Opinie

    • Henk Bleker

Bouw zonneparken ook op landbouwgrond

Iedereen moet grond inleveren voor zonnepanelen om klimaatdoelen te halen, schrijft . Oók de boeren.
Zonnepanelen in een zonnepark in Marienfliess, vlakbij Berlijn, Duitsland. Foto Rolf Schulten/Bloomberg

Ontwikkelaars uit binnen- en buitenland hebben de jacht geopend op boerengrond. Niet om voedsel te produceren, maar om er grootschalige zonneparken te realiseren. Aan boeren worden zeer aantrekkelijke vergoedingen geboden: in één keer van alle zorgen en knellende regelgeving verlost, terwijl de in het vooruitzicht gestelde inkomsten fors hoger zouden zijn dan met bijvoorbeeld akkerbouw of melkvee kan worden gerealiseerd.

LTO Nederland heeft recent de rem erop gezet, onder het mom van: boerengrond is voor voedselproductie, niet voor zonneparken. Voorspelbaar en sympathiek – ook ik heb me vaak verzet tegen het op grote schaal opgeven van landbouwgrond voor andere doelen, zoals natuurontwikkeling – maar in het geval van zonneparken toch te kort door de bocht.

Met het klimaatakkoord van Parijs heeft de wereld een geweldige opgave op zich genomen. Voor Nederland betekent dat om in hoog tempo over te stappen op duurzame energie. Zonne-energie is daarbij een absolute noodzakelijkheid. Daar komt bij dat opwekking van zonne-energie in vele varianten mogelijk is: van heel kleinschalig voor de eigen woning of het eigen bedrijf, voor het dorp of de wijk tot en met grootschalige ‘zonnevelden’. En, anders dan bij windmolens, ervaren burgers veel minder overlast.

Het ziet er dus goed uit. De werkelijkheid is weerbarstiger. Het gaat langzaam. Zeer langzaam. Daken van huizen en bedrijfsgebouwen voorzien van panelen, is arbeidsintensief en gaat uiterst traag. Grotere parken aanleggen stuit op ontbrekende beleidskaders van gemeenten en provincies en op lange procedures. En daar komt ook nog het ‘nee’ van de boerenorganisatie bij.

Deskundigen uit de kring van milieu-organisaties schatten de potentie van zonne-energie op 70 tot 180 duizend megawatt opgeteld vermogen. Als de helft daarvan op daken wordt gerealiseerd – en dat is al een gigantische opgave – zou de rest op de grond moeten worden opgewekt. Dat vraagt om een oppervlakte aan parken van tussen de 50.000 en 120.000 hectare (voor één hectare zonnepanelen is 1,5 hectare grond nodig). Dat is het complete IJsselmeer (110.000 hectare) of twintig keer de oppervlakte van Nationaal Park De Hoge Veluwe.

Tussen de 50- en 100.000 hectare boerenland opgeven voor zonneparken is heel veel (tussen de 2,5 en 5 procent van de agrarische grond in Nederland). Toch wordt al snel als eerste en alleen naar die agrarische grond gekeken omdat dat het de eenvoudigste oplossing is: je kiest de meest geschikte locaties uit de 2 miljoen hectares boerengrond, je koopt of pacht als parkontwikkelaar de grond en je kunt ‘hectares maken’ als de vergunning eenmaal binnen is.

Maar er zijn meer grondeigenaren van wie een bijdrage mag worden verwacht. Het ministerie van Defensie beschikt over 35.000 hectare aan oefenterreinen. Rijkswaterstaat over 50.000 hectares gekoppeld aan infrastructuur. Provincies en waterschappen ook over vergelijkbaar oppervlakten. De natuurbeheerders (Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en particuliere natuurbeheerders) zijn goed voor een half miljoen hectares. En technisch gezien is ook het buitenwater (zo'n 150.000 hectare), zoals het IJsselmeer en het Markermeer en andere grote meren, geschikt voor zonneparken.

Natuurgebieden opofferen voor zonne-energie? Ik hoor het verzet al klinken. Maar, het gaat niet om opofferen. Het gaat om het combineren van functies door bijvoorbeeld in de ‘oude natuur’ zoals de Oostvaardersplassen en Park De Hoge Veluwe op een slimme manier tien procent van de oppervlakte voor zonne-energie beschikbaar te stellen. Ik zou niet weten waarom dat niet past bij de idealen die de grondleggers van deze prachtige natuurgebieden ooit hebben gehad. Het levert toch weer 500 hectare voor zonnepanelen op. En wat te denken van de tienduizenden hectares ‘nieuwe’ natuur die de afgelopen paar jaar is ontstaan door ruimte voor de rivier en ruimte voor water te scheppen? Polder Noordwaard – 4.500 hectare – bijvoorbeeld, die in 2015 werd ‘ontpolderd’ en van landbouw overging naar waterberging en overloop voor de Nieuwe Merwede. Noodopvang van water in combinatie met nieuwe natuur, een indrukwekkend natuurgebied, waar enkele honderden hectares zonnepanelen gerealiseerd moeten kunnen worden.

Als we met een ruime blik naar het grondgebied kijken en als álle grondeigenaren – dus óók Rijkswaterstaat, Defensie, Staatsbosbeheer en de particuliere natuurbeheerders – hun bijdrage leveren, dan komen we een heel eind. Als ik voor het gemak uitga van een bijdrage van gemiddeld vijf procent dan kom ik al snel op 50.000 hectare die voor zonne-energie kan worden gebruikt. En wanneer ook déze grondeigenaren op deze manier meewerken aan de verduurzaming van de energie-opwekking, dan mag er ook zeker iets van de boeren gevraagd worden. Daarbij roep ik in herinnering dat het kabinet-Rutte I ruim 75.000 hectare agrarische grond heeft behouden voor de landbouw, door de bestemming toekomstige natuur ervan af te halen. Denk bijvoorbeeld aan het schrappen van de natuurlijke verbindingszone van de Oostvaardersplassen naar de Veluwe waarmee 1.800 hectare prachtige landbouwgrond toch voor de landbouw beschikbaar bleef. Een bijdrage van minimaal 30.000 hectare vanuit de agrarische sector voor de ontwikkeling van zonneparken lijkt me in bovenstaand perspectief zeer redelijk. Als ‘de polder’ echt om tafel gaat en iedereen meedoet, dan is die 100.000 hectare te leveren. En tegen boeren zeg ik: het inleveren van boerengrond voor déze bestemming draagt er uiteindelijk aan bij dat collega-boeren in landen die getroffen worden door de klimaatverandering beter in staat zijn om voedsel te blijven produceren.

    • Henk Bleker