In zijn nieuwe taal schreef hij over de Jodenvervolging in het oude land

Aharon Appelfeld (1932 - 2018) Schrijver

De in Roemenië geboren schrijver Aharon Appelfeld baande later de weg voor Israëlische auteurs om over de oorlog te schrijven.

Aharon Appelfeld in 2014. Foto Jwh / Wikimedia Commons

Op 4 januari overleed de Israëlische schrijver Aharon Appelfeld, 85 jaar oud. Hij werd in 1932 geboren in het toen Roemeense Tsjernivtsi, in een intellectueel Duitstalig Joods gezin. Zijn ouders konden zich moeilijk voorstellen dat juist Duitsers hen wilden vermoorden. En ze waren daarin niet de enigen, getuige Appelfelds bekendste roman Badenheim 1939 uit 1980. Daarin verblijft een groep geassimileerde Joden in de zomer van 1939 in een Oostenrijks kuuroord. Ze komen daar al jaren, maar ditmaal wordt iedereen naar Polen vervoerd. Dat veroorzaakt geen paniek. Mede doordat elke historische context ontbreekt, is de sfeer surrealistisch. Appelfeld bestreed dat overigens in 2005 in een interview in NRC: „Hun naïviteit is realistisch. Mensen begrijpen het kwade niet. Alleen als het in henzelf zit.”

Toen de oorlog uitbrak, werd Appelfelds moeder door de Duitsers vermoord. Appelfeld kwam met zijn vader in een werkkamp terecht en wist daaruit te ontsnappen. Na een verblijf bij een prostituee zwierf hij door de Oekraïense bossen, trok op met een misdadigersbende en kwam in 1944 terecht in het Russische leger. Vervolgens zwierf hij bijna twee jaar door Europa, op zoek naar zijn ouders. Tevergeefs (al bleek zijn vader twintig jaar na de oorlog toch nog in leven). In 1946 ging Appelfeld met andere ontheemden met de boot naar Palestina. Zijn ervaringen leverden hem voor de rest van zijn leven stof tot schrijven op.

In 2005 vertelde Appelfeld over de “psychische noodzaak” die schrijven voor hem was.

Appelfeld moest in dienst en studeerde vervolgens in Jeruzalem Hebreeuws en Jiddisj. De keuze voor Jiddisj lag niet voor de hand. Het was de taal van het verleden. Maar voor de ontwortelde Appelfeld was het – nu Duits problematisch was geworden – een lijntje naar zijn vroegere thuis. Zijn docenten Martin Buber en Gersjom Scholem hielpen hem een verbinding te leggen tussen de heroïek van het jonge Israël en de Midden-Europese cultuur. Zo slaagde hij erin om in de taal van zijn nieuwe land te schrijven over de Jodenvervolging in het oude land.

Daarmee baande Appelfeld de weg voor andere Israëlische auteurs om over de oorlog te schrijven. Sommigen gingen daarin verder dan hij. Appelfeld heeft altijd geweigerd zich in de daders te verplaatsen: „De nazi’s beschouwden mij als een insect. Dat soort mensen kan ik niet begrijpen.” Appelfeld schreef meer dan vijftig boeken, heeft vele prijzen gewonnen en werd door onder meer Philip Roth beschouwd als een van de belangrijkste schrijvers ter wereld.