houden, en de gebruikte vertalingen zijn zeker niet slecht, maar toch mis je de échte Shakespeare, de grondtekst. Waarom de citaten niet tweetalig gepresenteerd? Dan blijft de drempel laag en kan de lezer toch de historische sensatie en het literaire genot geboden worden die het laven aan de bron met zich meebrengt.

Ook is het jammer dat illustraties ontbreken, vooral wanneer Hoenselaars uitgebreid tekeningen uit de tijd van Shakespeare beschrijft waaruit de praktijk van de zestiende-eeuwse toneeluitvoering valt af te leiden.

Illustratie van John Gilbert (1817-1897) bij Shakespeares ‘A Midsummer Night’s Dream’

In de laatste delen van het boek, waarin aandacht wordt besteed aan het Nachleben van Shakespeares oeuvre, wordt Hoenselaars toch wat persoonlijker. Hij vraagt zich af of het uitroepteken uit de titel niet zou moeten worden vervangen door een vraagteken, en besteedt aandacht aan een thema dat hem na aan het hart ligt: hoe Shakespeare doorklinkt in tijden van oorlog en conflict.

Hij beschrijft onder meer hoe in de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog en in de gevangenissen en kampen uit de Tweede het lezen en opvoeren van het werk van Shakespeare voor troost en hoop zorgde – waarbij onwillekeurig de vraag rijst of we in een volgende oorlog nog geletterd genoeg zullen zijn om onszelf dezelfde troost en hoop te kunnen bezorgen.

Ook de kritiek op Shakespeare komt aan bod. Zowel Voltaire, Tolstoj, George Bernard Shaw als Wittgenstein hadden problemen met het oeuvre. Meestal kwam het erop neer dat het werk geen bindend religieus of filosofisch principe bezit, geen coherent wereldbeeld uitdraagt; dat maakt van de toneelschrijver vooral een taalkunstenaar, geen dichter met een visie. Maar, schrijft Hoenselaars, je zou ook kunnen zeggen dat juist door het ontbreken van die elementen het werk zo levensecht overkomt. En zo kan Shakespeare ook nu nog een rol spelen in de voortgaande discussie over engagement in de literatuur.

    • Rob van Essen