Zonder-een-kap na de scheiding

Scheiden Waar blijf je na een scheiding? Het is soms heel lastig een woning te vinden zonder partner, vooral als er kinderen in het spel zijn.

Foto Getty Images

Maandenlang overnachtte Arjan Anderiesen (58) niet in zijn eigen bed. De vader van twee zoons (12 en 10) sliep op vloeren van kennissen, lag bij vrienden op de bank - een zwerftocht die begon nadat hij tijdens de echtscheiding uit huis werd verbannen. Voor het eerst sinds zijn achtste had hij geen huissleutel meer.

Hij verbleef een tijdje in een tuinhuisje met houtkachel in Jisp, daarna bij een vriend in het Drentse buitengebied. Ondertussen zocht hij naar iets nieuws, met weinig succes: een sociale huurwoning vinden in Amsterdam, de stad waar hij zijn leven lang al woonde, was onmogelijk, een particulier huis huren te duur. Tevergeefs speurde hij zijn netwerk af, zelfs het Leger des Heils had geen plek.

Waar moet je heen als je gescheiden bent? Wie veel verdient kan zelf iets kopen, wie minder te besteden heeft, maar ook niet in aanmerking komt voor sociale huur, is vaak een lot als dat van Anderiesen beschoren: dwalen in een vacuüm van onbetaalbare woonruimtes en tijdelijke overnachtingen op matrassen en banken. Of, voor een gelukkige enkeling, tijdelijk wonen in huizen of appartementen speciaal voor gescheiden vaders of moeders met kinderen. In deze woningen kunnen mensen maximaal twee jaar overbruggen.

Antoinette Aandeweg (47) woont in zo’n speciaal huis. Ze vertrok jaren geleden voor de liefde naar het buitenland, maar de relatie strandde. Toen ze terugkeerde naar Nederland, had ze geen woning. Twee jaar lang sliep ze op de zolder van haar ouderlijk huis in Haarlemmermeer - een bed en een ledikantje voor haar dochter van één, meer kon ze er niet kwijt.

Privacy

Ze was blij met haar ouders’ gastvrijheid, maar al snel brak het gebrek aan privacy haar op. Aandeweg zocht naar een nieuwe woning, maar kon niets vinden: te klein, te duur, te ver weg - ze kreeg geen sociale huur, maar verdiende te weinig voor een volwaardige woning.

Tot op een dag een buurman aanbelde. In zijn handen een krantenartikel over tijdelijke woningen speciaal voor gescheiden ouders met kinderen, opgezet door woningcorporatie Ymere in de gemeente Haarlemmermeer.

Nu woont Aandeweg zo’n drie maanden in een tot appartementen omgebouwd schoolgebouw in Hoofddorp - afhankelijk van ieders inkomen wordt een maandhuur bepaald. Ze heeft een keuken, badkamer en twee slaapkamers voor haarzelf en haar dochter.

Met de gescheiden ouders, die in de achttien andere appartementen wonen, trekt ze regelmatig op. „We drinken vaak koffie, gaan af en toe samen eten. Het is ook fijn voor de kinderen, die spelen met elkaar, beginnen vriendjes te worden.”

Ook Arjan Anderiesen vond, toen de nood het hoogst was, een woning, via een ParentsHouse: een speciaal huis waar ouders na hun scheiding een jaar kunnen verblijven, terwijl ze zoeken naar nieuwe woonruimte. In Nederland zijn er de laatste jaren een vijftal van dit soort initiatieven door ideële stichtingen gestart: eerst twee in gehuurde rijtjeshuizen in de Amsterdamse wijk IJburg, daarna ook in Amersfoort en de Zuid-Hollandse gemeente Lansingerland. De financiering komt van donaties en huren van tussen de 450 en 650 euro. Begin december werd er een koepelstichting opgericht die nieuwe initiatieven wil gaan begeleiden.

Verantwoordelijkheid

In Nederland is tot nu toe maar weinig aandacht voor huisvesting voor gescheiden ouders. Dat komt mede doordat gemeentes en woningcorporaties zich vaak niet geroepen voelen om iets voor deze groep te doen. „Scheiden is een grijs gebied: moet de samenleving daar verantwoordelijkheid voor dragen?”, vertelt Peter Boelhouwer, hoogleraar Woningmarkt aan de TU Delft. „Hoe vertel je een starter dat hij moet wachten omdat een gescheiden man eerst woonruimte krijgt?” Corporaties en overheden zien dit meestal niet als hun taak. Ook bij het ondersteunen van een particulier initiatief moeten ze vaak overgehaald worden om bijvoorbeeld een bestemmingsplan te veranderen.

