Exit met pijn in de klimpezen

Wandelen

en wandelen in verbrand Portugal. Afl 4 (slot): van Anadia naar Porto Airport

We zijn aan de laatste bochten bezig van onze wandeling, die voeren ons door de vertrekhal van het vliegveld van Porto.

Annie duwt het karretje met de bagage en ik zit er bovenop. Ja, lieve mensen ik durf het bijna niet te vertellen, maar ik kan niet meer lopen alleen maar strompelen. Ik heb denk ik iets geforceerd in die bergen, in de buurt van mijn enkels. Nu hoor ik iedereen al denken: Annie een bult en zij moet meteen ook wat!

Thuis maar meteen naar de dokter want ik heb afgelopen weken nog niet genoeg in wachtkamers gezeten. Maar niet heus, want laten we eindelijk eens eerlijk zijn mensen, zeg nooit meer: ik ben vanmorgen bij de dokter geweest. Zeg gewoon: ik heb een halve werkdag in de wachtkamer gezeten en op de valreep de dokter nog twee minuten gesproken.

In Portugese wachtkamers hebben ze trouwens de bladenmap de deur uitgedaan; hier hangt in elke hoek een breedbeeld-tv met het geluid uit.

Dat geeft niet want er is altijd een doventolk bij en het gaat alleen maar over voetbal, of over voetbalsterren die koken met doventolken. Net als bij ons eigenlijk, ik denk dat het nieuwe EU-richtlijnen zijn.

Het geeft trouwens ook niet dat ik niet meer kan lopen. Het stuk van Anadia naar Porto voert hoofdzakelijk langs autowegen en zwartgeblakerde natuur, met uitgestorven dorpjes ertussen.

Nu weten we waarom dat zo is. De jeugd trekt naar de stad, waar ze gehuld in zwarte capes voor dokter studeren en de rest zit in wachtkamers.

Het was vandaag trouwens best een gekke dag. Zal je altijd zien; heb je je klimpezen geblesseerd, boekt je wandelpartner voor straf een hotelkamer halverwege de steilste straat van Porto (zonder lift op de vijfde verdieping).

Enfin, we hebben maar een scooter gehuurd, zodat ik toch nog even van die prachtige, op rotsen gebouwde stad kon genieten. Met gekleurde huizen, en die oceaan erbij.

Maar we moesten ook nog vliegen, dus Annie dropte mij bij een restaurantje vlakbij de metro om nog even wat te eten, zodat we niet van de honger om zouden komen in het vliegtuig.

Intussen bracht zij de scooter weg, want veel te ver lopen voor mij. Toen ze terugkwam en we de kaart begonnen te bestuderen, ontdekten we dat ik mijn helm nog op had. Dus Annie moest rennen. „Bestel gewoon maar iets”, riep ze nog.

Enfin, we hadden nog vijf minuten om te eten toen de pan met kokend fonduevet op tafel werd gezet, alsmede rauwe stukken inktvis en een hele kring met dipsausjes. We hadden dit allebei sinds de jaren 70 niet meer gedaan, zeker niet in vijf minuten. En nu hebben we allebei niets gegeten, maar wel een verbrande bek.

    • Tosca Niterink
    • Anita Janssen