De raadsverkiezingen zijn een graadmeter voor alle partijen

Gemeenteraadsverkiezingen 2018

De lokale verkiezingen zijn de eerste test voor Rutte III. Maar vooral bij de PvdA zijn zorgen.

Het kabinet-Rutte III zit nog maar net en de eerste confrontatie met de kiezer staat alweer voor de deur. Op woensdag 21 maart vinden in 335 gemeenten lokale verkiezingen plaats. Tegelijkertijd kan in alle 380 gemeenten per referendum gestemd worden over de inlichtingenwet die de bevoegdheden van de geheime diensten uitbreidt.

Het zijn stembusgangen met hun eigen dynamiek: over lokale kwesties als het openhouden van een zwembad of regels rond de bijstand, en over de principiële afweging tussen terrorismebestrijding en privacy. Maar ze worden beide in hoge mate bepaald door ‘Den Haag’ én kunnen repercussies hebben, waar vooral D66 zich zorgen om lijkt te moeten maken. Als grote winnaar van de lokale verkiezingen van 2014 en coalitiepartij kan D66 bijna alleen maar verliezen.

Bij de partij zelf wordt die verwachting gerelativeerd. „Als je me afgelopen zomer had verteld dat ik nu met de ChristenUnie in een coalitie zou zitten, had ik onze kansen somber ingezien”, zegt campagneleider Sjoerd Sjoerdsma. „Maar als ik de stemming in het land en de peilingen zie, ben ik helemaal niet zo pessimistisch. We staan er beter voor dan in deze periode vier jaar geleden.”

Ook als de uitslag voor D66 of een andere partij dramatisch uitpakt, verwachten campagneleiders van landelijke partijen niet dat er in Den Haag koppen zullen rollen, zeker niet na het vertrek van Emile Roemer (SP) vorige maand. In 2006 stapte Jozias van Aartsen op als VVD-leider na teleurstellende gemeenteraadsverkiezingen. In 2010 trad Agnes Kant om diezelfde reden af bij de SP. „Deze verkiezingen zijn voor alle partijen een graadmeter van hoe we ervoor staan”, zegt Wijnand Duyvendak, de campagneman van GroenLinks. „Maar in 2006 en 2010 waren de verkiezingen een laatste test voor landelijke verkiezingen kort daarop.” Dan is het risico op slachtoffers groter.

Waar de gemeenteraadsverkiezingen over zullen gaan? Lokalen hopen op lokale thema’s in de campagnes

Tweederangs

De uitslag is sowieso niet één-op-één vertaalbaar naar landelijk niveau. Ten eerste is de opkomst altijd lager bij wat politicologen ‘tweederangs’ verkiezingen noemen. In 2014 ging 54 procent van de kiesgerechtigden lokaal stemmen, bij de Tweede Kamerverkiezingen vorig jaar was de opkomst bijna 82 procent.

Bovendien doen landelijke partijen aan de flanken lokaal nauwelijks mee: PVV in hooguit dertig gemeenten, 50Plus in niet meer dan twintig, PvdD in twaalf en FvD in één. Dat kan VVD en CDA helpen, die er in peilingen niet goed voor staan, maar ook lokale partijen. In 2014 haalden lokale partijen gezamenlijk 27,7 procent van de stemmen, meer dan de landelijke winnaars CDA (14,4 procent) en D66 (12 procent) bij elkaar.

Uit onderzoeken blijkt dat de ruime meerderheid van de kiezers zich bij lokale verkiezingen deels of volledig laat leiden door hun landelijke voorkeur. Toch is het geen nationale populariteitswedstrijd. „Landelijk heb je al snel een tweestrijd, de premierskwestie”, zegt Marcel Koning, die voor de ChristenUnie de campagne leidt. Hij hoopt dat mensen die voor de Tweede Kamer geneigd zijn CDA te stemmen, lokaal ChristenUnie kiezen.

Extra onvoorspelbare factor is dit jaar het effect van het referendum over de inlichtingenwet. Laten kiezers dit aan zich voorbijgaan omdat coalitiepartijen al hebben aangegeven niks met een eventuele nee-stem te doen? Of stimuleert het de opkomst onder kiezers die tijdens raadsverkiezingen meestal thuisblijven?

Vooral ouderen en hogeropgeleiden stemmen in gemeenteraadsverkiezingen, terwijl referenda juist steun hebben onder lageropgeleiden die minder politiek betrokken zijn.

Niemand weet hoe dit uit zal pakken. „Uit een focusgroep die we laatst georganiseerd hebben, bleek dat niet erg bekend is dat er een referendum plaatsvindt”, zegt Nelleke Weltevrede, CDA-campagnemanager.

Alleen GroenLinks ziet voordeel. „Wij voeren een opkomstcampagne: we motiveren kiezers die vorig jaar op ons stemden nu ook weer te gaan. Het referendum kan daarbij helpen, want onze kiezers zijn sterk tegen die ‘aftapwet’,” zegt Duyvendak.

PvdA-leed

De lokale verkiezingen kunnen ook uitgesteld leed met zich meebrengen. De PvdA, in maart vorig jaar gereduceerd tot negen Kamerzetels (5,7 procent van de stemmen), had bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen de duikvlucht net ingezet (10,3 procent). „Het hele sombere uit maart is wel weg, maar we weten dat de klap van toen zich in de gemeenten nog moet doorvertalen”, zegt Gijs van Dijk, in de Kamerfractie aanspreekpunt voor de lokale verkiezingen.

Uitgerekend de PvdA kampt nu met Haags gedoe dat lokale verkiezingen kan bepalen. Er is een intern conflict rond het Kamerlid William Moorlag nadat de sociale werkplaats waar hij directeur was is veroordeeld voor een schijnconstructie. „Juist vanwege de verkiezingen moeten we dit zo snel mogelijk oplossen”, zegt Van Dijk. „Het grootste risico voor elke partij is dat er midden in de campagne een grote clash is in de partij of een enorme politieke misser plaatsvindt.”

De echte test voor het kabinet zal pas komen bij verkiezingen in maart volgend jaar, als de nieuwe Provinciale Staten en daarmee de Eerste Kamer worden gekozen. Een onaangename statistiek voor het kabinet: uit onderzoek blijkt dat de steun voor partijen in de nationale regering meestal halverwege de electorale cyclus van de Tweede Kamer zijn dieptepunt bereikt.

Lees ook: Lokalen hopen op lokale thema’s in de campagnes
    • Emilie van Outeren