Er zijn uitzonderingen: denk aan Ymere, of het ParentsHouse in Lansingerland. Dat is een initiatief van de gemeente en een lokale corporatie. Wethouder Anki van Tatenhove: „Wij hebben vanuit de gemeente vaak te maken met de situatie van de kinderen tijdens een scheiding, de corporatie ziet juist eerder de ouders die een huis zoeken. Toen hebben we dat besloten op te pakken.” Van Tatenhove snapt dat het gevoelig kan liggen. „Je kan zeggen: het is niet onze taak om dit op te lossen. Maar volgens mij zegt de decentralisatie van het vorige kabinet ook: zoek iets passends. Als dat kan, is dat alleen maar winst voor onze inwoners.”

Bij een scheiding zijn kinderen hoe dan ook de klos. Op een speciale cursus leren ze om te gaan met woede en verdriet

Anderiesen zit in de woonkamer in zijn Amsterdamse woning. In de hoek branden de lichtjes van de kerstboom, aan de andere kant staan twee kleine fietsjes. Hij deelt de woning met andere gescheiden ouders. Nu doet hij dat met Sandra Calzada (41), een Colombiaanse die na een scheiding ook met haar kinderen naar het appartement kwam. Na een rechtszaak behield ze de voogdij, maar verloor ze het huis dat ze deelde met haar man.

Kinderen in pyjama rennen door de ruimte. Anderiesen heeft de grote slaapkamer, Calzada de verdieping daaronder. Ze zitten samen in de woonkamer, kijken wel eens televisie maar eten doen ze apart.

„Ik las over het initiatief de krant”, zegt Anderiesen. „Maar toen ik belde kon ik hier niet terecht.” Nadat zijn vrouw nog een keer belde en de situatie uitlegde, was hij alsnog welkom. „Mijn kinderen kunnen langskomen, ik heb wat ademruimte. Humaner dan dit vind je het niet.”

Ze behield de voogdij, maar verloor het huis

Ruud Luchtenveld is voorzitter bij de koepelorganisatie ParentsHouses Nederland. Zelf is de voormalige wethouder betrokken bij de Amersfoortse afdeling. „Ons doel is: ervoor zorgen dat huisvesting in ieder geval niet het probleem is tijdens je scheiding. Dat voorkomt hopelijk ook eerder een vechtscheiding.”

In feite zoekt Parentshouse naar een mentaliteitsverandering in de maatschappij, vertelt Luchtenveld. „We willen graag van het stigma af dat scheiden een grote uitzondering is. Dat gemeenten en woningcorporaties - idealiter - zelfs al bij het ontwerpen van een wijk rekening gaan houden met een Parentshouse.”

‘Even op adem komen’

Een van de eerste bewoonsters uit het Amersfoortse huis (47) is blij met de tijdelijke woonruimte. „Het was fijn om even op adem te komen, ik zat dicht bij mijn zoon en kon praktische informatie uitwisselen met andere bewoners: hoe doen jullie dat met advocaten, bijvoorbeeld.”

Ondanks dat vond de bewoonster - die om privéredenen anoniem wil blijven maar wier naam bekend is bij de redactie de periode stressvol. „Ik moest binnen zes maanden een nieuwe woonruimte vinden, daarna zou mijn urgentie vervallen. Elke week ging ik kijken naar woningen. Het is lastig, want in Amersfoort is woningnood, veel huizen zijn prijzig en je wilt toch dicht bij de school van je kinderen wonen.” Ze was bang dat het niet ging lukken, het duurde lang. Toch vond ze in een van de laatste weken woonruimte.

Lees ook: Vrienden verdelen na de scheiding

Antoinette Aandeweg is daar ook bezorgd over. Ze is in haar appartement bezig met het avondeten, haar dochtertje kijkt naar filmpjes op een smartphone - aan de muur hangen foto’s van familie en vrienden. „Het is fijn om een plek voor jezelf te hebben,” zegt ze, „maar het liefst wil ik in de gemeente Haarlemmermeer blijven wonen.” Het hoeft niet groot te zijn: een huisje met een tuin waar haar dochter kan spelen, naar regenwormen kan zoeken.

Ze heeft negen jaar inschrijfduur op Woningnet, een verdeelsysteem van woningen in de regio. Maar, zegt ze, dat is niet genoeg. „Ik reageer wekelijks, maar eindig nog steeds op dezelfde plekken als twee jaar geleden. Het schiet niet op. Het appartement is fijn voor nu, maar de buikpijn, die verdwijnt niet.”

Ook Arjan Anderiesen is dankbaar voor zijn woonruimte, maar weinig positief over zijn kansen op woningmarkt. Hij heeft nog een half jaar voordat hij uit het ParentsHouse weg moet. „De eerste weken is het halleluja, maar daarna zie je de tijd wegtikken - het is een soort ‘zwaard van Damocles’.”

    • Milo van Bokkum
    • Fabian de Bont