Janneke de bijl‘Het leven is zinloos’

CABARET

Janneke de Bijl won in november de juryprijs en de publieksprijs op Cameretten.

‘Jij bent eigenlijk meer iemand voor achter de schermen, concludeerde een klasgenoot van Janneke de Bijl (35) op de theateropleiding Selma Susanna. „Dat vond ik toen een heel nare opmerking, maar ik snap hem nu wel. Ik heb een afstandelijke uitstraling. Als ik zeg dat ik ergens heel blij mee ben, denken mensen dat ik dat sarcastisch bedoel. Bij Comedytrain heb ik geleerd hoe ik die houding om kan zetten in iets komisch.”

In de finale van Cameretten won ze met overmacht. Ze veroverde de juryprijs en de publieksprijs. Haar openingszin was: ik ben nét niet gezellig. In het half uur daarna nam ze haar publiek mee in al haar overmatige gepieker over het ondertekenen van mailtjes, doktersbezoeken, kleine borsten en overrijpe kiwi’s. „Ik probeer het tragische van het alledaagse leven in woorden te vatten maar dan wel zo dat mensen het herkennen.”

Er gingen wel wat jaren van geworstel aan vooraf. Na de middelbare school deed ze auditie voor de toneelschool. „Ik werd keihard afgewezen.” De eerste keer in Toomler „was een afgang”, pas een jaar later durfde ze opnieuw het podium op te klimmen. In 2011 deed ze mee aan Cameretten en haalde ze de halve finale.

Waarom ze dan toch doorging? „Het leven is zinloos, dan kan je maar beter doen waar je gelukkig van wordt.” Met die „niet zo hele optimistische houding” werd ze geboren, al werd haar neiging om aan alles te twijfelen, aangewakkerd tijdens haar studie filosofie. „Daar bekeken we de functie van taal, tijd, liefde maar ook het leven. Je kan die thema’s van zoveel kanten bekijken dat ik de conclusie trok: uiteindelijk heeft niets zin. Dat klinkt depressief maar voelde ook als opluchting. Ik kan doen waar ik zelf gelukkig van word.”

Ze zette haar zinnen op lid worden van Comedytrain en werd aangenomen. „Het eerste jaar was echt zwaar. Had ik twee grappen terwijl ik twaalf minuten moest volmaken. Soms voelde het alsof ik doodging omdat ik vond dat het publiek te weinig moest lachen. Maar er waren ook meteen collega’s die er iets in zagen. Ik had originele onderwerpen, zeiden ze.”

Na haar finale-act op Cameretten kwamen verschillende impresariaten naar haar toe. Ze koos haar management vanuit de visie: waar kan ik buiten de lijntjes kleuren? „Ik richt me nu op het theater maar wil uiteindelijk zelf bepalen welk podium ik kies. Als ik een idee heb dat ik beter kan uitwerken voor een museum of in een boek wil ik dat zonder belemmeringen kunnen doen. Hypothetisch gezien dan.”