Facebook als de ‘hulpsheriff’ van de Duitse staat

Haatzaaien

Sinds 1 januari moeten Facebook en Twitter in Duitsland strafbare haatzaaierij van hun platforms verwijderen. Critici vinden dat niet Facebook, maar de rechter moet bepalen wat onder vrijheid van meningsuiting valt.

AfD-lid Beatrix von Storch (links) plaatste een omstreden tweet om de nieuwe wet te testen. foto John Macdougall

Als je het onzin vindt dat de politie in Keulen mensen ook in het Arabisch gelukkig Nieuwjaar wenst, na wat daar twee jaar geleden is gebeurd, mag je het volgende dan zo zeggen? „Denken ze zo de barbaarse, islamitische, groepsverkrachtende mannenhordes te paaien?’’

Of: „Onze overheid onderwerpt zich aan de geïmporteerde, plunderende, betastende, knokkende, met messen stekende migrantenmobs’’?

Nee, is het antwoord. Tenminste: tweets met deze teksten zijn verwijderd en de twitteraccounts van de twee betrokken Bondsdagleden zijn voor twaalf uur bevroren. Facebook heeft een screenshot van de eerste tweet verwijderd van de pagina van de politicus.

Daar kwam geen rechter aan te pas. Medewerkers van Twitter en Facebook hebben, onder dwang van een nieuwe wet, zelf besloten dat deze uitspraken „kennelijk onwettig’’ waren.

Critici vinden dat „privatisering’’ van wat een kerntaak van iedere staat is: de rechtspraak.

Sinds 1 januari is in Duitsland de Netzwerkdurchsetzungsgesetz van kracht, letterlijk: de netwerkhandhavingswet. Die verplicht sociale media maatregelen te nemen tegen haatzaaierij en opruiing op hun platformen. Het is het kindje van de sociaal-democratische minister van Justitie, Heiko Maas, die al jaren roept dat er een einde moet komen aan haatboodschappen op sociale media. Hij kijkt daarbij vooral naar de anti-immigratiepartij Alternative für Deutschland, AfD.

Verkeerd voorbeeld geven

Bij de behandeling van het wetsvoorstel dit voorjaar protesteerden veel juristen dat de vrijheid van meningsuiting in gevaar komt. Maas had gezegd dat overleg met Facebook te weinig concreets had opgeleverd en dat wettelijke maatregelen daardoor onvermijdelijk waren geworden. Daar werden drie hoofdbezwaren tegenin gebracht. Omdat commerciële organisaties de dreigende boetes zullen willen vermijden, zullen ze al snel aan overblocking gaan doen: meer tegenhouden dan juridisch nodig is. Bovendien: zo geeft het democratische Duitsland een verkeerd voorbeeld aan autocratisch bestuurde landen. En een principiëler punt van kritiek: de staat moet organisaties als Facebook en Twitter niet als een soort hulpsheriff gaan inzetten.

Beatrix von Storch, een prominent AfD-lid, besloot met haar tweet over Keulen te testen hoe de nieuwe wet uitpakt. Er kwamen ongeveer 100 klachten binnen bij Twitter en bij het Openbaar Ministerie. Op 2 januari werd haar twitteraccount twaalf uur bevroren. Met nauwelijks verholen tevredenheid dat ze weer kon zeggen dat de AfD door de gevestigde machten de mond wordt gesnoerd, betreurde ze daarna „het einde van de rechtsstaat’’.

Lees ook 'Het Wilde Westentijdperk loopt ten einde' over hoe overheden internetbedrijven in 2018 zullen proberen te beteugelen

Meningspolitie

Daarin staat ze niet alleen. „Goed bedoeld betekent niet altijd ook goed gedaan”, schreef de Frankfurter Allgemeine over de wet. Matthias Jahn, docent strafrecht in Frankfurt, zei tegen de Süddeutsche Zeitung over Storchs tweet: „Dit is geen zaak voor het strafrecht.’’ En Dietmar Wolff, voorzitter van het Duitse uitgeversverbond, vindt het een nobel doel om haat en hetzes op internet te beperken, maar zei dat nu de weg vrij is voor „inzet door de staat van een particuliere meningspolitie’’.

Maas verdedigde zich donderdag in Bild. „Vrijheid van meningsuiting is geen vrijbrief om strafbare daden te begaan. […] Sociale netwerken moeten zich net als ieder ander aan ons recht houden. Wie veel gelegen is aan de bescherming van de vrijheid van meningsuiting, mag niet lijdzaam toezien hoe de publieke uitwisseling van meningen wordt ondermijnd door strafbare hetzes en bedrog.’’

Acht seconden

Een kleine partij als de liberale FDP blijft kritisch. Facebook heeft nu 1.200 man om de Duitstalige berichten te toetsen – op een wereldwijd totaal van 7.500 controleurs. Dit „zijn in de regel geen juristen en ze hebben doorgaans maar acht seconden de tijd om te besluiten of een bijdrage verwijderd moet worden’’, zei FDP-partijsecretaris Nicola Beer tegen Duitse media. Zij zegt ‘nee’ tegen haatzaaierij op internet, maar ook ‘nee’ tegen deze wet. De partij komt binnenkort met een tegenvoorstel.

Hoe dat eruit ziet is nog onduidelijk. Ook een groep journalistieke- en internetorganisaties die vorig jaar in een gezamenlijke verklaring bezwaar maakten, hadden geen concreet alternatief. „Opzettelijke valse berichten, haattaal en mensvijandige hetzes zijn problemen van de samenleving en kunnen daarom niet door de internetaanbieders alleen worden aangepakt – daarvoor is samenwerking nodig tussen de staat, de samenleving en de aanbieders.’’

Een woordvoerder van Facebook Duitsland noemde in Duitse media de nieuwe wet „niet de optimale weg om haattaal te bestrijden’’. Als alternatief noemde ze Brazilië: een speciale groep rechters bepaalt daar volgens haar in spoedzittingen of het om strafbare uitspraken gaat. Dan is het niet Facebook, maar de rechter die de vrijheid van meningsuiting bewaakt.

    • Marc Leijendekker