Zaak-Moorlag wordt test voor leiderschap Asscher

PvdA

Oud-Kamerlid Saskia Noorman gaat met twee andere partijleden bekijken of William Moorlag PvdA-Kamerlid kan blijven.

Foto ANP

Na het voor de PvdA rampzalig verlopen jaar 2017, begint ook 2018 voor die partij weinig opgeruimd. Dinsdag kondigde het partijbestuur aan – tegelijk met de nieuwjaarswens aan de eigen leden – een onderzoek in te stellen naar de integriteit van een van de negen Tweede Kamerleden die de partij nog heeft.

Partijvoorzitter Nelleke Vedelaar wil weten of William Moorlag (57) uit het Groningse Winsum „nog geloofwaardig kan functioneren als Kamerlid van de PvdA”. Hij raakte vorige maand in opspraak nadat een rechter had geoordeeld dat hij in zijn vorige functie, als directeur van de sociale werkplaats Alescon in Assen, met schijnconstructies werkte.

Drie PvdA’ers – geen leden van het huidige PvdA-bestuur of de Kamerfractie – moeten niet alleen het handelen van Moorlag onderzoeken, maar ook het optreden van het partijbestuur en de PvdA-fractie onder leiding van partijleider Lodewijk Asscher. Zo loopt de kwestie-Moorlag voor de PvdA steeds hoger op. Ze is aan het uitgroeien tot een test van Asscher als partijleider.

Geen ‘foute bedoelingen’

Vlak voor Kerst verdedigde Asscher aanvankelijk Moorlag: die zou met de constructies „geen foute bedoelingen” hebben gehad en niet bezig zijn geweest „zichzelf te verrijken”. Na Asschers hulp liep de kwestie meer uit de hand. Verschillende PvdA-leden en de Jonge Socialisten riepen Moorlag op zijn zetel op te geven. Ook het partijbestuur besloot daarop aan te dringen op het vertrek van Moorlag.

Het Kamerlid weigerde echter op te stappen. Hij wil dat zijn zaak eerst wordt onderzocht. Daarover krijgt hij nu zijn zin. Het onderzoek wordt uitgevoerd door voormalig Tweede Kamerlid Saskia Noorman-den Uyl, voorzitter van Jeugdzorg Nederland Hans Spigt en wethouder in Menterwolde Thea van der Veen.

Toch is Moorlag ontevreden: dinsdag liet hij via Twitter weten dat er „geen overeenstemming” is over het onderzoek.

De kwestie is voor de PvdA pijnlijk, des te meer omdat zij als oppositiepartij van de strijd tegen dit soort constructies juist een speerpunt heeft gemaakt. Onder Asscher wil de partij voor iedereen een vaste baan. Als directeur werkte Moorlag juist mee aan alternatieven daarvoor – die nu voor de rechter geen stand houden.

Bezuinigingen

Al voordat Moorlag in 2015 aantrad, besloot Alescon in 2011 arbeidsgehandicapten niet langer in vaste dienst te nemen, maar hen in te huren via uitzendbureau AwerC – waar Alescon zelf eigenaar van was. Ze kregen daardoor minder loon dan hun collega’s van vóór 2011 en hadden ook geen recht op het seniorenverlof, eindejaarsuitkeringen en volledige doorbetaling bij ziekte.

Moorlags uitleg hiervoor maakt het nog pijnlijker voor de PvdA. Hij erkende vorige maand tegen Trouw dat de constructie werd bedacht om de loonkosten te drukken. Maar het doel daarvan was juist om via het uitzendbureau voor minder geld meer mensen in dienst houden, volgens Alescon een manier om te voorkomen ze vanwege bezuinigingen werkloos werden.

De PvdA draaide als regeringspartij bezuinigingen op sociale werkplaatsen niet terug. En door de Participatiewet, die onder PvdA-staatssecretaris Jetta Klijnsma tot stand kwam en die arbeidsgehandicapten naar regulier werk zou moeten begeleiden, verergerde de situatie volgens de sociale werkplaatsen alleen maar. In 2016 sprak Moorlag in de Asser Courant zelf zijn zorg uit over de gevolgen van de wet.

Nu heeft Moorlag een week om enkele partijgenoten te overtuigen: dan moet de commissie klaar zijn met het interne onderzoek.