Column

Goldman Sachs wist het al (en u nu ook)

Tot de opkomst van Amerikaanse schalie-olie had Saoedi-Arabië de macht op de oliemarkt. Nu is er een nieuw evenwicht, dat de stijgende olieprijs kan verklaren.

Onrust in het Midden-Oosten, Noord-Koreaanse kernknoppen: telkens als de olieprijs een flinke ruk geeft, dan wordt er druk gewinkeld in de schappen van de actualiteit om het fenomeen uit te leggen. Maar nu olie, na meer dan twee jaar schommelen rond de 50 dollar voor een vat Brent, is gestegen naar 67 dollar is het tijd voor diepere verklaringen. En wie weet wijzen die wel op een structureel hogere prijs.

Dat heeft te maken met de macht op de oliemarkt. Vroeger was Saoedi-Arabië de zogenoemde ‘swing producer’. Als dat land, met de grootste voorraden en de grootste productie, de kraan wat verder openzette of dichtkneep, dan beïnvloedde dat wereldwijd de prijs. Het gaf de Saoedi’s macht, en stelde hen in staat de oliemarkt te regisseren.

De opkomst van Amerikaanse schalie-olie, tien jaar geleden, veranderde dat. Opeens was er een andere, grote categorie producenten bijgekomen, die de status quo op zijn kop zette. Uiteindelijk draaiden de Saoedi’s hun oliekraan in de zomer van 2014 wijd open, om zo de schalieboeren met een vloed van olie tegen bodemprijzen uit de markt te drukken.

Normaal is olie op de korte termijn goedkoper dan bij latere levering

De prijs van olie kelderde inderdaad, van 115 dollar in juni 2014 naar 28 dollar in januari 2016. Maar de Amerikaanse schalieboeren bleken hardnekkiger dan gedacht. Bij elke prijsstijging leefden ze op, als woestijnplantjes die na elke regenbui toch weer bloeien.

Het resultaat was dat er een nieuw evenwicht kwam op de oliemarkt, ergens rond de 50 dollar. Daaronder viel de schalieproductie terug, waardoor de prijs aantrok. Daarboven leefde de schalieproductie op, waardoor het grotere aanbod de prijs weer deed dalen.

In plaats dat de Saoedi’s hun rol van swing producer dus heroverden, verloren ze die aan de Amerikaanse schalieboeren. En bleven veel traditionele olielanden zitten met een prijs die zo laag was dat ze hun overheidsuitgaven niet of nauwelijks op peil konden houden. Strategie mislukt.

Maar waarom stijgt de olieprijs dan nu wel? Dat heeft te maken met de structuur van de olietermijnmarkt. Normaal is olie (of welk goed op een termijnmarkt dan ook) op de korte termijn goedkoper dan bij latere levering. Dus levering voor over een maand gaat tegen een lagere prijs dan levering over bijvoorbeeld een jaar. Deze toestand heet contango. Maar soms draait de structuur om. Dan is olie voor levering op langere termijn juist goedkoper dan voor levering op korte termijn. Deze toestand van backwardation is nu al een paar maanden aan de gang.

Nu verkopen schalieproducenten hun olie doorgaans op de langere termijn: opstarten of uitbreiden van productie kost tijd, en ze willen zekerheid. Maar nu de prijzen op de langere termijn lager zijn dan die op de korte termijn, ontbreekt voor hen de prijsprikkel om méér te gaan produceren. En kan de prijs voorlopig ongehinderd oplopen.

Hoe de huidige backwardation optrad? Een sterk aantrekkende vraag naar olie door de betere wereldeconomie, gecombineerd met bewust krap gehouden voorraden op de korte termijn. Dat laatste zorgt ervoor dat er regelmatig een acute vraag naar olie is, met een prijsopdrijvend effect voor de korte termijn. De Saoedi’s spraken vorig voorjaar met onder meer Rusland af om de productie te beperken, en willen daar mee door gaan.

Zakenbank Goldman Sachs, volgens velen een van de weinige instanties die daadwerkelijk door heeft hoe de complexe oliemarkt werkt, zag het allemaal een jaar geleden aankomen, inclusief de huidige backwardation. Dat is, op zijn minst, best knap. Een nieuw evenwicht op de oliemarkt, bij een hogere prijs. Voor zo lang als het, ditmaal, duurt.

Maarten Schinkel schrijft over economie en financiële markten.