Personages spatten van het papier in Pagnol-strips

Strip De Franse schrijver Marcel Pagnol staat in de belangstelling dankzij een succesvolle reeks stripbewerkingen van zijn oeuvre. Van alle tot nu toe verstripte werken is Topaze het hoogtepunt.

Vrij geruisloos verschenen het afgelopen jaar de eerste zes vertaalde albums met verstrippingen van teksten van de Franse schrijver en cineast Marcel Pagnol. Onder leiding van diens kleinzoon Nicolas werkt een aantal striptekenaars en scenaristen sinds 2015 in wisselende samenstelling aan de complete reeks verhalen: naast de toneelteksten die Pagnol vanaf 1925 schreef gaat het ook om zijn vierdelige autobiografie. De eerste twee delen daarvan, De triomf van m’n vader en Het kasteel van m’n moeder, zijn een groot succes in Frankrijk met 40.000 verkochte exemplaren. Het project om het complete oeuvre van Pagnol te verstrippen zal vijftien jaar duren en dertig albums opleveren.

Ook in Nederland slaan de stripbewerkingen van Pagnol aan, hoewel zijn werk lang niet vertaald in boekvorm werd uitgegeven. Tot afgelopen zomer, toen het eerste deel van zijn autobiografie ook in romanvorm verscheen.

De triomf van m’n vader is gebaseerd op Pagnols herinneringen aan zijn kindertijd, met name de vakanties in de Provence. Het gezin Pagnol verbleef dan een paar weken in de natuur samen met de welgestelde oom Jules. Deze Jules is een uitgesproken katholieke bon vivant die neerkijkt op Marcels vader, een eenvoudige onderwijzer en overtuigd atheïst.

De strijd tussen beide mannen wordt verbaal uitgevochten aan tafel en tijdens de jachtpartijen, waarbij ook Marcel aanwezig is. Als vader uiteindelijk twee zeldzame steenpatrijzen doodt, is hij voor even de held van het dorp. De trots van kleine Marcel is hartverwarmend, maar wordt nergens uitgesproken: het zijn de blikken die het verraden, bewust als hij is van de brisante situatie. Taferelen als deze geven de verstripping extra zeggingskracht.

Het tempo van de vertelling is rustig, op het trage af, en raakt daardoor precies aan het landelijke Provençaalse leven. De tekeningen van Morgann Tanco zijn daarentegen druk, met afgeladen pagina’s als gevolg. Het voelt alsof de camera steeds net iets te ver is ingezoomd. De adaptatie van het literaire werk door het scenaristenduo Serge Scotto en Éric Stoffel is voortreffelijk. Pagnol beschrijft heel nauwgezet en beeldend en dat blijft perfect overeind in de albums. Het is nergens gedateerd of stoffig.

Topaze

Van dezelfde scenaristen maar met tekenaar Éric Hübsch is het tweeluik Topaze, naar een toneelstuk van Pagnol uit 1928. Van alle tot nu toe vertaalde werken is Topaze het hoogtepunt. Het verhaal bezit een uitgesproken frivole schwung en heeft met Hübsch een tekenaar die perfect in staat is personages werkelijk te laten spatten. In Topaze is uiteindelijk iedereen een overdreven versie van zichzelf, vergelijkbaar met de groteske figuren uit de films van Louis Malle (Zazie dans le metro) en Jacques Tati (Mon Oncle). Het typische, licht hysterische Franse is nooit ver weg bij Pagnol.

Topaze is een bescheiden en rechtlijnige schoolmeester die wordt ontslagen als hij weigert een rijkeluiskind te bevoordelen. Een lokale politicus huurt hem in als stroman voor zijn onfrisse zaken, vanwege diens onnozele en gedweeë voorkomen. Eenmaal aan de knoppen ontpopt Topaze zich meer en meer als een gewiekst zakenman die met list en bedrog zijn broodheer aan de kant zet. De transformatie van onzekere frik tot koelbloedige en cynische onderhandelaar is schitterend. Het verhaal leest als een demasqué van de macht door een buitenstaander, die ten langen leste zelf in het centrum van de macht belandt.

Intussen gaat de reeks vertalingen verder en verschijnen binnenkort het eerste deel van het tweeluik Jean van Florette, naar de film die Pagnol in 1952 zelf regisseerde, en het derde deel van de autobiografie, Tijd voor geheimen.

    • Stefan Nieuwenhuis