Minder slachtoffers vuurwerk behandeld met Oud en Nieuw

Ruim vierhonderd mensen met vuurwerkletsel werden geholpen op de spoedeisende hulp. Het aantal vuurwerkslachtoffers dat daar wordt behandeld neemt al jaren af.

Foto Sem van der Wal/ANP

Afgelopen Oud en Nieuw zijn in Nederland 434 slachtoffers van een vuurwerkongeluk behandeld op een spoedeisende hulpafdeling van een ziekenhuis. Dat is een daling van 8 procent ten opzichte van de vorige jaarwisseling, blijkt donderdag uit een rondgang langs alle ziekenhuizen door expertisecentrum VeiligheidNL en de NOS.

Het gaat om een jaarlijkse inventarisatie. Het aantal vuurwerkslachtoffers dat op een spoedeisende hulp wordt behandeld neemt al jaren af. Voor het eerst werden dit keer ook de behandelingen bij 49 huisartsenposten meegenomen. Daar zijn op 31 december 2017 en 1 januari 2018 naar schatting zo’n zevenhonderd slachtoffers met lichter letsel behandeld. Volgens VeiligheidNL blijft voorlichting rond vuurwerk “dus belangrijk”.

Lees ook deze reportage over de spoedeisende hulp in Deventer: Zwaar oogletsel, een hoofdwond én zerochampagne

Minder vaak letsel aan ogen

Bijna de helft van de letsels kwam door knalvuurwerk. “Dat is onevenredig veel”, stelt VeiligheidNL, “want het wordt maar door 20 procent van de huishoudens gekocht.” Van de ongevallen werd 22 procent veroorzaakt door illegaal vuurwerk. Dat is vergelijkbaar met de vorige jaarwisseling. In 56 procent van de gevallen stak het slachtoffer het vuurwerk zelf af.

In de meeste gevallen was sprake van brandwonden (36 procent), gevolgd door oogletsel (27 procent). Tijdens deze jaarwisseling kwamen minder mensen met oogletsel op de spoedeisende hulp terecht dan bij de vorige. VeiligheidNL noemt het opvallend dat mensen boven de vijftien jaar veel vaker oogletsel opliepen (34 procent) dan personen onder de vijftien (14 procent). “Mogelijk is dit een gevolg van het steeds vaker dragen van een vuurwerkbril door kinderen”, zegt VeiligheidNL.

Bijna 30 procent van de vuurwerkslachtoffers raakte gewond aan het hoofd, 15 procent aan een of meer handen en 10 procent aan een of meer vingers. Ruim de helft (52 procent) van de vuurwerkslachtoffers tijdens deze jaarwisseling was jonger dan twintig jaar (vorig jaar 36 procent, het jaar daarvoor 53 procent).

Traumachirurgen

Afgelopen dinsdag maakte de Nederlandse Vereniging voor Traumachirurgie (NVT) bekend dat traumachirurgen tijdens de afgelopen jaarwisseling ruim negentig vuurwerkslachtoffers hebben behandeld.

Dat is juist een stijging van meer dan een kwart ten opzichte van de vorige Oud en Nieuw. Een verklaring hiervoor is niet gegeven. Onder de slachtoffers waren dit keer veertig kinderen.

Lees ook dit artikel over vuurwerk: Criminelen, zwaar letsel, brand en eeuwig debat

Alcoholvergiftigingen

Tijdens de afgelopen jaarwisseling vielen er geen vuurwerkdoden, maar op 30 december kwam er wel iemand door vuurwerk om het leven; een 39-jarige man uit Swifterbant. Hij overleed nadat hij een zogenoemde mortierbom had afgestoken. Het zware, illegale vuurwerk ontplofte vrijwel meteen. Twee kinderen moesten voor controle naar het ziekenhuis.

Behalve naar vuurwerkletsel werd in het onderzoek van VeiligheidNL en de NOS ook gekeken naar alcoholvergiftigingen. Op 31 december en 1 januari belandden 292 mensen met zo’n vergiftiging op de spoedeisende hulp. Dat waren er minder dan tijdens de vorige jaarwisseling, toen 365 alcoholvergiftigingen werden geregistreerd. Tijdens de afgelopen Oud en Nieuw waren 56 mensen die werden opgenomen met een alcoholvergiftiging jonger dan achttien jaar, bij de vorige jaarwisseling waren dit er ten minste zeventig.

Lees ook: De romantiek van vuurwerk is eraf
    • Maarten Dallinga