Daniel Robert Silva ‘Ik werd opeens een rolmodel’

Dans

Sinds vorig jaar is de Braziliaan lid van het corps de ballet van Het Nationale Ballet.

Foto Robin de Puy

Tien jaar heeft Daniel Robert Silva erover gedaan om te ontdekken dat hij écht van dansen houdt. Dat het zijn karakter heeft gevormd en dat het klopt dat hij, met zijn achtergrond, in het ballet is terechtgekomen.

Het bewustzijn brak niet door tijdens een van de klassieke solistische rollen die de 21-jarige Braziliaan, sinds vorig jaar lid van het corps de ballet van Het Nationale Ballet, al op zijn naam heeft staan. Het was juist in de periferie van het seizoensprogramma. Hij voelde het op de jonge-choreografenavond New Moves, tijdens de solo Echoes Through Time van Chanquito van Hoeve, waarin hij een rauwere, gevoelige kant van zichzelf kon laten zien. Silva’s talent kwam in die korte solo tot volle bloei, zijn hele lichaam ademde expressiviteit, begrip voor zijn kunst. Ook een paar maanden later, tijdens de openingsvoorstelling van de Black Achievement Month, kreeg hij een ovationeel applaus.

Met zijn lange, slanke ledematen en de trefzekerheid van zijn bewegingen was hij al opgevallen bij de Junior Company van HNB, waar hij in 2015 in dienst trad. Elegant, afgewerkt, zijn posities exact geplaceerd, een uitstekende ‘draaier’. En dan ook nog een zwanenhals waarmee hij kan concurreren met zijn vrouwelijke balletcollega’s. Maar die solo was voor hem het keerpunt, vertelt hij. „Ik voelde ineens waarom ik dans. De muurtjes die ik door de jaren heen om mij heen had opgetrokken, vielen ineens weg. Het was een soort uittreding.”

Maar tien jaar keihard werken voor een plaats in een klassiek balletgezelschap; hoe krijg je dat voor elkaar zonder intrinstieke dans-drive? Als je zelfs met de nodige tegenzin je eerste stappen in een balletstudio hebt gezet?

Silva glimlacht. „Ik had een natuurlijk talent, dat voelde ik wel. Mijn eerste docente zag mogelijkheden in mij. Maar ik was een moeilijk kind, brutaal, luidruchtig. Ik werd door de ene na de andere docent uit de les gegooid. Ken je ze, die kids die bij alles wat je zegt met hun ogen gaan draaien? Nou, dat was ik. Ballet was vooral een vlucht uit de omstandigheden waarin ik toen leefde. Het bood me uitzicht op een beter leven.”

Silva werd geboren in de Braziliaanse stad Uberlândia, in een favela waar drugshandel, criminaliteit en geweld nog altijd welig tieren. Ook de vader en oudste zussen van Silva kwamen geregeld in aanraking met justitie. Nadat zijn moeder was overleden toen hij acht was, werd hij toevertrouwd aan de zorgen van oma. Om hem te beschermen, probeerde zij hem zoveel mogelijk van de straat te houden. Zij stuurde hem na schooltijd naar een huiswerkinstituut waar daarnaast allerlei andere verplichte activiteiten werden georganiseerd, waaronder ballet. „Waar ik helemáál geen zin in had. Voor jongens bestaat in Brazilië maar één ding: voetbal. Mijn vader, die in de gevangenis zat, vond het maar niets. Ook voor mijn vriendjes werd ik het pispaaltje.”

Ondanks zijn eigen tegenspartelen, de tegenwerking en spot van zijn omgeving liet hij zich in de richting van een balletcarrière duwen, aangemoedigd door zijn docente. „De aandacht en waardering deden me goed. Heerlijk vond ik alle complimentjes die ik kreeg op balletconcoursen; zoiets had ik nooit ervaren. Het werd mijn motivatie om hard te werken. Op voorspraak van mijn docente mocht ik gratis naar de duurste balletschool van de stad. Stond ik ineens in de les met de dochter van de burgemeester. In de media werd ik als rolmodel gepresenteerd. Ík!”

De uitdrukking ‘een nieuwe wereld ging open’ is in het geval van Silva op zijn plaats. Hij staat er zelf nog vaak verbaasd van. „Mijn oude bestaan is zó ver weg. Soms praat ik erover in de derde persoon.” Op zijn weg van zijn Braziliaanse naar zijn huidige Amsterdamse leven volgde hij, op een volledige beurs, een balletopleiding in Canada. Hij bracht er drie eenzame jaren door, aanvankelijk zonder een woord Engels te spreken. Doodsbang was hij in zijn laatste jaar. Hij móést een contract binnenslepen, want anders dan de meeste van zijn medestudenten had hij niets om op terug te vallen. Geen geld, geen opleiding, geen steun van zijn familie.

Tijdens de auditie voor de Junior Company kwam in de studio aan het Amsterdamse Waterlooplein het oude straatvechtertje naar boven. „Ik weet niets meer van de stad, van het theater. Alles is een waas. Ik wist alleen dat dat contract van mij was. Ik ben pal vooraan gaan staan, vlak voor Ted Brandsen en Ernst Meisner.”

Het zou zijn eerste opvallende optreden in Amsterdam zijn: Brandsen en Meisner, artistiek leiders van respectievelijk HNB en de Junior Company, waren om. Met veel bluf wist Silva er behalve een contract ook een reiskostenregeling uit te sleuren. Hij grinnikt om zijn eigen lef. „Ik wíst dat zij mij wilden.” En nu weet hij ook wat híj wil.

    • Francine van der Wiel